vrijdag 29 juni 2018

Hfdst 10 Bijna ontslagen, gered in de lift (29 juni)

Het komt niet helemaal onverwacht, het verzoek van zijn chef om met hem mee te komen naar een kamertje beneden in het gebouw. Het persbericht over de hypothekenverkoop was, anders dan Iris voorspelde, niet het begin van een reeks successen, althans niet in de ogen van zijn chef. Die ergert zich er aan dat de techniek Diederik nog steeds voor problemen stelt en maakt daar af en toe zure grapjes over. Heeft Iris over hem geklaagd of hebben communicatiecollega’s geklikt? Waarschijnlijk is zijn geklungel zo overduidelijk en structureel, dat de baas het zelf heeft waargenomen, al is zijn blik hoofdzakelijk omhoog gericht en zijn de lagere levensvormen voor hem overduidelijk minder interessant.
Die gerichtheid op de hoge heren van de bank verplicht hem tot optimisme en dat hij eist hij ook van zijn medewerkers. Diederik beseft dat en doet zijn uiterste best om de verontrustende feiten te negeren, maar dat lukt hem niet altijd. Onlangs heeft hij in de ochtendvergadering de financiële situatie van het bedrijf “precair” genoemd. Dat had zijn baas niet leuk gevonden.
“Het glas is zoals gewoonlijk weer halfleeg, Diederik.”
Hetzelfde wat Claudia vaak tegen hem zegt.

Pool van negativiteit
Ongetwijfeld is hij af en toe te somber, maar de bank verliest gemiddeld een miljoen euro per dag, al kwartalen lang. De reserves raken uitgeput en trucs zoals ook Diederik die bedenkt veranderen daar niets aan. Dat weet zijn baas ook. Evengoed is zijn oordeel over Diederik vernietigend en omdat alle collega’s binnen gehoorsafstandrond elders vergaderen, spreekt hij vrijuit.
“Je bent een pool van negativiteit en met je werk gaat er teveel mis. Dit is voor jou ook geen prettige situatie. Gelukkig zijn er oplossingen. Laten we beneden is rustig kijken wat er mogelijk is.”
Op dat moment wordt hij opgebeld en laat hij Diederik alleen met zijn sombere gedachten. Het is dus zover, hij ligt eruit, hij vertrekt met een regeling naar pensionadoland. Alle dagen vrij, elke dag uitslapen, niks meer hoeven. Hoe zal hij dat overleven? Hij is een man van taken en plichten. Zijn hele werkende leven heeft hij opdrachten uitgevoerd voor andere mensen en samen met andere mensen. Hobbies heeft hij niet echt meer, alleen passief vermaak als lezen en luisteren naar muziek. Op vakantie vermaakt hij zich prima, maar dan is hij altijd samen met Claudia en die moet nog jaren werken, terwijl hij alleen thuis zal zitten. Omdat hij heeft gefaald.

Compliment van boven
Zijn baas is uitgetelefoneerd en ze stappen in de lift. Die stopt onderweg bij de RvB-verdieping en de bestuursvoorzitter himself komt binnen. Hij begroet Diederik hartelijk en wenst Diederiks directeur geluk met zijn medewerker.
“Altijd vindt die man een lichtpuntje. Laatst met de kwartaalcijfers: “De groei begint in het zuiden. Dat kan alleen onze Diederik bedenken, want het was een dramatisch slecht kwartaal. In het zuiden ook, maar iets minder. Bijna alle media hebben onze insteek  overgenomen. Zulke communicatiemensen moesten we meer hebben.”
Bij het verlaten van de lift geeft hij Diederik een schouderklopje.
“Binnenkort doen we weer een beroep op je. We moeten rapporteren en de situatie is precair.”
Zwijgend leggen Diederik en zijn baas de rest van het traject af. Ze halen koffie en gaan zitten in het kamertje dat wegens de rode kleur van de wanden als het peeskamertje bekend staat. Diederiks chef heeft zich met zijn kenmerkende flexibiliteit razendsnel aan de nieuwe situatie aangepast. Afscheid nemen van zijn medewerker is van de baan. Stel dat de topman naar Diederik vraagt en hij moet zeggen dat hij die negatieve klungel ontslagen heeft? Want zo heeft hij Diederik onlangs nog genoemd in een gesprek met een vertrouweling. Ze wisten niet dat Iris hen kon horen. Diederik was erg geschrokken, maar Iris had hem gerustgesteld.
 “Zolang je goed ligt bij de top, durft de baas je niks te doen.”

Joviaal balen
Hij had het betwijfeld en terecht, want zijn baas heeft de deur naar buiten opengezet. Het is een toevallige confrontatie met de hogere machten, die hem dwingt om die deur weer te sluiten.
“Je hoort het van de CEO himself, je vindingrijkheid wordt gewaardeerd.”
Zijn eigen mening houdt hij voor zich. Emotioneel wendbaar als hij is, kan hij toch niet meteen verbergen dat hij zich op de pik getrapt voelt.
“Persoonlijk zie ik nogal wat verbeterpunten.”
Ze maken een plan waarbij Diederik extra hulp krijgt om de techniek nu eens goed onder de knie te krijgen. Ook moet hij beloven dat hij zich positiever over het bedrijf zal uitlaten. Hij verdedigt zich.
“De CEO zelf noemt de toestand precair.”
Maar zijn baas wil geen discussie.
“Houd je nu maar aan wat we hebben afgesproken. Dat is het beste voor je.”
Hij staat op en zegt op hartelijkere toon.
“En nu weer aan het werk.”
Zijn jovialiteit klinkt hol, hij baalt van Diederik en dat gevoel is wederzijds.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

Absint en andere artiestendrugs

Daar zit ik dan, ’s ochtends vroeg met een fles groenige drank naast mijn pc. Ben ik verslaafd geraakt aan alcohol? Nee, ik doe een artistiek experiment. Veel kunstenaars hebben hun creativiteit ontketend door het drinken van absint, een sterke drank getrokken van de ook in Nederland voorkomende absintalsem-plant. Die concoctie neem ik nu tot me. Drinken is onmogelijk: het alcoholpercentage is 69%. Ik doe daarom suiker in een lepel, sprenkel er absint over en hap de lepel leeg. Zo deden de schilders Paul Gauguin en Edouard Manet het en de schrijvers Edgar Allan Poe en Oscar Wilde. Ik proef suiker met een lichte muntsmaak.
    

 

Legale speed
Een jaar lang heb ik vastgezeten met mijn roman. Nu ik weer goed bezig ben, vraag ik me  af of drugs me dat extra duwtje hadden kunnen geven. Filosoof en romancier Jean Paul Sartre (De wegen der vrijheid, 1945-49) gebruikte speed, naast grote hoeveelheden alcohol. Op dit dieet schreef hij vele boeken. Jack Kerouac (On the road, 1957) dronk margarita’s en nam (toen nog legale) speed terwijl hij op zijn tikmachine rammelde. Ernest Hemingway (The sun also rises, 1926) liep op cocktails en Scott Fitzgerald (The great Gatsby, 1925) op champagne, een gewoonte die zeker bijdroeg aan zijn voortdurende geldnood. Al deze mensen bleven veelzijdige schrijvers, dankzij of ondanks hun drankgebruik. 
  
Absint en mezcal
Het kan ook anders lopen, zoals Malcolm Lowry (Under the volcanoe 1947) laat zien. Hij zoop tequila en mezcal en zijn bekendste werk heeft dat drinken ook als onderwerp. In Nederland publiceerde Hafid Bouazza in korte tijd de romans Abdullah (1996), Momo (1998), De slachting in Parijs (2001) en Paravion (2004). Daarna begon hij te drinken en fors ook: uiteindelijk dagelijks 20 glazen bier per dag en een fles absint. Zijn productiviteit nam sterk af en zijn blik vernauwde. Zijn laatste roman (Meriswin,2014) gaat over een drinker die een delirium heeft. 
  
De Vermeerblik  
Iets vergelijkbaars gebeurde met Aldous Huxley (Brave New World, 1932). In de nadagen van zijn fantastische carrière nam hij het geestverruimende mescaline. Hij zag de bestaande kleuren heel scherp en ontdekte hele nieuwe. “Het lijkt nog het meeste op een Vermeer,” schreef hij enthousiast. “Dit is zoals je zou moeten zien.” De nieuwe kijk op de werkelijkheid tilde zijn romanproductie helaas niet tot nieuwe hoogten. Zijn verslag van het experiment, The Doors of Perception (1954) was wel een groot succes. Twintig jaar later inspireerde het muzikant Jim Morrison tot de naam van zijn band: The Doors (Light my fire, 1967)

Diederiks droom
Het voorafgaande maakt je niet blij. Altijd dronken zijn is een hoge prijs voor succes en steeds strak staan van de speed lijkt me ook niet fijn. Alleen die mescaline geeft het door mij gezochte Aha-moment. Ik kan me niet voorstellen waar je dat spul veilig zou kunnen kopen. Absint is niet te zuipen, dus dat valt ook af voor als ik weer vastraak.
Misschien moet ik de oplossing vlakbij zoeken. Net als de meeste schrijvers drink ik koffie tijdens het werk. Volgens Honoré de Balzac (Le pere Goriot, 1837) is zijn hele productie te danken aan continu sterke koffie drinken. Dus ik doe het al goed met die koffie en als ik vastloop, zet ik hem extra sterk. Van die hallucinogene plant in de absint voel ik nog steeds niks. Schrijven is gewoon voortakkeren met af en toe een bakkie troost. Af en toe is het niet belastend en beklemmend. Niks aan te doen.


In een aparte tekst-post volgt hoofdstuk 10 van Te grijs: Bijna ontslagen, gered in de lift
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 21 juni 2018

Over het hondje op de Nachtwacht en Diederiks droom

Wat is de functie van het hondje op de Nachtwacht van Rembrandt? Waarom rijdt in de Deens-Zweedse politieserie The Bridge rechercheur Saga Norèn in een exclusieve Porsche? Die vragen kwamen bij me op toen ik in mijn roman Te grijs een nieuw hoofdstuk zocht om te publiceren. Het gaat om hoofdstukken die essentieel zijn voor het verhaal. Ik stuitte bij het zoeken echter op een scène waarvan ik de betekenis niet ken. Wel vonden veel meelezers het stuk erg leuk. Het beschrijft een droom van hoofdpersoon Diederik, als zijn vrouw naar Rome is vertrokken en hij alleen in het nieuwe, brede bed ligt.
De lezer mag oordelen over de relevantie van de scène, ik zelf zie haar niet. Volgens W.F. Hermans (De donkere kamer van Damocles,1963) is dat een ernstige zaak: “er valt geen mus van het dak, zonder dat het een vervolg heeft”. Ontbreekt dat vervolg, dan moet je de passage schrappen.


Marktplaats en Kwikfit
Ik trek die uitspraak door naar andere media. De Porsche Carrera van Saga Norèn heeft een vanaf-prijs van 108.755 euro. Van haar salaris kan ze dat onmogelijk betalen. Een tweedehandsje is natuurlijk goedkoper. Op Marktplaats vind je al een Carrera voor 24.900 euro en dat is nog wel een “zeer propere en goed onderhouden wagen in nieuwstaat”. Een ouder model, maar dat is de olijfgroene bolide van Saga ook.
De onderhoudskosten zijn echter hoog. Ik acht onze Zweedse rechercheur zeer wel in staat om in haar leren broek onder de auto te kruipen en zelf olie te verversen. Probleem is dat ook een Porsche wel eens een nieuwe uitlaat nodig heeft en die vind je niet bij de Kwikfit.
De makers van The Bridge lossen het aankoopprobleem op, door Saga de auto bij een weddenschap te laten winnen. Hoe ze de garagekosten betaalt, blijft onduidelijk. Volgens mij heeft ze alleen een Porsche gekregen om de vele rijscènes op te leuken. Die zijn onvermijdelijk, want de serie gaat over samenwerking tussen de politie van Kopenhagen en Malmö en The bridge verbindt beide steden.
  
Keuzehond(en)
Hetzelfde idee heb ik bij het hondje op de Nachtwacht: het vrolijkt het schilderij op. Het is waar dat op de meeste schuttersstukken één hond voorkomt, dat was de conventie. De Nachtwacht is echter een onconventioneel schuttersstuk. Sommige schilders lieten de hond weg. Er is ook minstens één stuk waarop meerdere honden voorkomen, dus de schilder had een keus. De meeste kunstenaars vonden een hond leuk en hun opdrachtgevers ook. Ik denk dat mutatis mutandis hetzelfde geldt voor Diederiks droom. Ook als die geen duidelijk vervolg krijgt, handhaaf ik hem – als de lezer hem leuk vindt.
  
Diederiks droom
Hij valt in slaap en wordt in een droom gezogen. Hij staat in het gangpad van een ouderwetse trein, Claudia en hij gaan naar Rome. Hij moet verschrikkelijk naar de wc en draait het raampje open om naar buiten te plassen. Het is hoog, maar hij kan op zijn koffertje staan. Dan komt er een conducteur met pet en leren schoudertas, gewichtig, maar niet onvriendelijk. Hij wijst op een bordje onder het raam. E pericoloso sporgersi staat er en eronder Nicht hinauslehnen.
“Pericoloso,” zegt de conducteur en wijst nu naar Diederiks kruis. Die ontdekt nu pas dat hij alleen een T-shirt aan heeft van de B-bank. Sta sterk met B-bank, luidt de tekst. B-bank, de beste bank. Onder het T-shirt steekt zijn lul stijf naar voren.
De conducteur wijst naar de voorbijflitsende palen vlak buiten het raampje.
“Pericoloso. Lullo kaputt.”
Hij maakt een afkappend gebaar. Diederik protesteert.
“Ma tutti gabinetti sono chiusi.”
Het komt er vloeiend uit, maar er is iets mis met de grammatica, dat beseft hij zelfs in zijn droom. Alle wc’s zijn gesloten, hij heeft geen keus. Hij wil het raampje verder opendraaien maar de conducteur pakt dreigend de tang waarmee hij kaartjes knipt.
“Divieto,” zegt hij en wijst naar Diederiks kruis. Ineens herkent hij in de conducteur de leraar klassieke talen waar Claudia het zo goed mee kan vinden. Diederik vlucht weg, door verschillende rijtuigen, tot een hand hem stevig bij de lul grijpt. Het is Claudia. Hij komt onmiddellijk klaar, ze zegt nog iets, maar dat verstaat hij niet, omdat hij wakker wordt. Zijn buik is vochtig en plakkerig. Het is niet alleen een droom geweest.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 15 juni 2018

Te grijs Hfdst 8 Diederik strijkt Claudia’s kleren

Na zijn afscheid van Claudia fietst Diederik terug naar een leeg huis, met de hele zaterdag vrij invulbaar voor zich. Hij besluit allereerst Claudia’s strijkwerk af te maken. Ze is de dag voor haar vertrek naar Rome ambitieus begonnen, maar heeft door tijdnood niet alles afgekregen.
“Het is vooral ondergoed en zakdoeken die je nog moet doen, Diederik. Ik zou het heerlijk vinden om terug te komen en die nu ook eens netjes in de kast te zien liggen. Een paar andere dingen moet je strijken en ophangen, dat weet je toch wel? ”
Ten overvloede had ze het uitgelegd.
“Ik ben geen oen,” had hij geprotesteerd. “Ik ben een eigentijdse man.”


Geen dromen
De aanduiding van zichzelf als moderne man komt bij hem terug als hij een geschikt muziekje heeft gevonden. De plank is al opgezet en de bout ingeplugd. Hij zal de gestreken kleren in stapeltjes op het bed leggen of meteen aan de hangertjes doen, die liggen klaar. Hij mag soms onhandig zijn, maar is niet structureel incompetent. Hij kan en wil ook traditionele vrouwentaken verrichten. Dat was in zijn tijd een progressief ideaal, maar nu vanzelfsprekend. Wat tegenwoordig de progressieve idealen zijn, weet hij niet. Zelf heeft hij geen toekomstdromen, hij wil houden wat hij heeft en dat is lastig genoeg in een wereld die voortdurend verandert en waarop hij steeds meer zijn greep verliest.
“Ik snap de dingen niet meer, ik voel me verdwaald in de toekomst,” heeft hij onlangs tegen Iris geklaagd.
“Verdwaald in het heden zul je bedoelen.”
Haar correctie was terecht geweest. Het heden zal nooit meer zijn thuis worden, dat is het verleden waarin alles nog vertrouwd was. Zoals de song die uit zijn speakers komt: Help van de Beatles. Hij luisterde al naar dat nummer toen hij op zijn kamertje Latijns en Grieks zat te leren: servus habet columbam, de slaaf heeft een duif. Of worsten van woorden zoals epiparaskeuadzomai, zijnerzijds maatregelen treffen tegen.
Bizar hoe het onderwijs toen georganiseerd was. En nog steeds. Ook Sebas heeft het gymnasium gedaan, hij wilde het zelf omdat zijn beste vriend erheen ging. Tot grote vreugde van Claudia, die immers historica is en enthousiast inscripties ontcijfert. Dat vindt Diederik ook leuk, zo samen puzzelen bij een oude triomfboog of een mozaïek. Claudia weet erg veel en kan levendig vertellen met oog voor detail.
“Kijk Diederik, de vrouwen droegen toen ook al beha’s.”
Het was hem ontgaan, maar zij is erg opmerkzaam en niet alleen bij het bekijken van historische monumenten.

K.zijde en elastaan
 Hij haalt een van haar beha’s uit de wasmand en legt hem op de plank. Eerst checken of de temperatuur klopt. De namen van het materiaal zeggen hem niks: elastaan en polyamide. Op het ijzer staat alleen een temperatuur voor k.zijde. Hij besluit dat polyamide daaronder valt en dat is 70% van de hele beha. Hij legt het kledingstukje uit en haalt het ijzer er licht overheen. Veel te strijken valt er niet. Van de andere kant ziet hij ook geen kreukels. Zo, nu netjes de cups op elkaar en in de bovenste de bandjes. Ineens ziet hij dat er achter de materiaalnaam een tekentje staat. Het lijkt op een strijkijzer met een kruis erdoor. Shit! Dat betekent Niet Strijken. Gelukkig lijkt er niks geschroeid, dat had hij ook wel geroken.
Hij strijkt wel, maar zelden en alleen zijn eigen spullen, als hij netjes voor de dag wil komen. Strijken van ondergoed vindt hij eigenlijk perfectionisme van huisvrouwen met teveel vrije tijd. Claudia is altijd druk en strijkt dus ook zelden, maar nu heeft ze een van haar bevliegingen. Lang zal het niet duren, maar hij kan er beter in mee gaan, dat voorkomt narigheid.

Sensation white
Het strijken van haar ruime onderbroeken gaat goed. Het is geen lingerie die bij hem lusten opwekt.
“Ze zitten lekker, Diederik. En jij wordt toch wel geil.”
Hoelang geleden heeft ze dat gezegd, twee, drie jaar? Sindsdien is zijn stijgkracht verminderd. Vroeger keek hij er naar uit dat ze met hem naar bed wilde. Nu heeft hij er geen haast mee.
De onderbroeken en de hemdjes worden mooi glad onder het ijzer en laten zich netjes stapelen. Uiteindelijk heeft hij nog een modern onderbroekje over, zoals veel van zijn collega’s dragen. Ze heeft het speciaal gekocht voor een lerarenuitje, georganiseerd door haar favoriete collega oude talen.
“Het is onze eigen sensation white, we gaan ook swingen. Zie ik er sexy uit?”
Ze had haar kont naar hem toe gedraaid, de string deels en de billen goed zichtbaar door de broek heen.
“Esthetisch is het een grensgeval,” had hij willen zeggen, ’maar je Latijnse collega wordt toch wel geil.’
Hij had de man een paar keer meegemaakt, een gezet type, niet onknap. Hij was sterk gericht op de vrouwen in het gezelschap, maakte ondeugende grapjes en complimenten en had naar Diederiks smaak te losse handjes. Claudia was erg op hem gesteld. Typisch een man die een uitje met doorkijkbroeken organiseert.
“Gewaagd,” had hij gezegd, “maar het kan.”

Leuke verrassing
Hij legt het laatste slipje op het stapeltje en bergt haar spullen op in de mahoniehouten linnenkast, die nog van haar grootouders is geweest. Met het strijken van zijn eigen ondergoed zal hij gauw klaar zijn. Hij telt eerst af wat hij de komende dagen gaat dragen en legt dat ongestreken in de kast, want die spullen zullen als Claudia terug is in de wasmand liggen. Het gaat erom dat de kleren in de linnenkast er netjes uitzien, hij wil zijn vrouw een leuke verrassing bezorgen.

 

vrijdag 8 juni 2018

Te grijs Hfdst 7 Een turbulent vertrek

De scholen zijn dicht wegens herfstvakantie en Claudia vertrekt met twee vriendinnen naar Rome. Dat is al voor de zomer afgesproken, toen hij zich nog competent, adequaat en gezond voelde, ver voor Diederiks leven werd gedestabiliseerd door zijn overplaatsing..
“Ik zal je missen,” zegt Claudia bij het ontwaken en ze knuffelen elkaar langdurig voor zij naar de badkamer gaat. Hij doet goedgeluimd boterhammen in de toaster en laat een stukje roomboter smelten in de pan voor de eieren. Later zal hij er strooikaas op doen, want daar houdt ze van. Maar nu staat ze ineens met een van woede verwrongen gezicht voor hem, de ochtendjas half open.
”Waar heb je de stop van het bad gelaten?” schreeuwt ze. ”Je weet dat ik de trein van kwart over acht moet hebben. We vliegen om twaalf uur!”
Hij loopt mee naar de badkamer waar ze op zoek gaan naar de stop, een regelmatig terugkerend ritueel sinds het stopkettinkje aan het bad is afgebroken. Is de stop achter de wasmachine gevallen? Is hij met de in het bad voorgeweekte kleren ín de wasmachine gedaan? Het is een hele zoekoperatie zo kort voor vertrek.
“Kun je niet voor deze keer een douche nemen?”

Praktische ramp
Zij douchten altijd, tot Sebas geboren werd en de routine ontstond om ’s ochtends met hem te badderen, maar nu is dat voor Claudia geen optie.
“Omdat jij alles kwijt maakt, zeker.”
Uiteindelijk vinden ze de stop in de wasmand en Claudia weet meteen hoe die daar gekomen is. Omdat Diederik voor het baden zijn vuile kleren eerst op de grond gooit en niet meteen in de wasmand.
“Je bent in praktische dingen een ramp,” voegt ze hem toe terwijl ze haar nachthemd uittrekt. Haar buik hangt een beetje en haar dijen hebben putjes. Ze is nog volslank, maar op weg naar dik. Hij heeft erover proberen te praten, over de zakken dropjes en nootjes die altijd helemaal op moeten. Over het tweede, volle bord warm eten. Over het joggen waar het al maanden niet van komt. Zo’n gesprek zal hij niet gauw opnieuw beginnen. Maar het ontbijt, daar was hij aan bezig. Hij ruikt een brandlucht en inderdaad: de boter staat te verbranden en de keuken staat blauw. Hij zet de pan onder de kraan en opent de keukendeur en de ramen in de woonkamer. Zo kan de lucht snel wegtrekken. Gehaast maakt hij de pan schoon en zet hem opnieuw op het vuur, alsof er niks gebeurd is. Boter smelten, eitjes erin, het brood staat al op tafel. De woonkamerramen kunnen wel weer dicht, hij haat koude tocht, vooral ’s ochtends. Dan hoort hij Claudia schreeuwen vanuit de keuken.
“What the fuck is hier gebeurd. Het lijkt wel of er brand geweest is.”
En ze stormt de woonkamer binnen.
“Die ramen zou ik nog maar een uurtje laten openstaan. De stank is niet te harden.”
Opnieuw trekt een ijzige wind door het huis en Diederik vlucht naar de badkamer.
“Je ei ligt in de pan. Dat van mij kan weg, ik ontbijt later wel.”
Samen ontbijten in de kou, dat gaat hem te ver.


Raamkus
Diederik en Claudia fietsen naar het nabijgelegen station, haar koffertje op zijn voorbagagedrager. Ze moeten lang zoeken naar een plek voor de fietsen, zodat ze gelukkig maar kort op het perron hoeven te wachten tot de trein komt. Een van de vriendinnen  (2de keer komt) loopt naar de deur lom Claudia te verwelkomen. Ze is slank en draagt een strakke broek en een warme trui over haar blote huid, ziet Diederik als ze Claudia stevig hugt. Vervolgens drukt ze hem tegen zich aan, daarna hugt hij zijn vrouw, kust haar ten afscheid en kijkt hoe ze in de trein verdwijnt om aan het raampje weer te verschijnen. Ze drukt een kus tegen het glas, als een kind. Diederik weet dat zij het gekibbel en gekijf net zo haat als hij. Alleen vindt zij dat Diederik haar geduld tot het uiterste beproeft, het ligt niet aan haar of maar een beetje. Ze heeft op de fiets nog toegegeven dat ze wat minder fel had moeten reageren toen de badstop weg was en de keuken blauw stond. Hij heeft beloofd meer op haar verhalen in te gaan en minder hardop zijn eigen gedachten volgen, twee grieven die ze eerder heeft geuit. Hij zwaait als de trein zich in beweging zet, over twee uur zal Claudia op het vliegveld zijn en aan het eind van de middag zal ze nog haar koffer uitpakken en gaan dineren in Rome.

Kille kerken  
Wel binnen, want het is regenachtig en fris in de Eeuwige Stad. In al die grote gebouwen moet het zelfs uitgesproken kil zijn, in ruimtes als de Sint Pieter kun je niet een paar kachels bijzetten, dat heeft geen effect.
Hij herinnert zich nog de ijzig koude kerk van zijn jeugd, met de kerst. Soms condenseerde zijn adem en was het of hij rook uitblies, net zoals er uit het wierookvat kwam als de priester het rondzwaaide. Later had hij gelezen dat de rook THC bevatte, het roesmiddel uit wiet. Misschien was het dat, waardoor hij zich door de rook in hoger sferen had gevoeld, geholpen door het kleurige ritueel op het altaar met mannen en jongens in versierde gewaden en het orgel dat soms zo luid speelde dat de grond trilde. Kerken zijn voor hem en Claudia nog altijd spirituele plaatsen, maar het instituut heeft voor hen afgedaan. Dat in zo´n grote organisatie misstanden zoals kindermisbruik voorkomen, hadden ze geaccepteerd. Onacceptabel vinden ze dat de kerk van Rome de slachtoffers blijft afpoeieren en de daders uit de handen van justitie probeert te houden.
“Je zou verwachten dat de paus zijn kerk meedogenloos zou zuiveren van al die onwaardige dienaren. Maar niks daarvan.”
Dat heeft hij de avond tevoren nog tegen Claudia gezegd. Ze keek geïrriteerd op van de bagage die ze op het brede bed had uitgestald.
“Typisch jou om precies op dit moment over zo’n akelige kwestie te beginnen. Ik maak me klaar om te genieten van de schoonheid die de kerk van Rome heeft gecreëerd en jij maakt duidelijk dat achter ieder altaar en elk heiligenbeeld een grijpgrage kinderlokker verstopt zit. Opnieuw een positieve bijdrage aan mijn levensgeluk, Diederik, dank je.”
Ze kreeg snel spijt van haar snibbige opmerking, ze is het tenslotte helemaal met hem eens.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

Communicatieve meerwaarde van boek gering

Als ik Te grijs af heb, ben ik één van de 300.000 Nederlandstaligen die een voltooide roman op de harde schijf heeft. Ik mag aannemen dat ik dan ook aanschuif in de rij auteurs die een officiële uitgever zoeken. De kans op acceptatie is miniem. Querido krijgt 800 manuscripten per jaar toegestuurd. Daarvan geeft het er uiteindelijk één of twee uit. Dat hoeft niets te zeggen over de kwaliteit van de inzendingen. Querido kan sowieso maar een paar nieuwe boeken per jaar naar de markt begeleiden. Het heeft een bescheiden budget en kan niet teveel risico nemen.
 


 
Brave New Books
De gang door het circuit van officiële uitgevers kost veel tijd en vergt veel incasseringsvermogen, want je beschouwt afwijzing toch als een negatief oordeel over je verhaal. Veel simpeler en minder belastend lijkt het professionele eigen beheer-circuit. In 2015 publiceerden 200 auteurs hun verhaal via Brave New Books. Voor minder dan duizend euro krijg je van hen 100 papieren boeken, die iedereen via bol.com kan bestellen. Desgewenst meldt Brave New Books je roman aan bij het Centraal Boekhuis, waar alle boekwinkels het kunnen bestellen. Voor recensies en andere publiciteit en voor de marketing moet je zelf zorgen.      
   
Harde handel
Deze uitgeefmethode bespaart je de rondgang langs de gevestigde uitgevers. In plaats daarvan moet je de boekwinkels langs. Je biedt het boek daar aan voor twaalf euro, de winkel verkoopt het voor 22 euro, goeie deal. Maar de wereld van de boekhandel is hard. Als de winkelier tien exemplaren koopt ben je spekkoper. Die tien moeten binnen een halfjaar zijn verkocht, anders geldt je boek als onverkoopbaar en oud.
Schrijvers denken vaak dat hun boek langzaam zijn weg wel zal vinden, via mond tot mondreclame. Boekhandelaren denken dat zelden. Het is daarom verstandig om bij de inkopende boekwinkels binnen een maand overal een exemplaar te kopen. Dan vermijd je het risico dat er geen andere klant is en de boekhandelaar je roman automatisch uit de verkoop haalt.  
  
Kwebbelkont
Uit communicatief oogpunt levert het fysieke boek naar alle waarschijnlijkheid weinig op. Zelfs als je geaccepteerd wordt door een grote uitgever, zal de oplage niet meer dan duizend zijn. Alleen voor een paar grote namen drukt een uitgever méér. De publicitaire inspanning zal navenant zijn.
Als je de cijfers uit het fysieke uitgeefbedrijf ziet, zijn mijn 150 regelmatige lezers al tamelijk bevredigend. En ik kan digitaal nog veel meer doen. The sky is the limit: de vlogger Kwebbelkont (Jordi v.d. Bussche) heeft meer dan vijf miljoen volgers en er komen per maand gemiddeld 200.000 bij. Ook  Enzo Knol en Monica Geuze communiceren met meer dan een miljoen Nederlandstaligen. Deze vloggers behoren natuurlijk tot de eredivisie van hun sector. Duidelijk is wel dat we bij internet in een andere orde van grootte denken dan bij communicatie met bedrukt papier.    
  
Echt digitaal
Toch wil ik een fysiek boek, een oplage van twee is al genoeg. Eén exemplaar gaat naar de Koninklijke Bibliotheek om eeuwig te bewaren. Het andere exemplaar zet ik trots in de boekenkast, tussen Nescio en Saskia Noort in, om te pronken bij mijn vrienden. Als ik mijn boek aan mijn kinderen laat zien, zullen ze ook blij zijn.
“Wat leuk, zo’n papieren boek.”
Er meteen aan toevoegend:
“En het bestaat natuurlijk ook écht, digitaal bedoel ik.”
Voor hen en anderen die niet kunnen wachten op de papieren Te grijs een nieuw hoofdstuk in een apart blog. Hieronder een fragment.    
  
Een turbulent vertrek
De scholen zijn dicht wegens herfstvakantie en Claudia vertrekt met twee vriendinnen naar Rome. Dat is al voor de zomer afgesproken, toen hij zich nog competent, adequaat en gezond voelde, ver voor Diederiks leven werd gedestabiliseerd door zijn overplaatsing..
“Ik zal je missen,” zegt Claudia bij het ontwaken en ze knuffelen elkaar langdurig voor zij naar de badkamer gaat. Hij doet goedgeluimd boterhammen in de toaster en laat een stukje roomboter smelten in de pan voor de eieren. Later zal hij er strooikaas op doen, want daar houdt ze van. Maar nu staat ze ineens met een van woede verwrongen gezicht voor hem, de ochtendjas half open.
”Waar heb je de stop van het bad gelaten?” schreeuwt ze. ”Je weet dat ik de trein van kwart over acht moet hebben. We vliegen om twaalf uur!”
Hij loopt mee naar de badkamer waar ze op zoek gaan naar de stop, een regelmatig terugkerend ritueel sinds het stopkettinkje aan het bad is afgebroken. Is de stop achter de wasmachine gevallen? Is hij met de in het bad voorgeweekte kleren ín de wasmachine gedaan? Het is een hele zoekoperatie zo kort voor vertrek.
“Kun je niet voor deze keer een douche nemen?”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

zaterdag 2 juni 2018

Te grijs - Hfdst 6 Diederiks baas is heel boos

De beeldverbinding met Berlijn komt moeilijk tot stand, maar dan is het zover. Zoon Sebas verschijnt in beeld en meldt het Grote Nieuws: vriendin Renate is zwanger. Hij richt het cameraatje op zijn vriendin en zij toont trots haar blote buik. Daaraan is nog niets te zien, het is pas een paar weken.
“Jullie zijn de eersten die het horen,” zegt Sebas. ”Vanavond gaan we eten bij Renates ouders en dan horen die het ook. Het kan allemaal nog mis gaan en veel mensen wachten drie maanden voor ze het vertellen. Dat kunnen wij niet.”
Dan komt Renate weer in beeld.
”We nemen aan dat het alles goed loopt,” zegt Renate in het Nederlands, want dat heeft ze gestudeerd, ze vindt Nederland interessant en het was op een tentoonstelling van Nederlandse schilders dat ze elkaar ontmoetten. Sebas was er met een Nederlandse vriend en had met hem uitgebreid besproken hoe leuk hij Renate vond. Dat was toen nog een onbekende vrouw die ze steeds in andere zalen tegenkwamen en die hun taal niet kende. Bij iedere ontmoeting was Sebas enthousiaster geworden, ze was de mooiste vrouw die hij ooit gezien had, ze moest fotomodel zijn, of filmster. Alsof het lot hen stuurde, was zij net als Sebas en zijn vriend op de fiets gekomen, in Berlijn een minder gebruikelijk vervoermiddel dan in Amsterdam. De fiets van Sebas stond zelfs naast de hare. Toen ze opstapte had ze in het Nederlands gezegd:
“Ik dank je voor je complimenten. Ik ben helaas geen beroemd fotomodel, maar ik ben accountmanager op een mediabureau dat veel werkt voor Nederlandse bedrijven.”


Hartritme
Zo was het begonnen en nu was zij in verwachting van haar kind, het kleinkind van Claudia en Diederik. Nadat ze haar buik weer heeft bedekt, zegt ze:
“Sebas heeft de hartslag van de baby opgenomen op zijn mobiel.”
En daar verschijnt de mobiel. Sebas houdt hem vlak bij de microfoon, maar het geluid is zwak.
“Ik stuur het geluid wel,” belooft hij. Zijn ouders zijn al gelukkig met het snelle ritme dat ze menen te horen. Diederik heeft tranen in zijn ogen en begint een anekdote te vertellen over toen Claudia zwanger was, maar zijn zoon onderbreekt hem.
“Pap, we moeten nu echt naar ons werk. Praat je mama niet de oren van het hoofd? En ga je nu de medische check up doen, dat was je van plan. En mam, heb je een beetje geduld met de aanstaande opa?”
Renate komt weer even in beeld en belooft dat ze goed voor hun kleinkind zal zorgen. Na haar “tot spoedig ziens” en het ”bis bald” van Sebas gaan Claudia en Diederik ieder huns weegs.

Hypotheekschandaal
Een uur later is Diederik op zijn werk. In een roze waas loopt hij de zaal op. Onmiddellijk komt zijn baas hem tegemoet.
“Waarom ben je er nu pas, waarom laat je niks van je horen? Iris zei dat je misschien ziek was geworden. Zelfs dan moet je het op tijd melden, dat is een kwestie van professionaliteit.”
Boos is hij, heel boos, dat ziet Diederik, maar hij staat in zijn recht.
“Ik luisterde naar de hartslag van mijn kleinkind. Mijn zoon kreeg het bestandje gisteravond laat en we konden het beluisteren voordat hij naar zijn werk ging. De ochtendvergadering was afgelast en er was niets bijzonders in het nieuws.”
Dat schiet bij zijn baas helemaal in het verkeerde keelgat.
“Houd jij het nieuws wel bij? Kijk jij wel eens op internet naar een nieuwssite?” Hij wijst op de oortjes die Diederik nog in heeft. ”De radio had het nieuws ook. Er is tegenwoordig meer dan de dagelijkse courant, Diederik.”
“Sorry, ik denk altijd dat jullie wel bellen als het echt dringend is.”
“We hébben je gebeld. Pak je telefoon en kijk.”
Inderdaad, drie oproepen. Gek dat hij niks gehoord heeft. Of lag de telefoon in een andere kamer. Dan ziet hij dat het geluid uitstaat. Hoe kan dat nou?
“Je vaste nummer hebben we ook gebeld. Er werd niet opgenomen.”
“Dat toestel doet het niet altijd, daar moeten we eens naar kijken. Maar ja, normaal gesproken zijn we goed bereikbaar via onze mobieltjes.”
Niet de meest gelukkige claim in deze situatie. De baas legt met nadruk uit dat bereikbaarheid bij Diederiks werk hoort. Als hij dat onrustig vindt, moet hij een andere betrekking zoeken. Op dat moment wordt de baas zelf opgebeld, door de topman van het hele bedrijf. Ook deze halfgod is boos, merkt hij aan de reactie van zijn chef. Het gesprek is kort. Zich weer tot Diederik wendend, zegt de chef dat ze over een kwartier zullen vergaderen over de publiciteitscrisis.
“Ik hoop dat we dan wél van je rijpe inzichten kunnen profiteren.”

Gladiatorengroet
De baas is amper weg of Iris loopt langs.
“Niet handig van je, Diederik,” zegt ze in het voorbijgaan. De andere aanwezigen zitten over hun beeldschermen gebogen, alsof de publieke vernedering van hun collega aan hen voorbij is gegaan. En Iris, die haar depressieve dip achter zich heeft gelaten, laat hem nu ook in de steek. Hij zet zijn tas naast een vrij bureau en loopt naar de wc, de impuls om te hollen met moeite bedwingend. Hij gaat zitten en doet zijn broek omlaag, al heeft hij deze keer geen enkele aandrang. Hij huilt net niet, laat apathisch de minuten verstrijken, tot iemand aan de deur rammelt. Hij schrikt op.
“Fuck, de vergadering!”
Hij kamt zijn haar, kijkt zichzelf bemoedigend aan in de spiegel en brengt de gladiatorengroet.
“Morituri te salutant,” zegt hij tegen zichzelf en recht de rug.

Als hij in het vergaderzaaltje arriveert, kan hij met moeite een stoel vinden, zelfs een paar van zijn leeftijdgenoten zijn op het crisisberaad afgekomen. Op het centrale beeldscherm staat het gewraakte nieuwsbericht getiteld: “Ook B-bank in dubieuze hypothekenhandel.”
Iedereen uit zijn verontwaardiging over de manier waarop de media B-bank te kijk zetten. De bewuste nieuwssite is toonaangevend. Er komen al de hele ochtend vragen binnen van sensatiebeluste journalisten en er bellen verontruste klanten. Wat zullen ze antwoorden? Er valt een stilte en Diederik trekt de stoute schoenen aan en zegt: “Als het niet waar is, kunnen we het toch gewoon ontkennen?”

Ongemakkelijke waarheid
Boy, maakt hij opnieuw een slechte beurt! Iedereen kijkt hem medelijdend aan. Wat de media schrijven is zoals gewoonlijk in essentie waar, dat is nu juist het probleem. Zijn baas legt uit dat B-bank - zonder lidwoord, zoals de huisstijl voorschrijft - natuurlijk haar hypotheken in de vorm van obligaties doorverkoopt aan investeerders over de hele wereld, net als alle banken dat doen.
“We zijn er zelfs heel goed in, hebben er nog niet zo lang geleden een prijs voor gekregen. Natuurlijk geven we op dit moment weinig ruchtbaarheid aan die kant van onze business.”
Diederik snapt het belang van discretie. Sinds de financiële crisis zijn hypotheekobligaties het symbool van alles wat er vies en voos is.
“Hebben we ooit ontkend dat we de afgesloten hypotheken doorverkopen?” vraagt hij. Misschien is dit ook een verkeerde vraag, maar hij wil nu weten hoe de zaak in elkaar steekt, hij zit er niet voor spek en bonen bij. Zijn baas aarzelt.
“Wat is ontkennen? In juridische zin natuurlijk niet, we moeten de verkopen rapporteren in het jaarverslag. Wel is het altijd onze boodschap naar het publiek geweest. Onze oer-Nederlandse B-bank houdt zich verre van het gerommel op de internationale financiële markten.”
Weer een stilte, die opnieuw door Diederik wordt doorbroken.
“Is er iets verkeerds aan wat wij doen?”
Zijn baas ontkent dat stellig.
“Het zijn leningen met gemeentegarantie, onze klanten zijn helaas niet rijk. De pakketten die we doorplaatsen zijn heel degelijk, we verkopen ze wereldwijd aan pensioenfondsen en andere beleggers. Wij smeren niemand waardeloze hypotheken aan van steuntrekkende gettobewoners, zoals Amerikaanse banken hebben gedaan. En zij niet alleen.”
“Maar dan is het toch logisch dat wij discreet zijn over onze hypothekenhandel. We willen gewoon niet met geknoei van anderen worden geassocieerd.”
Vrouwenhoofden met paardenstaarten knikken instemmend, gelaarsde benen bewegen naar een meer ontspannen houding.

Hulp van Iris
“Er zou eigenlijk een keurmerk voor hypotheekhandelaren moeten zijn,” zegt Iris bij wijze van grapje en Diederik ziet ineens de oplossing.
“De afgelopen tijd hebben we toch geen hypotheken doorverkocht?”
“Nee,” zegt de baas schamper. “Daar heb jij weer gelijk in. Maar de reden is dat we geen nieuwe hypotheken afsluiten, omdat we onvoldoende geld hebben om leningen aan woningbezitters te verstrekken. Wil je dat aan de grote klok hangen?”
Hij is nog steeds boos omdat Diederik niet in touch was met het nieuws en onbereikbaar bovendien, maar die volgt zijn eigen gedachten over deze interessante communicatie-casus.
“Misschien hadden we wel een andere reden. Kan het niet zo zijn dat we een pauze hebben ingelast omdat we werken aan een plan om de hypotheekhandel transparanter te maken, meer integer?”
“Door een keurmerk in te voeren,” vult Iris aan. De chef laat dit even tot zich doordringen en knikt dan opgelucht.
“Ik stel voor dat Iris en Diederik een opzetje maken voor een persbericht. Dan kan ik dat aan de CEO laten zien.”

vrijdag 1 juni 2018

Relax en laat Te grijs zichzelf schrijven

Ik zou graag al aan een nieuwe roman beginnen. Het gepieker en geworstel met Te grijs ben ik ziek en moe. Het leidt alleen maar tot nog meer irrelevante schema’s en nog meer stukken tekst die ik waarschijnlijk later met pijn in het hart moet wissen als uitweidingen zonder functie.
Ik ga over op piecemeal engineering, om Karl Poppers populaire term uit de sixties te gebruiken. Mijn horizon is voortaan een week. Ik hoef alleen elke vrijdag een stuk tekst te nemen dat volgt op het vorige hoofdstuk en dat publiceren. Zo schrijft het verhaal als het ware zichzelf. Ik ga alleen voor Te grijs schrijven als ik een hoofdstuk nodig heb dat nog niet bestaat of niet af is. Ik verwacht die situatie tegen de tijd dat Diederik weer greep krijgt op zijn problemen. Dat gaat nog even duren: vooralsnog zakt hij steeds dieper in de stront.   
 


 
Superduif en Homo Duplex
Het mooiste zou zijn om de vrijgekomen tijd te gebruiken voor een nieuw creatief project. Sommige auteurs werken aan verschillende dingen tegelijk. Esther Gerritsen (Superduif 2010, Dorst 2012, Roxy 2014) vertelde de NRC eerder dit jaar dat ze werkte aan twee filmscenario’s en meeschreef aan een televisieserie.
A. F. Th. van der Heijden schrijft meer romans tegelijk. Hij produceert materiaal voor hele series zoals De Tandeloze tijd en nu Homo duplex. Hij verzamelt de relevante ideeën en teksten in honderden gerubriceerde multomappen: “Ik gooi nooit iets weg. Alles moet op tafel blijven liggen. Er moet een appèl van uitgaan dat zegt: “Hé: ik moet ook nog afgemaakt worden.” De multo’s staan letterlijk op een enorme tafel in zijn royaal bemeten schrijfkamer in Amsterdam Zuid. Op bepaalde momenten ontstaat uit de documentatie een boek.   
   
Relaxed genieten
Van der Heijden werkt zeven uur per dag, op kantoortijden. Dat zou ik ook graag doen. Lekker werken met een keus tussen diverse creatieve deelprojecten. Zoals de zaken er nu bijstaan, heb ik naast de roman een historisch project waarbij ik als vrijwilliger oude tolboeken ontcijfer en inklop. Verder schrijf ik af en toe teksten en doe ik financiële analyse voor een non profit organisatie. Verder brouw ik af en toe bier en speel bas op een laag niveau.
Dit luie leventje qua schrijven zal niet eeuwig duren. Wanneer ik Te grijs moet klaarmaken voor het uitgeverscircuit zal ik alle zeilen moeten bijzetten. Op dit moment hoop ik op inspiratie voor een nieuw verhaal. Misschien moet ik blij zijn dat het nog niet zover is, en relaxed genieten van mijn huidige leventje. Zoals pensionado’s dat hóren te doen.        
Amsterdam Zuid. Op bepaalde momenten ontstaat uit de documentatie een boek.  
  
De baas is heel boos
De beeldverbinding met Berlijn komt moeilijk tot stand, maar dan is het zover. Zoon Sebas verschijnt in beeld en meldt het Grote Nieuws: Renate is zwanger. Hij richt het cameraatje op zijn vriendin en zij toont trots haar blote buik. Daaraan is nog niets te zien, het is pas een paar weken.
“Jullie zijn de eersten die het horen,” zegt Sebas. ”Vanavond gaan we eten bij Renates ouders en dan horen die het ook. Het kan allemaal nog mis gaan en veel mensen wachten drie maanden voor ze het vertellen. Dat kunnen wij niet.”
Dan komt Renate weer in beeld.

”We nemen aan dat het alles goed loopt,” zegt Renate in het Nederlands, want dat heeft ze gestudeerd. Nadat ze haar buik weer heeft bedekt, zegt ze:
“Sebas heeft de hartslag van de baby opgenomen op zijn mobiel.”
En daar verschijnt de mobiel. Sebas houdt hem vlak bij de microfoon, maar het geluid is zwak.
“Ik stuur het geluid wel,” belooft hij. Zijn ouders zijn al gelukkig met het korte ritme dat ze menen te horen. Diederik heeft tranen in zijn ogen en begint een anekdote te vertellen over toen Claudia zwanger was, maar zijn zoon onderbreekt hem.
“Pap, we moeten nu echt naar ons werk. Praat je mama niet de oren van het hoofd? En ga je nu de medische check up doen, dat was je van plan. En mam, heb je een beetje geduld met de aanstaande opa?”
Renate komt weer even in beeld en belooft dat ze goed voor hun kleinkind zal zorgen. Na haar “tot spoedig ziens” en het ”bis bald” van Sebas gaan Claudia en Diederik ieder huns weegs.
Een uur later is Diederik op zijn werk. In een roze waas loopt hij de zaal op. Onmiddellijk komt zijn baas hem tegemoet. Boos is hij, heel boos, dat ziet Diederik.


De complete tekst staat in een apart blog 

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 25 mei 2018

Te grijs Hdst 5 Met de rug naar de toekomst


De volgende dag is hij op kantoor en verzet relatief een hoop werk, tot halverwege de middag het netwerk hapert en uitvalt. Sommigen zeggen dat het systeem van het begin af aan bouwvallig was omdat het op een koopje in elkaar is gesleuteld. Anderen wijten de uitval aan de activiteiten van Russische en Noord-Koreaanse hackers. Volgens berichten van IT gaat de verstoring zeker twee uur duren. Een deel van de collega´s gaat meteen naar huis, een groepje vrouwen gaat de stad in naar een net geopend modehuis, een met overal foto´s van sexy aangeklede jonge modellen die de vrouwen doen denken aan haar jeugd, nog niet zo lang geleden.   
Diederik blijft achter met drie andere mannen op leeftijd. Zij kunnen niet naar huis, want ze moeten later op de dag nog vergaderen over het ouderenbeleid. Ze staan in de gemeenschapsruimte bij de drankautomaat grapjes te maken over de kwaliteit van de koffie. De andere mannen zijn hoger in rang dan Diederik, de één coördineert de productie van folders, de tweede controleert of alle uitingen aan de steeds wisselende huisstijlregels voldoen en de derde is een chef van een onderafdeling van Communicatie, niet die van Diederik, dat is een vrouw. Een van de weinige vrouwen die is gepromoveerd naar een leidende functie.

Modern opscheren
De mannen worden allemaal uitstekend betaald. Aan hun kleren is dat niet te zien. Hun colbertjes zijn verre van nieuw, net als dat van Diederik. Eronder dragen ze jeans of ribbroeken die bij hen om de buikjes spannen. Anders dan de jongere collega’s dragen ze hun haar lang. Het komt niet bij hen op zich ook te laten opscheren, daarvan hebben ze zich in de jaren zeventig juist bevrijd. Diederik is blij dat hij modieuzer geknipt is, al is dat meer geluk dan wijsheid. Kort voor hij op zijn nieuwe baan moest aantreden, wilde hij naar de kapper gaan. Hij had geen tijd meer om een afspraak te maken en was ergens binnengelopen waar hij direct werd geknipt. Het viel hem wel op dat personeel en klanten tot een andere generatie behoorden, maar hij nam aan dat de instructie “een stuk korter” tot het gebruikelijke resultaat zou leiden. Pas op het moment dat de kapster een tondeuse tegen zijn hoofd zette, voelde hij nattigheid en toen was het te laat. ‘s Avonds bij het skypen had Sebas gevraagd of hij een nieuwe bril had, omdat hij er plotseling veel jonger uitzag. Dat heeft hem de ogen geopend voor het feit dat zijn kapsel het kenmerk is van ouderen voor wie nieuwe ontwikkelingen het verlies zijn van stukken dierbaar verleden. Zijn collega’s staan met hun rug naar de toekomst en bewegen zich zo weifelend voort in de tijd. Hij doet hetzelfde.
Alsnog heeft hij besloten zijn haar kort te dragen, zijn positie op het werk is precair en alle beetjes helpen. Zo heeft hij het tegen Claudia gezegd. Die heeft haar haar ook kort.  Dat ze daarmee juist tegen de mode ingaat beseft ze niet. Net als de heren waarmee hij nu bij de koffieautomaat staat, beschouwt ze zich nog altijd als de leidende generatie in de maatschappij. Het feit dat jongere jaargangen nu de dienst uitmaken, is niet in volle omvang tot haar doorgedrongen, beseft Diederik. Zij heeft dan ook, net als zijn gesprekspartners, een machtsbasis, of althans een exclusieve taak met bevoegdheden. In Amsterdam had hij die ook, hij gaf zelfs instructies aan anderen. Nu doet hij wat hem gevraagd wordt. Als hem niks gevraagd wordt, hoeft en kan hij niks doen, maar dat komt weinig voor.
 
Actuele Stones
“Hebben jullie gisteren de Stones op tv gezien?” vraagt de huisstijlcoördinator. “Dat is nog altijd goede muziek, die maken de muzikanten van nu niet meer. Je zag ook veel jongeren in het publiek, viel me op.”
“Die balen ook van al die rap en hiphop,” valt de souschef hem bij. ”Een beetje schelden en fuck roepen, dan hebben die zogenaamde muzikanten weer een nummer. Ook jongeren willen kwaliteit.”
“Ik heb een leuk boek gelezen over de Stones,” vertelt de drukwerkmanager. ”Je gaat toch anders naar die bekende songs luisteren als je de context kent waarin ze gemaakt zijn.”
“Uiteraard lees je je boeken op een e-reader,” zegt de souschef plagerig.
De drukwerkcoördinator maakt een afwijzend gebaar.
“Dat vind ik geen echt lezen. Een boek moet in je hand liggen en als je het dicht bij je neus houdt, moet je het papier kunnen ruiken.”
“Ik ben het helemaal met je eens, hoor,’’ zegt de souschef. “Ik lees papieren boeken en de papieren krant. Punt. Het blijft natuurlijk eeuwig jammer dat de krant zo tijdschriftachtig is geworden, geen spannende voorpagina, geen weerbericht. En hij ritselt niet  meer.”
Dat is Diederik ook opgevallen. Hij pakt een krant van de tafel en frommelt met het papier. Er is nauwelijks iets te horen.
“Volgens mijn zoon kan ik bepaalde hoge tonen niet meer horen,” zegt hij. “Sebas, zo heet  hij, vouwde laatst een boodschappentasje op om het te bewijzen. 'Kijk pap, dit maakt nog meer herrie dan de krant, dit hoor je zeker.’ Ik had het opvouwen van het papier niet gehoord en dit plastic gaf volgens mij ook nauwelijks geluid. Ik herinner me niet dat tasjes überhaupt herrie maakten als je ze vouwde. Van de andere kant: die jongen zegt het niet voor niks. Hij weet dat het me irriteert als hij zeurt over mijn gehoor.”
De drukwerkman wijst iedere suggestie van gehoorverlies resoluut van de hand.
“Lijkt me onwaarschijnlijk dat het daaraan ligt. Het krantenpapier is sowieso veranderd en de krant is anders gevouwen, dus dat geeft een ander geluid. Ik heb juist het idee dat ik beter hoor. ’s Nachts word ik wakker van het minste gerucht.”
Zijn telefoon piept. Hij kijkt en vertelt dat de storing nog zeker anderhalf uur gaat duren.
“Zullen we onszelf beneden op lekkere koffie trakteren, net als de vrouwen dat altijd doen? Maar wacht, eerst even naar de wc.”
“Ik loop met je mee,” zegt de huisstijlbewaker.
“Ik ook,” zegt de souschef.

Diederik blijft alleen achter. Hij is al geweest en hoeft deze keer niet mee te doen met dit oudemannenritueel. Hij haat het, al die lichamelijke ongemakken en gevaren die zijn aandacht opeisen. Zoals hij zijn ontlasting bestudeert, getverdemme. Als hij al durft te kijken. Wat een heerlijk leven moet hij hebben gehad, voordat al dat plas- en poepgedoe begon en voordat Piet en andere mannen om hem heen ziek werden. Toen hij nooit aan de dood dacht en het als zijn lot beschouwde om een hoge leeftijd te bereiken, met alle problemen van dien. In die paradijselijke tijd moet hij toch elke dag lachend zijn opgestaan, maar hij herinnert zich dat niet.

Boek in de hand en rug naar de toekomst

Ik vraag me af of mijn roman ooit als papieren boek zal verschijnen. Niet omdat uitgevers Te grijs commercieel of cultureel oninteressant vinden, maar simpelweg omdat het te weinig pagina’s telt. Op zoek naar de essentie van het verhaal heb ik steeds meer scènes weggelaten. Vervolgens ben ik de tekst in blogs gaan zetten. Daarbij moest ik het snoeimes opnieuw hanteren, want lange teksten lezen in dat format is uitermate vermoeiend. 
  

Roque Gameiro - Siege of Lisbon 

Grafische trucs
Ik werkte steeds toe naar een boek van zeker 250 pagina’s. Als de feuilletonversie klaar is, zal er stof zijn voor zo’n 80 pagina’s, zelfs als de grafische trukendoos helemaal wordt opengetrokken. Letters die door hun vorm veel ruimte innemen, een royale spatiëring tussen de letters en een ruime regelafstand kunnen een tekst aanzienlijk verlengen, maar dat heeft zijn grenzen.
De nieuwste versie wordt daarmee nog korter dan het jaarlijkse Boekenweekgeschenk. Het laatste, Griet op de Beecks Gezien de feiten, telt 94 pagina’s. Normaal worden zulke dunne boeken niet gedrukt. Het boekenweekgeschenk is een uitzondering op de regel. Het moet in korte tijd geschreven worden en er uitzien als een extraatje bij de echte aankoop. Een pil van 500 pagina’s voldoet niet aan deze eisen.   
   
Dikke Reconquista
Zou het erg zijn als Te grijs niet verschijnt als tastbaar en ruikbaar boek? De functie van het fysieke boek verandert. De vriendin van mijn oudste zoon  heeft bij het samenwonen honderden fictieboeken ingebracht. Ze zijn zo mooi gaaf dat ik me afvroeg of ze wel gelezen waren. Het antwoord was verrassend:
“Ik koop alleen boeken die ik gelezen heb. Want dat weet ik dat ze goed zijn.”
Lezen doet ze op haar e-reader. De fysieke boeken houden haar herinnering levend en geven vorm aan haar literaire profiel. Voor leesgebruik zijn ze onhandig, temeer omdat de boeken steeds dikker worden. Dat weet ik ook eigen ervaring. Zelf kreeg ik voor mijn 67-ste verjaardag Reconquista van Miquel Bulnes (703 pagina’s) en Tussen drie plagen (1018 pagina’s) van de Estlandse schrijver Jaan Kross. Deze lijvige werken wegen respectievelijk een en anderhalve kilo, wat vooral bij lezen in bed belastend is.      

Woorden bewaren
Het fysieke boek is traditioneel de enige manier om het gesproken woord te bewaren en te verspreiden. Deze functie is achterhaald door laagdrempelige digitale alternatieven. Als ik eind augustus weer in Spanje camino ga lopen, heb ik mijn verhaal al in blogs gepubliceerd op internet.
Na thuiskomst uit Santiago de Compostella ga ik werken aan de tekst voor het e-book. Desnoods kan ik dat zelf maken en via bol.com verkopen. Als ik een uitgever vind, zal die zeker een fysiek boek willen. Hopelijk wil hij me helpen om aan volume te komen. Een papieren versie trekt extra lezers, want de gehechtheid aan het traditionele boek is sterk, zeker onder ouderen. Die accepteren nieuwe technologieën meestal schoorvoetend, ze bewegen zich door de tijd met hun rug naar de toekomst. Zoals Diederik en collega’s in het volgende fragment. Het hoofdstuk vind je in een apart blog.    

Met de rug naar de toekomst
De volgende dag is Diederik op kantoor en verzet relatief een hoop werk, tot halverwege de middag het netwerk hapert en uitvalt. Een deel van de collega´s gaat meteen naar huis, anderen gaan de stad in om te shoppen. Diederik blijft achter met drie afdelingscollega’s, alle op leeftijd.
“Hebben jullie gisteren de Stones op tv gezien?” vraagt de huisstijlcoördinator. “Dat is nog altijd goede muziek, die maken de muzikanten van nu niet meer. Je zag ook veel jongeren in het publiek, viel me op.”
“Die balen ook van al die rap en hiphop,” valt de souschef hem bij. ”Een beetje schelden en fuck roepen, dan hebben die zogenaamde muzikanten weer een nummer. Ook jongeren willen kwaliteit.”
“Ik heb een leuk boek gelezen over de Stones,” vertelt de drukwerkmanager. ”Je gaat toch anders naar die bekende songs luisteren als je de context kent waarin ze gemaakt zijn.”
“Uiteraard lees je je boeken op een e-reader,” zegt de souschef plagerig.
De drukwerkcoördinator maakt een afwijzend gebaar.
“Dat vind ik geen echt lezen. Een boek moet in je hand liggen en als je het dicht bij je neus houdt, moet je het papier kunnen ruiken.”
“Ik ben het helemaal met je eens, hoor,’’ zegt de souschef. “Ik lees papieren boeken en de papieren krant. Punt. Het blijft natuurlijk eeuwig jammer dat de krant zo tijdschriftachtig is geworden, geen spannende voorpagina, geen weerbericht. En hij ritselt niet  meer.”
Dat is Diederik ook opgevallen.
“Volgens mijn zoon kan ik bepaalde hoge tonen niet meer horen,” zegt hij. De drukwerkman wijst iedere suggestie van gehoorverlies resoluut van de hand.
“Lijkt me onwaarschijnlijk dat het daaraan ligt. Het krantenpapier is sowieso veranderd en de krant is anders gevouwen, dus dat geeft een ander geluid. Ik heb juist het idee dat ik beter hoor. ’s Nachts word ik wakker van het minste gerucht”
.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 18 mei 2018

Te grijs hfd 4 Op ziekenbezoek

Diederik heeft getreuzeld bij het maken van een afspraak met zijn zieke vriend Piet. Hij vindt het vreselijk om zijn geliefden te zien lijden. Ook is hij bang om dingen te horen die zijn angst voor kanker bevestigen. Piet op zijn beurt reageerde traag op de mails van Diederik en had zijn telefoon steeds uit staan. Uiteindelijk heeft Diederik Piets vrouw gebeld en aan haar is het te danken dat hij nu omhoog klimt in een trappenhuis dat naar Amsterdams gebruik rommelig is en spaarzaam verlicht. Piet staat hem op de overloop op te wachten en in het schijnsel van de woningverlichting kan Diederik constateren dat hij ondanks maanden chemotherapie nog steeds een beetje bolle wangen heeft en ook niet kaler is geworden. Hij beantwoordt Diederiks omhelzing stijfjes, dat wel. Als hij voorgaat naar de bibliotheek blijkt hij bovendien te strompelen.
“Pijnlijke kuiten. Het duurt meestal maar een paar uur,” legt hij op opgewekte toon uit. “Ik heb tot nu toe maar één dag gehad dat ik helemaal niet kon lopen, dus het valt erg mee.”

Superwiet
In de bibliotheek, een lichte kamer waarvan drie wanden bedekt zijn met boeken, staan opvallend veel kleine plantjes. Op de vensterbank telt Diederik er tien, in een kleine verlichte vitrine nog eens vijf. Kennelijk groeien ze snel, want veel hebben zulke gerekte steeltjes dat ze doorbuigen en dreigen te knakken. Op de grote tafel staan ook plantjes. Ernaast liggen ijzerdraad en een tang, waarmee Piet voor zijn rachitische gewas kleine steuntjes maakt. Hij ziet Diederiks verbaasde blik, want hij was nooit zo op planten en dieren.
“Deze planten gaan het supermiddel worden tegen de bijeffecten van de kuur.”
Diederik knikt om te laten zien dat hij begrijpt dat het om chemotherapie gaat. Piet legt uit wat zijn recept is.
“De topjes koken in melk, beetje tijm erbij, opdrinken en je voelt je een jonge god. Wel een zieke god natuurlijk.”
Hij lacht om zijn grapje en vervolgt:
”Ik heb drie soorten wiet, een tegen misselijkheid, een die helpt om in te slapen en een tegen het algemene kutgevoel. De depersonalisatie blijft natuurlijk, het gevoel dat een ander je lichaam aanstuurt en daar heel nare dingen meedoet. Daartegen helpt wiet niet. En niet tegen de angst. Maar goed, alle beetjes helpen.”
”Wanneer zijn die plantjes dan klaar voor gebruik?” vraagt Diederik verbaasd.
“Dat hangt van het weer af, ze moeten naar buiten. In het begin van de zomer kan ik beginnen met oogsten, deze soort bloeit snel en lang.”
“Maar tegen de zomer ben je toch klaar met de therapie?”
“Goed dat je het zegt.”

Munt per week
Hij loopt naar twee glazen met op het oog gelijke hoeveelheden munten en verplaatst een munt van het ene naar het andere glas.
“Iedere munt staat voor een week therapie. Ik ben al twee weken over de helft. Nog tien weken afzien.”
“Maar dan is het nog lang geen zomer,” zegt Diederik opnieuw
“Nee, tegen die tijd is het linker glas allang leeg, dan is de kuur voorbij.”
“Voor wanneer zijn die plantjes dan?”
”Voor mij, tegen de misselijkheid, dat zei ik toch? Wil je koffie?”
Diederik beseft dat zijn vriend zijn geloof in de tijd heeft verloren. Tijd is alleen het verplaatsen van muntjes, het bijstellen van een datum. Dat er ooit een einde komt aan zijn lijden ligt ver buiten zijn voorstellingsvermogen. Hij staat kreunend op en Diederik volgt hem naar de keuken. Het valt hem op dat Piet telkens steun zoekt, alsof zijn evenwichtsgevoel is aangetast.
“Zal ik de koffie maken?” biedt hij aan.
“Nee hoor, het gaat prima. Je kunt wel even de filter uitspoelen, koud water doet pijn aan mijn vingers.”
 
Bloed
Als de koffie klaar is, strompelt hij terug naar de bibliotheek en gaat voorzichtig zitten.
“En hoe is het bij de bank? Jij hebt toch een nieuwe functie?”
Diederik wil het verhaal positief houden. Het lijkt hem ongepast, dat hij als gezond persoon gaat klagen, maar hij doet het zijns ondanks, klagen over zijn baan en over de voortdurende ruzies met Claudia. Piet hoort hem aan en vertelt dan zijn eigen verhaal.
“Mijn vrouw dacht laatst dat ze ook ziek was, vanwege bloed in de poep. Want daarmee begint het: dat je poep raar is en dat je vaak moet. Paniek dus, bij mij meer dan bij haar.”
Die paniek kan Diederik zich maar al te goed voorstellen. Hij heeft beide verschijnselen.
Piet gaat voort: “De dokter stelde gelukkig meteen vast dat het een gesprongen bloedvaatje was. Het ging inderdaad in een paar dagen over, de frequentie werd ook weer normaal. Ik zei al tegen haar, dat het wel heel toevallig zou zijn, dat we bijna tegelijkertijd dezelfde aandoening zouden krijgen. Ik geef toe dat er af en toe een epidemie lijkt te heersen, maar dit zou toch heel kras zijn.”

Vergeten feestgevoel
Diederik ziet hier een kans om over zijn angst te beginnen, ook al is praten erover een erkenning dat er een probleem kan zijn en daarvoor schrikt hij terug.
“Het lijkt inderdaad een epidemie,” begint hij voorzichtig, maar op dat moment stoot Piet zijn kopje om, het geeft een hele plas. Hij begint op te staan, maar Diederik is hem voor en haalt snel een doekje. Het moment om zijn angst te delen is voorbij. Terwijl hij de tafel schoonmaakt, spreken ze over gemeenschappelijke vrienden. Als hij weer zit, vraagt hij:
“Is er iets speciaals wat jij gaat doen als de chemo klaar is. Iets leuks? ”
Piet is verrast, het idee is kennelijk nieuw.
“Iets leuks doen om het te vieren. Ja, dat zal wel moeten.”
Alleen het denken aan feestje is hem al teveel. Hij staart naar de breekbare plantjes op tafel en dan naar Diederik, gedesoriënteerd. Na een korte stilte herhaalt hij zonder het te weten Claudia’s woorden.
“Wees maar blij dat je gezond bent.”

Ver paradijs
Het is geen constatering, maar een wens. Piet heeft geen behoefte aan gezondheidsangsten en –klachten van anderen. Hij gelooft in een paradijs zonder ziekte en de slopende behandelingen ervan. Zelf is hij uit de wereld van de gezonden verdreven, maar dat is tijdelijk, hij hoopt er ooit terug te keren en zich weer goed te voelen, weer te kunnen genieten van zijn lichaam. Diederik wil hem die hoop niet ontnemen.
“Voor zover ik weet ben ik gezond, maar zeker ben je nooit op onze leeftijd.”
Piet lacht, vreugdeloos.
“Met dat laatste ben ik het helemaal eens, Diederik. Er kan altijd iets gebeuren dat je leven op zijn kop zet.”
Hij kijkt Diederik aan en begint te huilen. Diederik knielt onhandig naast zijn stoel, gaat dan op de  leuning zitten en neemt Piets hoofd in zijn handen. Er valt niets te zeggen, hij kan alleen maar wachten tot zijn vriend is uitgehuild. Dat is vrij snel. Dan droogt hij zij ogen en kust Diederik ten afscheid.
“Ik ben zo blij dat jij en Claudia nog gezond zijn. Dat moet toch de norm zijn op onze leeftijd.”
“Maak je over ons geen zorgen,” zegt Diederik. Hij geeft Piet nog een schouderklopje, kust hem nogmaals en vertrekt, vluchtend voor zijn onoprechtheid en angst, maar vooral geschokt door de deplorabele toestand waarin hij Piet heeft aangetroffen, een man van zijn leeftijd, die veel beter voor zijn lijf zorgde dan hij. Zelf drinkt hij veel en vermijdt sport en rauwkost. Dat is vragen om problemen.   



 

Aspirant-blogger onterecht bang voor leeg hoofd

Iedereen die een blog wil beginnen, vreest de dag dat hij geen inspiratie zal hebben. Dat hij uur na uur tevergeefs zijn lege hersens uitwringt terwijl de deadline nadert. Was hij maar eerder begonnen, denkt hij. Had hij maar gezorgd voor een reserveblog. “Wegens gebrek aan inspiratie heden geen blog,” dat moet hij de lezer melden en dat zou het einde zijn. Een afgang zou het zijn en dus gaan de meeste plannen voor blogs niet door. Jammer, want die angst is niet terecht. 
 

  
Zaterdag Voetnootvrij
Arnon Grunberg schreef zes dagen per week een Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant. Ik kan goed begrijpen dat hij stopt. Natuurlijk was het heerlijk om het lezerspubliek te beleren en de klus zorgde voor een goed en voorspelbaar inkomen. Intussen beheerste de rubriek wél zijn leven. Alleen op zaterdag was hij Voetnootvrij; ’s zondags moest hij het stukje voor maandag schrijven. Vakantie nam hij niet. Logisch dat je dan na vijf jaar vrij wil zijn om je aan andere zaken te wijden. Het is een geweldige prestatie, al schreef Simon Carmiggelt in het Parool veertig jaar lang zijn Kronkel over het dagelijkse leven, tot 1980 zes keer per week. Remco Campert (o.a. Het leven is vurrukkelluk, 1961) leverde zelfs gedurende zeventig jaar stukjes voor Elseviers Magazine, maar dat is een weekblad.     

Selectieve blik
Inspiratie was voor Grunberg nooit een probleem. Het dagelijkse leven en de krant zorgden voor voldoende onderwerpen. Als er al een probleem was, lag dat in het maken van een keuze, zei hij. En dat is ook mijn ervaring. Een rubriek heeft een bepaalde formule. Zo gingen de Voetnoten over het menselijk onvermogen om de gebaande paden te verlaten en werkten ze toe naar een licht confronterende conclusie. Die formule geeft een bepaalde kijk  op de werkelijkheid. Zonder formule gaan de ogen van de schrijver alle kanten op en kunnen dus geschikte onderwerpen niet herkennen.    

Praktijkvoorbeeld
Mijn blog bespreekt problemen bij het schrijven van een roman. Afgelopen weekend sprak ik op het familieweekend een kunstschilder die met pensioen ging. Dat leek mij ruimte te maken voor vrij werk waaraan ze nooit was toegekomen, maar zulk werk had ze niet. Meteen zag ik een blogpost voor me over het onderwerp pensionering en creatief werk, zoals een roman schrijven.
Een ander voorbeeld: door de publicatie van hoofdstukken Te grijs ontstaat een superkorte feuilletonversie. Ik had al de lijvige slotversie van 2017 en de dunnere versie 2018 met de essentiële hoofdstukken. Uit die laatste versie selecteer ik de feuilletonafleveringen. Een post over versiebeheer ligt voor de hand. Omdat door de selectie een voorraad ongebruikt materiaal ontstaat, dringt de vraag zich op wat daarmee te doen. Zo had ik drie onderwerpen voor deze post.

Geen keuzestress
Verbazing over het aanbod van items bracht me op het vierde, huidige onderwerp. De selectie was simpel. Ik weet nog niet precies hoe ik de versies ga beheren en hoeveel van het overtollige materiaal ik ga weggooien. De post over pensionering en creatief werk kan ik beter schrijven wanneer ik het hoofdstuk publiceer waarin mijn hoofdpersoon vreest voor het zwarte gat bij pensionering. In het hoofdstuk van deze week gaat Diederik op ziekenbezoek. Hieronder vind je een fragment en in een apart tekstblog de hele tekst.

Op ziekenbezoek  Diederik heeft getreuzeld bij het maken van een afspraak met zijn zieke vriend Piet. Hij vindt het vreselijk om zijn geliefden te zien lijden. Ook is hij bang om dingen te horen die zijn angst voor kanker bevestigen. Piet op zijn beurt reageerde traag op de mails van Diederik en had zijn telefoon steeds uit staan. Uiteindelijk heeft Diederik Piets vrouw gebeld en aan haar is het te danken dat hij nu omhoog klimt in een trappenhuis dat naar Amsterdams gebruik rommelig is en spaarzaam verlicht. Piet staat hem op de overloop op te wachten en in het schijnsel van de woningverlichting kan Diederik constateren dat hij ondanks maanden chemotherapie nog steeds een beetje bolle wangen heeft en ook niet kaler is geworden. Hij beantwoordt Diederiks omhelzing stijfjes, dat wel. Als hij voorgaat naar de bibliotheek blijkt hij bovendien te strompelen.
“Pijnlijke kuiten. Het duurt meestal maar een paar uur,
  legt hij op opgewekte toon uit. “Ik heb tot nu toe maar één dag gehad dat ik helemaal niet kon lopen, dus het valt erg mee.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com