Na zijn
afscheid van Claudia fietst Diederik terug naar een leeg huis, met de hele zaterdag
vrij invulbaar voor zich. Hij besluit allereerst Claudia’s strijkwerk af te
maken. Ze is de dag voor haar vertrek naar Rome ambitieus begonnen, maar heeft door
tijdnood niet alles afgekregen.
“Het is vooral ondergoed en zakdoeken die je nog moet doen, Diederik. Ik zou
het heerlijk vinden om terug te komen en die nu ook eens netjes in de kast te
zien liggen. Een paar andere dingen moet je strijken en ophangen, dat weet je
toch wel? ”
Ten overvloede had ze het uitgelegd.
“Ik ben geen oen,” had hij geprotesteerd. “Ik ben een eigentijdse man.”
Geen dromen
De aanduiding van zichzelf als moderne man komt bij hem terug als hij een
geschikt muziekje heeft gevonden. De plank is al opgezet en de bout ingeplugd.
Hij zal de gestreken kleren in stapeltjes op het bed leggen of meteen aan de
hangertjes doen, die liggen klaar. Hij mag soms onhandig zijn, maar is niet
structureel incompetent. Hij kan en wil ook traditionele vrouwentaken verrichten.
Dat was in zijn tijd een progressief ideaal, maar nu vanzelfsprekend. Wat
tegenwoordig de progressieve idealen zijn, weet hij niet. Zelf heeft hij geen toekomstdromen,
hij wil houden wat hij heeft en dat is lastig genoeg in een wereld die
voortdurend verandert en waarop hij steeds meer zijn greep verliest.
“Ik snap de dingen niet meer, ik voel me verdwaald in de toekomst,” heeft hij
onlangs tegen Iris geklaagd.
“Verdwaald in het heden zul je bedoelen.”
Haar correctie was terecht geweest. Het heden zal nooit meer zijn thuis worden,
dat is het verleden waarin alles nog vertrouwd was. Zoals de song die uit zijn
speakers komt: Help van de Beatles.
Hij luisterde al naar dat nummer toen hij op zijn kamertje Latijns en Grieks zat
te leren: servus habet columbam, de
slaaf heeft een duif. Of worsten van woorden zoals epiparaskeuadzomai, zijnerzijds maatregelen treffen tegen.
Bizar hoe het onderwijs toen georganiseerd was. En nog steeds. Ook Sebas heeft
het gymnasium gedaan, hij wilde het zelf omdat zijn beste vriend erheen ging. Tot
grote vreugde van Claudia, die immers historica is en enthousiast inscripties
ontcijfert. Dat vindt Diederik ook leuk, zo samen puzzelen bij een oude
triomfboog of een mozaïek. Claudia weet erg veel en kan levendig vertellen met
oog voor detail.
“Kijk Diederik, de vrouwen droegen toen ook al beha’s.”
Het was hem ontgaan, maar zij is erg opmerkzaam en niet alleen bij het bekijken
van historische monumenten.
K.zijde en elastaan
Hij haalt een van haar beha’s uit de
wasmand en legt hem op de plank. Eerst checken of de temperatuur klopt. De
namen van het materiaal zeggen hem niks: elastaan en polyamide. Op het ijzer
staat alleen een temperatuur voor k.zijde. Hij besluit dat polyamide daaronder
valt en dat is 70% van de hele beha. Hij legt het kledingstukje uit en haalt
het ijzer er licht overheen. Veel te strijken valt er niet. Van de andere kant
ziet hij ook geen kreukels. Zo, nu netjes de cups op elkaar en in de bovenste
de bandjes. Ineens ziet hij dat er achter de materiaalnaam een tekentje staat.
Het lijkt op een strijkijzer met een kruis erdoor. Shit! Dat betekent Niet
Strijken. Gelukkig lijkt er niks geschroeid, dat had hij ook wel geroken.
Hij strijkt wel, maar zelden en alleen zijn eigen spullen, als hij netjes voor
de dag wil komen. Strijken van ondergoed vindt hij eigenlijk perfectionisme van
huisvrouwen met teveel vrije tijd. Claudia is altijd druk en strijkt dus ook zelden,
maar nu heeft ze een van haar bevliegingen. Lang zal het niet duren, maar hij
kan er beter in mee gaan, dat voorkomt narigheid.
Sensation white
Het strijken van haar ruime onderbroeken gaat goed. Het is geen lingerie die
bij hem lusten opwekt.
“Ze zitten lekker, Diederik. En jij wordt toch wel geil.”
Hoelang geleden heeft ze dat gezegd, twee, drie jaar? Sindsdien is zijn
stijgkracht verminderd. Vroeger keek hij er naar uit dat ze met hem naar bed
wilde. Nu heeft hij er geen haast mee.
De onderbroeken en de hemdjes worden mooi glad onder het ijzer en laten zich
netjes stapelen. Uiteindelijk heeft hij nog een modern onderbroekje over, zoals
veel van zijn collega’s dragen. Ze heeft het speciaal gekocht voor een
lerarenuitje, georganiseerd door haar favoriete collega oude talen.
“Het is onze eigen sensation white, we gaan ook swingen. Zie ik er sexy uit?”
Ze had haar kont naar hem toe gedraaid, de string deels en de billen goed
zichtbaar door de broek heen.
“Esthetisch is het een grensgeval,” had hij willen zeggen, ’maar je Latijnse
collega wordt toch wel geil.’
Hij had de man een paar keer meegemaakt, een gezet type, niet onknap. Hij was
sterk gericht op de vrouwen in het gezelschap, maakte ondeugende grapjes en
complimenten en had naar Diederiks smaak te losse handjes. Claudia was erg op
hem gesteld. Typisch een man die een uitje met doorkijkbroeken organiseert.
“Gewaagd,” had hij gezegd, “maar het kan.”
Leuke verrassing
Hij legt het laatste slipje op het stapeltje en bergt haar spullen op in de
mahoniehouten linnenkast, die nog van haar grootouders is geweest. Met het strijken
van zijn eigen ondergoed zal hij gauw klaar zijn. Hij telt eerst af wat hij de
komende dagen gaat dragen en legt dat ongestreken in de kast, want die spullen
zullen als Claudia terug is in de wasmand liggen. Het gaat erom dat de kleren
in de linnenkast er netjes uitzien, hij wil zijn vrouw een leuke verrassing
bezorgen.