zaterdag 30 april 2016

Bloggen was leuk, dankzij strakke deadline


Tot juni vorig jaar, beste lezer, was ik waarschijnlijk net als jij. Ik had geregeld geestige observaties en briljante invallen en wilde die graag delen. Een blog schrijven, dat leek me leuk. Eerst voor een handjevol vrienden, natuurlijk. Daarna zou het blog zich via internet viraal verspreiden en honderden, nee, duizenden lezers bereiken. Via blogger.com zou mijn tekst immers voor miljoenen mensen met één muisklik geopend kunnen worden.
De weg naar succes was duidelijk, maar door allerlei oorzaken zette ik nooit de eerste stap. Tot ik vorig jaar van mijn bedrijf de kans kreeg om op hun kosten te beginnen aan mijn roman. Via een wekelijks blog zou ik mijn vorderingen melden. Tegelijk zou ik via het blog publiek werven voor het toekomstige boek. 



Kortwerkend groeivirus
Intussen ben ik toe aan het 42-ste blog. De eerste 41 blogs zijn 2378 keer bekeken, dat zijn gemiddeld 58 unieke page views per blog. De meeste lezers komen binnen via de aankondiging met plaatje op facebook. Daar krijg ik ook de reacties. De reageermogelijkheid van blogger.com werkt slecht.
Naast de facebookmelding verstuur ik zo’n twintig e-mails aan geïnteresseerden. Zonder deze werving denk ik dat ik gemiddeld amper tien page views zou hebben. Van een autonome, virale groei heb ik weinig gemerkt. Een oud-collega heeft via haar blog bekendheid aan mijn blog gegeven met een duidelijke toename van de page views als gevolg. Verder nam begin dit jaar het aantal lezers onverwacht toe, soms tot wel 150. De oorzaak heb ik niet kunnen achterhalen. Na twee maanden zakte het bezoekersaantal weer. Gegeven mijn bescheiden wervingsinspanning vind ik het lezersaantal bevredigend.

Zes ȧ acht uur
Dan het creatief proces. Aanvankelijk probeerde ik een week vooruit te werken, maar het reservestukje leek me op de publicatiedag altijd achterhaald of minder interessant. Nu begin ik op maandag aan de roman te werken en kom ik tegen woensdag al schrijvend een onderwerp tegen. Op donderdag maak ik eventueel een paar aantekeningen en vrijdag schrijf ik het blog. Elke post wordt gelezen door mijn dichtende echtgenote Angeline Jansen en door Cécile Sanders, mijn ex-co auteur van In de schaduw van de Wolkenkrabber. Zij zijn mijn eerste lezers en hun oordeel is leidend. Inclusief research, het feedbackproces  en het zoeken van een plaatje kost elk blog zes tot acht uur werk.

Sint Deadline
Dat ik steeds een onderwerp vond dat ik wilde delen, was een prettige verrassing. En de wekelijkse deadline voor publicatie hielp me om knopen door te hakken. Als voormalig journalist beleef ik deadlines als heilig, ook al bedenk ik ze zelf. Ergens op zaterdag publiceer ik en dan mag ik tevreden iets anders gaan doen. Planning creëert vrije tijd. Die ga ik deze keer gebruiken om thermisch ondergoed te kopen en te chillen in de Himalaya. Ik meld me weer op 2 juli. Het is leuk om voor je te schrijven.

zaterdag 23 april 2016

Naar de Himalaya voor een blogpauze


Dit is mijn één na laatste blog tot 2 juli. Volgende week schrijf ik over bloggen, waarin ik met 41 posts intussen een ervaringsdeskundige ben. Ik zal niet op de zaken vooruit lopen, maar bloggen is voor mij meestal hard werken en tijdelijk stoppen voelt als welverdiende vakantie. Ik trek er ook echt op uit en ga wandelen in een minder toeristisch deel van de Himalaya, waar de sherpa Nima Temba is geboren. Deze Nepalees was de hoofdpersoon in de gelijknamige film van mijn schoonzus, documentairemaakster MargrietJansen. Nima (rechts op de foto) zal onze sirdar zijn en een drager huren. Vreemd hoe de trip een extra dimensie krijgt omdat ik de film heb gezien.



Werkzomer in zicht
Ik las dus volgende week een pauze in van twee maanden en laat het Spartaanse landschap en de ijle berglucht mijn hoofd helder maken. In juli zal ik dan met een frisse blik het document openen en zien wat er moet gebeuren. Duidelijk is dat Claudia ontzuurd moet worden. Het grootste deel van hun relatie had Diederik het leuk met haar en aan het eind van het verhaal belooft de huwelijkssatisfactie zich weer te herstellen tot het oude niveau. Dat is in de huidige tekst moeilijk voorstelbaar. Haar verbittering en ook Diederiks somberheid worden allebei veroorzaakt door de confrontatie met een wereld die is afgestemd op de wensen van een nieuwe generatie. Hun vertrouwen in hun competentie, hun gezondheid en hun relatie is achterhaald door de feiten. Ik heb dit nog maar zeer ten dele beschreven. Het wordt weer hard werken, deze zomer.    

De primitieve mens
Ik ben het verste met Diederiks confrontatie met het nieuwe werken. Hij komt van een vergrijsde afdeling, waar alles nog in kantoorstijl gebeurde en in zijn kamer op zijn bureau zijn pc stond. In dit fragment loopt hij op zijn eerste werkdag de werkvloer op, met zijn collega Iris, die hem wegwijs moet maken.
“Ik ben benieuwd waar ik zit,” zegt hij tegen zijn gids. Ze kijkt hem verbaasd aan.
“Was bij jullie in Amsterdam het nieuwe werken nog niet ingevoerd? Hier kies je als je op kantoor komt de werkplek die je fijn vindt. Inloggen kun je overal. Laten we eerst je laptop ophalen. Heb je al gebeld wanneer je kunt komen?”
”Ik heb mijn oude telefoon ingeleverd.”
“En ben je je eigen mobiel vergeten?”
“Ik heb zelf geen mobiel.”
Ze trekt haar wenkbrauwen op en hij legt uit.
“Ik bel weinig, ik heb een hekel aan telefoneren.”
“Maar als je iets moet opzoeken, openingstijden of hoe je ergens heen moet rijden, hoe doe je dat dan?”
”Thuis op de pc en met de TomTom. Op mijn vorige werktelefoon belde ik alleen.”
Iris is duidelijk van haar stuk gebracht door dit inkijkje in het leven van de primitieve mens.
”Nou ja, ik kon ook sms’en.”
Deze blijk van bredere technologische kennis maakt geen indruk.
Mijn reisbestemming in Nepal zou Diederik wel bevallen: telefoneren kan niet, want er is geen bereik.

zaterdag 16 april 2016

Kunstenaars, dat zijn we allemaal

Sinds ik weer schrijf moet ik vaak aan John Lennon denken. Toen de ex-Beatle werd gevraagd of hij wel eens moeite had inspiratie te vinden, reageerde hij verbaasd. Overal om hem heen hoorde hij een overvloed aan interessant geluid. Hij wilde graag iets doen met al die tonen en ritmes, maar meestal ontbrak de tijd.
De drang om de werkelijkheid in een of andere vorm vast te leggen, is niet beperkt tot creatieve geesten zoals Lennon. Hordes mensen beschrijven wat ze zien en horen in blogs. Overal zie je fotograferende en filmende mensen. Miljoenen kinderen tekenen iedere dag. We zijn allemaal kunstenaars, hoe vaak de muze het ook laat afweten en hoe onbeholpen en middelmatig onze artistieke werken mogen zijn.




Zon in hoedendoos
Veel godsdiensten hebben het creatieve instinct aan banden proberen te leggen. Zij zagen kunst als een poging van de mens om zich een stukje van Gods schepping toe te eigenen. Deze visie heeft Nescio gepersonifieerd in de kunstschilder Bavink die er nooit in slaagt de werkelijkheid recht te doen in een schilderij en uiteindelijk de zon wil vangen in een hoedendoos. Tegenwoordig zou hij de volmaakte foto van de zon willen maken en constateren dat hij alleen gebrekkige gelijkenissen kan produceren. Ik denk dat iemand Bavinks gedrevenheid zou willen, maar dat iedereen het verlangen kent naar de volmaakte weergave van de essentie van werkelijkheid, naar enpowerment. We zouden vaker gehoor moeten geven aan dat verlangen.
Lichtspel met regenbogen
Net als Lennon en waarschijnlijk de meeste lezers laat ik de meeste inspiratiemomenten ongebruikt passeren. Deze week fietste ik echter een brug op over de Amstel en zag een lichtspel dat ik moest vastleggen. Een korte scène voor Te grijs was het resultaat. Claudia en Diederik gaan de brug op en zien in de verte een verblindend licht:
Het duurt even voor ze begrijpen dat een raam van een kantoor de ondergaande zon weerkaatst in een lichtbundel die over het water een zilveren baan vormt tot de brug waarop ze staan. Dichterbij aan de westelijke oever schittert een torentje met gouden windwijzer in de ondergaande zon. Het lijkt te zweven, omdat het gebouw eronder in de schaduw verborgen ligt. Ze houden stil en kijken, de fietsen tussen de benen. Ook andere fietsers zijn gestopt en mensen komen uit hun huizen, telefoon klaar om foto’s te maken. Een regenboog piekt hoog boven Diederik en Claudia om achter hen tussen de huizen te landen. Ernaast ontdekken ze een tweede regenboog, een spiegelbeeld van de eerste, maar zwakker. Ook Claudia pakt haar telefoon, maar de foto is een povere afspiegeling van de magische werkelijkheid. Ze knikken naar elkaar en fietsen weg, want ze willen op tijd zijn voor de yoga.

zaterdag 9 april 2016

Je moet maar afwachten wat de engel je influistert


De zigeuner bij het station keek me vanochtend niet alleen aan, maar glimlachte, zoals ik had gehoopt. Het moet een reactie zijn geweest op de positieve energie die ik uitstraalde: ik ben goed bezig. Ik heb een paar scènes in een meer logische volgorde geplaatst en ook nieuwe tekst geproduceerd. Vooral dat laatste is fijn. De lezer kent het gevoel, je krijgt het al bij het schrijven van een ansichtkaart of een WhatsApp als je op vakantie bent. De eerste poging gaat moeizaam en levert triviale zinnen op als:
“We hebben het erg naar ons zin op Bali.”
Of:
“Groet vanaf zonnig Bali.”
Dan ineens neemt de muze je pen over en beschrijf je de koelte en de intense geur van de tropische ochtend en het zicht op de opalen zee die breekt op het rif, ver weg en geluidloos.






Tekst op commando
Natuurlijk kun je op commando tekst produceren. Ik heb gewerkt bij een nieuwsdienst voor de effectenwereld. Bedrijfsberichten, financiële resultaten, indexstanden, alles stroomde binnen, vaak meerdere items per minuut. Daaruit moest real time de relevante informatie worden geselecteerd, verwerkt en verzonden naar de gebruikers. Je zwoegde als een stoker op een voortrazende stoomlocomotief. In ijltempo schept hij kolen die het vuur met dezelfde snelheid verslindt. Aan het eind van je dienst was je uitgeput en verwilderd. Voordeel was dat je nooit last had van schrijfkramp.

Engelen en muzen
Bij fictie is dat heel anders, ook door het doel. Berichten van een nieuwsdienst zijn gestandaardiseerd en de informatie word je aangereikt. Bij fictie zoek je naar een verhaal dat diep in je hoofd zit verstopt. Je kunt voor je begint de tekst van de vorige dag doorlezen en tijdens een wandelingetje of een fietstochtje bedenken welke richting je uit wilt met je verhaal. Het echte schrijven is echter een moment van genade. De Bijbelse evangelisten kregen het levensverhaal van Jezus ingefluisterd door engelen of God de Vader. De Griekse auteurs kregen bij hun toneelstukken steun van de muze. Hoe dat ook zij: of je een fatsoenlijke zin kunt produceren, is iedere keer afwachten.

Tafelaansteker

Waarom je iets schrijft, is meestal onduidelijk. In de volgende scène zijn Diederik en Claudia net wakker geworden. De vorige avond hadden ze ruzie waarin hij Claudia heeft herinnerd aan haar impulsaankoop van een onhandige tafelaansteker in de oertijd van hun relatie; nu speelt Diederik met Claudia’s haar.
Door de slaap en de schaamte is de ruzie ontdaan van haar angel, maar wat gezegd is, blijkt niet vergeten.
“Een sigaret, daar heb ik ineens trek in,” zegt Claudia. ”Of liever nog een shagje, dat jij draait en we dan samen oproken. Zo heerlijk kon dat smaken op de nuchtere maag.”
Zelfs toen kenden ze elkaar al, in dat grijze verleden waarin roken nog normaal was, zelfs in bed. Diederik bedenkt dat ze de gewraakte tafelaansteker altijd mee hebben verhuisd, hij moet nog ergens diep onder in een kast liggen. Hij weet dat Claudia dit op hetzelfde moment ook denkt en vreest voor verstoring van de kwetsbare vrede.
“Ik moet opstaan,” zegt hij.
“Ik kan je niet missen,” antwoordt ze, terwijl ze tegen hem aankruipt en stevig bij de ballen pakt.
 “En die meiden op het werk kunnen het wel zonder je af.”
Ze lachen allebei, zij laat los en hij staat op om thee te zetten en boterhammen te smeren.
Waarom ik deze scène heb geschreven weet ik niet, maar ik ben er wel tevreden over. Hij komt zeker van pas.

 

 

 

 

 

 

zaterdag 2 april 2016

Worstelende auteur vindt troost bij NS-muziekzigeuner


De zigeuner voor station Amsterdam Zuid keek naar me, voor het eerst. Hij moet het aan me hebben gezien, dat ik tot mijn nek in de shit zat, creatief gesproken. Iedere ochtend loop ik door de stationstunnel, fiets aan de hand, en aan de kant van de Zuidas zit hij met zijn accordeon. Hij speelt bekende melodieën en zingt af en toe met starende blik en weemoedig vibrato. Volgens mij denkt hij terug aan zijn jeugd in een boerendorpje in Transsylvanië. Ik herinner me zo’n plek uit de vampierfilm Met jouw tanden in mijn nek (The fearless vampire killers) van Roman Polanski: bijgeloof, sneeuw en huilende wolven in de omringende bergen. Daar zag ik mijn zigeuner opgroeien en dromen dat hij later een groot kunstenaar zou worden. Zoals ik daarvan droomde in het statige Den Haag.


Ultiem liefdeslied
De blik van de zigeuner was vriendelijk en herkennend. Ik denk dat hij al zijn hele leven werkt aan het ultieme liefdeslied dat hem beroemd zal maken, in Transsylvanië en ver daarbuiten. Het lied zit al in zijn hoofd, alleen over het begin kan hij geen besluit nemen. Moet het lokkend zijn of schokkend? Een ode aan de reusachtige den waaronder de geliefden elkaar kussen of een beschrijving van het graf waar zij aan het eind van het lied belandt? Mijn zigeuner kan niet kiezen en volgens mij voelt hij aan dat ik met hetzelfde probleem worstel, ik zag het aan zijn gezicht.
Tot nu toe was dit mijn eerste zin: Tijdens het doortrekken wendt Diederik zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreert zijn oog toch een streepje rood op het witte porselein. Na deze start hebben veel mensen genoeg gelezen van “dat boek met die poepscène ”. Waarschijnlijk is het handiger om de lezer eerst binnen te leiden in de wonderlijke omgeving waar Diederik zijn werk doet.

Hoeragroep
Nog slaperig en bevangen door de kou loopt Diederik de hal van zijn bedrijf binnen, waar een haag van onbekende collega´s prompt begint te applaudisseren. Diederik verwacht dat achter hem een jubilaris is binnengekomen of een personeelslid die een bankoverval verijdeld heeft. Dat de handen meteen op elkaar gaan voor hem als nieuwe collega lijkt vergezocht. Toch is hij een van de voorwerpen van het eerbetoon, zo blijkt uit een folder die het applauscomité hem overhandigt. “De financiële sector ligt onder een vergrootglas. Van alle kanten komt kritiek op ons af. Maar wij laten ons mooie beroep niet bederven. Vandaar dit spontane initiatief om elkaar te begroeten met een warm applaus.”

Wervend

Ja, dit is een meer wervend begin, dit voelt goed. Bij gebrek aan een gemeenschappelijke taal kan ik de zigeuner morgen niet vertellen over mijn creatieve doorbraak. Geeft niet. Hij zal het aan me zien en extra mooi spelen.

 

 

 

 

zaterdag 26 maart 2016

Veertien Geboden tegen gelul en tierelantijntjes

Van een vriendin kreeg ik How to write good, een lijstje van veertien geboden voor schrijvers. Met  tongue-in-cheek formuleringen als Avoid alliteration. Always. Ik las de geboden, moest glimlachen en probeerde me voor te stellen tot wat voor een tekst deze soberheid zou leiden. Eerst de geboden: 


How to write good

1)      Avoid alliteration. Always
2)      Prepositions are not words to end a sentence with.
3)      Avoid clichés like a plague. They’re old hat.
4)      Comparisons are as bad as cliches.
5)      Be more or less specific.
6)      Writers should never generalise.
7)      Or seven. Be consistent.
8)      Don’t be redundant, don’s use more words than necessary; it’s highly superfluous.
9)      Who needs rethorical questions.
10)   Exaggeration is a billion times worse than understatement.
11)   Never write one word sentences. Period.
12)   Think long and hard before writing anything that could be misconstrued as sexual innuendo.
13)   Never put things in parenthesis (under any circumstances).
14)   Above all else, be terse. Don’t carry on and on. No one likes to keep reading and reading and not go anywhere with it. Make sure that your reader understands what you are trying to convey in as few words as possible.


Gewapend beton
De veertien soberheidsregels deden me denken aan Bordewijks experiment met de Gewapend Betonstijl in het verhaal Bint. Ik ken geen navolgers van deze stijl, maar de eerste zin van Bint is in talloze geheugens gegrift. Leraar De Bree is op weg naar zijn nieuwe school:De Bree zijn denken was hoekig en norsch. De lucht lag laag morsig roetig. Novemberochtend. De wind danste lomp om de hoeken. De boersche reuzin viel over hem met de volle vracht van natte kleeren. De Bree kampte even. Dit was een voorpostgevecht. Hij wist ongeveer waar hij heen ging. Hij had er van gehoord. Hij bereikte het plein met onvertraagden tred door de kolking der tochtgaten.Vervolgens ontmoet hij directeur Bint en begint de oorlog tegen de klas met de bijnaam De Hel.


Veel overtredingen
Bordewijk zondigt in deze passage met de zin Novemberochtend tegen het elfde gebod (geen zinnen van één woord). Als hij de wind beschrijft als De boersche reuzin, die met de volle vracht van natte kleeren over hem heenvalt, overtreedt hij behalve het achtste gebod (geen overbodige woorden) ook het vierde gebod (geen vergelijkingen). Deze zin is tegelijk een schending van het tiende gebod (liever understatement dan overdrijving) en dat geldt eigenlijk voor het hele verhaal. Bint voldoet dus niet aan de regel van de veertien wetten, maar wel aan de geest. De tekst is basic en krachtig. Zo zou ik willen schrijven.   
 
 

zaterdag 19 maart 2016

Goed nieuws inspireert tot absurde dialoog

Leren schrijven doe je door veel te lezen, zegt een van de vele schrijfgoeroes. Ik lees dus veel, ook blogs zoals Leeuwenhart Krijn. Dat is de blognaam van hartpatiënt Krijn Krijgsman, een jongeman van 20 die na 356 dagen uit het ziekenhuis is ontslagen. Zijn derde hart werkt goed, hij kan naar huis. Bij tijden was een goede afloop onzeker, zo blijkt uit de stroom opgeluchte reacties op het blog.




Veel wachten
Krijns tweede hart was een machientje, de andere twee kwamen van donoren. De schrijfster van het blog, moeder Warna Krijgsman, heeft menig post gewijd aan het wachten op een hart. Dat is een macabere en slopende bezigheid. Ik besefte toen dat Warna waarschijnlijk graag haar eigen hart had willen doneren aan haar zoon. Als dat mogelijk was geweest en als ze niet twee andere kinderen had gehad en een liefhebbende man.  
Absurd gesprek
Toen ik later de keukenkastjes poetste en over Te grijs nadacht, besefte ik dat veel ouders die impuls moeten hebben. Ook Diederik en Claudia, die gevangen zitten in een negatieve spiraal. Ik stelde me voor dat ze op de televisie de moeder van een hartpatiënt zien vertellen dat ze zich graag voor haar zoon wil opofferen. De dramatische manier waarop ze dat zegt, ergert Claudia en er ontspint zich het volgende absurde gesprek…    


Verwijtende blik
“Tjonge, jonge”, schampert Claudia. ”Wat heeft die vrouw veel over voor haar lieveling.”“Jij zou hetzelfde doen voor Sebas,” zegt Diederik. Ze gaat onmiddellijk in de verdediging. Ja, natuurlijk, want anders doe jij het en dan kijk je me de rest van mijn leven aan met die verwijtende blik van: ik moet ook alles doen.”
Ze vallen stil, want behalve Claudia’s vreemde betoog klopt er meer niet. Ze hebben geconstateerd dat ze alle twee bereid zouden zijn te sterven om hun zoon te laten leven. Daarvoor kan je je pet afnemen, maar zij,ze katten elkaar af. Claudia pakt Diederiks hand en samen zitten ze zich langdurig te schamen.
    
 

zaterdag 12 maart 2016

Voorraad oude schrijfsels levert diamantje op

De meeste lezers zullen ze hebben, de gedichten en verhalen waaraan ze ooit zijn begonnen, maar die nu sluimeren in vergetelheid. Toevallig kwam ik er een paar tegen. Van de basisschool vond ik De avonturen van Kwek de Kikker en van de middelbare school Idylle in de regen. Recenter zijn Moeder en zoon en Het oosterse sprookje, beide aanzetten tot langere verhalen. Ik vond ook mijn bijdragen aan Het Drieluik, een productie over een driehoeksrelatie die de verhoudingen tussen de drie auteurs onder grote druk zette en nooit is afgemaakt. Gedichten heb ik niet meer: na een verbroken relatie heb ik mijn puber poëzie boos verbrand. De fragmenten die ik me herinner, zijn pathetisch en beschamend slecht.



Omslag in Chartres
Onvoltooide schrijfsels bewaar je meestal voor later gebruik. Daar komt het echter zelden van, je hebt gewoon geen klik meer met wat je hebt geschreven. Wie schetst dan ook mijn verbazing dat ik in mijn archiefje een scène vond waar ik net naar op zoek was.
De opzet van Te grijs is dat de hoofdpersoon wegzinkt in zijn zestigercrisis en vervolgens de weg omhoog vindt. Tot nu toe verstrikt Diederik zich echter steeds meer in zijn depressieve denken. Er is een omslag nodig, de geboorte van een meer positief levensgevoel, pril als het is. Precies dat vond ik in het Drieluik-dossier, waar mijn door relatieleed geteisterde personage Manuela door een collega naar de kathedraal van Chartres wordt gestuurd. Ik hoefde haar alleen maar om te bouwen tot man, door het stadje omhoog sturen naar de kerk en op een bank te laten plaatsnemen.     

Robijn-in-loodramen
Na een paar minuten ontdekt Diederik dat dit eeuwenoude paleis van God een stem heeft, die in zijn hoofd spreekt.
“Mijn bouwers hebben in mij alle schoonheid en wijsheid geconcentreerd waarover ze beschikten. Zodat jij hier troost en toekomst kunt vinden, net als degenen die voor je kwamen en degenen die na je zullen komen. Spreek tot me!” Zwijgend vertelt Diederik zijn verhaal van afwijzing en falen, in flarden die opstijgen langs de ramen, naar het dak en daar doorheen, hemelwaarts. Tegelijk dalen kracht en ontspanning neer, tranen beginnen over zijn wangen te lopen. Hij wordt aanvaard en aanvaardt zichzelf, het is een heerlijk gevoel. Dan schrikt hij op omdat een invalide toerist zijn kruk op de vloer laat kletteren. Hij voelt zich betrapt en bedrogen.
“Een oud, dood gebouw ben je,” zegt hij nijdig tegen de kerk, “Niks méér.”
Juist op dat moment breekt de zon door en transformeert de bovenste gordel ramen in adembenemende collecties robijnen, saffieren, smaragden en andere edelstenen.    
“Sorry,” mompelt Diederik geïntimideerd,  ”Ik heb niks gezegd.”

zaterdag 5 maart 2016

Toekomstverlies behandelen met dosis prettig verleden

Na acht maanden werk aan mijn roman zit ik nu peinzend aan de keukentafel, buiten valt de regen, binnen gebeurt niets. Ik ben vastgelopen met mijn roman, zoveel is duidelijk. Om te zien waar ik nu eigenlijk mee bezig ben, googel ik roman en definitie en krijg 493.000 hits. Met de term roman wordt een grote verscheidenheid aan vooral prozateksten aangeduid, constateert de Wikipedia nuchter. Als auteur kan ik dus kiezen. Goed dan: voor mij is een roman een verhaal waarin de hoofdpersoon een onomkeerbare ontwikkeling doormaakt. Ongelukkigerwijs is de hoofdpersoon Diederik. Een ontwikkeling betekent een beweging door de tijd in een bepaalde richting. Diederik komt echter nauwelijks van zijn plaats. Hij is namelijk een deel van zijn toekomst kwijt.

     

Kein Weg zurück
Toekomstverlies van de hoofdpersoon kan een schrijver inspireren. Erich Maria Remarque schreef over extreem toekomstverlies bij middelbare scholieren in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Ze hebben geen idee wat er komt als de wapens eindelijk zullen zwijgen. Ze zullen thuis iets moeten, maar wat? Remarque schreef er drie lijvige boeken over: Im Westen nichts Neues, Der Weg zurück en Drei kameraden.
Extreem toekomstverlies heeft mij geinspireerd tot een korte scene in Te grijs. Diederik gaat daarin op bezoek bij zijn vriend Piet, die een slopende chemotherapie ondergaat tegen een dodelijke ziekte. De plantjes in het volgende fragment zijn cannabisstekjes voor mediwiet.
Het
valt Diederik op dat Piet niet over kanker spreekt, maar over de ziekte en niet over chemotherapie maar over de kuur. De dingen bij de naam noemen is kennelijk te vreselijk. Piet vertelt dat hij over de helft van de behandeling heen is. Diederik neemt aan dat hij reikhalzend uitziet naar het einde van de kuur.
“Is er iets speciaals wat je gaat doen als de chemo klaar is. Iets leuks? ”
Piet is verrast, de gedachte is nieuw of in ieder geval onplaatsbaar.
“Iets leuks doen om het te vieren. Ja, dat zal wel moeten.”
Hij kijkt peinzend naar de breekbare plantjes op tafel en vervolgens naar Diederik. Dan herhaalt hij zonder het te weten Claudia’s woorden.
“Wees maar blij dat je gezond bent.”


Kroket van Kwekkeboom
Helaas is Diederik tot nu toe zelden blij. Hij geniet van een goed glas wijn of een kroket van Kwekkeboom, maar voor de langere termijn heeft hij geen enkele wens. Zijn dagelijkse handelingen zijn reacties op impulsen uit zijn omgeving. Het positieve deel van zijn toekomst is verdwenen. Wat resteert is een onbekende deportatiebestemming vastgesteld door een vijandige macht.
Diederik kan de toekomst missen als kiespijn. Ik kan daar weinig meer aan doen. Wél kan ik Diederik een verleden geven waarin alles nog wel goed was. Ik heb dan in ieder geval een beweging in de tijd. Tegelijk kan ik hem heimwee laten hebben naar die tijd, zodat hij toch een wens heeft, een verlangen. Natuurlijk blijft Diederik een depri, waarmee ik mezelf heb opgescheept. Het zij zo. Na Te grijs schrijf ik een vrolijk boek. Over een kind van anderhalf jaar oud dat iedere ochtend lachend de dag tegemoet treedt.      


zaterdag 27 februari 2016

Toestand Midden-Oosten nog steeds Te grijs

In mijn ideale boek zouden omgevingsfactoren zoals de tijdgeest met de handelingen van de personages verweven moeten zijn. Buwalda vlecht de vuurwerkramp in Enschede in Bonita Avenue. Updike laat Rabbit meebewegen met de stedelijke en sociale ontwikkeling in het stadje Brewer. Williams’ Stoner is doordrenkt van de Eerste Wereldoorlog.
 
 

Saddam en CNN
Als aspirant-fictieschrijver probeerden Cécile en ik ook onze In de schaduw van de Wolkenkrabber te plaatsen in de actualiteit. In dat jaar domineerde de oorlog tegen Saddam Hoessein het nieuws. Iedereen praatte er over, dankzij CNN. De gestreste en luidruchtige presentatrices in het glazen paleis van de uber-Amerikaanse nieuwszender waren plotseling vaste gasten in de Nederlandse huiskamers. Net als de koelbloedige verslaggevers die vanaf een hotel in Bagdad commentaar gaven op het dodelijke vuurwerk van de Amerikaanse bommen. Of met hun microfoon in de hand op de route van de Amerikaanse kruisrakketten stonden:
There comes another one”.
En dan bukten ze als de moordmachine laag over hen heen scheurde.

 
Vallende dictator
De frische und frohliche Krieg  eindigde snel in een overwinning. Saddam vluchtte en de Iraki’s vierden feest. Symbool van die vermeende bevrijding was het omtrekken van een groot standbeeld van de verdreven dictator in Bagdad. Het lag voor de hand dat ook onze personages Ted en Amalia dit iconische beeld overal in de media zagen en wij maakten het de achtergrond van een scène over hun ruzie.
Dat was in 2003. Twaalf jaar later zoek ik opnieuw naar een vlaag tijdgeest. Het is treurig dat ik opnieuw uitkwam op actualiteit uit het Midden-Oosten. In deze scène probeert Diederik positief te zijn. Zijn
reflex om spontaan negatieve opmerkingen te maken, onderdrukt hij. Dus kreten als “je wordt niet vrolijker” of “gelukkig ben ik nooit geweest” slikt hij in. Ze slaan nergens op, hij heeft niets te klagen, in Syrië, daar mogen ze klagen.
 
Een gezellige buurt
Kort voor ze naar de Canarische eilanden gingen, zagen Claudia en Diederik op televisie een reportage uit een half verwoeste stad in het Midden-Oosten. Een Arabisch uitziende man wees naar een van de bouwvallen.
“Ik heb zo hard gewerkt voor mijn winkel,” jammerde hij. Wat zijn handel was geweest, viel uit de resten van het gebouw niet op te maken.
“Mijn winkel,” herhaalde hij en zag zijn zaak kennelijk weer voor zich, want hij begon te vertellen.
”Het was hier vroeger een heel gezellige buurt. Kijk, hier woonden Christenen. Dat vond niemand gek.”
Van het huis dat hij aanwees was de voorgevel verdwenen. De zijmuren stonden nog, maar er was geen dak. De geïnterviewde ging nog dieper terug in de tijd dat alles nog heel was.
”Mijn opa zat met twee Joodse jongens op school. Die oudste was een verschrikkelijke pestkop.”
Dat was het einde van het Syrië-item. Claudia, nog altijd boos, zag een parallel met hun eigen situatie.
“We hadden het vroeger heel gezellig, Diederik” zei ze. “We vonden dat niet gek.”
Diederik had ongemakkelijk gelachen en ze waren overgeschakeld naar een Britse detectiveserie. Het leed is niet te vergelijken, maar ook Claudia en hij zitten in de puinhopen en zij gaat nadenken over de keuze wederopbouw of sloop.


zaterdag 20 februari 2016

Over Aristoteles en de dromen van Diederik

Voordat ik de tweede versie van Te grijs kan schrijven, moet ik het verhaal een duidelijke structuur geven. De volgorde van de scènes in het concept is nu hybride, bepaald door de verhaallijn, door voortschrijdend inzicht in de personages en door toeval. Toen ik in juni het docx-bestand TegrijsConcept2015 creëerde, waren de herinneringen aan het werkende leven nog vers. Werkscénes overheersen daardoor het begin van het verhaal. Het moet mogelijk zijn om de tekst van het begin af strak te structureren, maar ik zou niet weten hoe.



Frodo en Odysseus
Mijn eerste poging deze week om de collectie
scènes te ordenen, mislukte. Ik rangschikte de scènes naar onderwerp en bestudeerde de inhoudsopgave van bekende romans. Ik wandelde langs de zonovergoten grachten en genoot van het stedelijk schoon. Een spannende volgorde van de gebeurtenissen leverde dit allemaal niet op.
Toen herinnerde ik me de cursus story telling van mijn bedrijf, waarin de docent vertelde wat een goed verhaal is, dit aan de hand van de definitie van Aristoteles (384-322 v. Chr.). Een verhaal heeft een herkenbare held die een doel nastreeft en daarin wordt belemmerd én geholpen. Na een omslagpunt bereikt hij uiteindelijk zijn doel – of juist niet. De docent, Theo Hendriks, geeft onder andere Frodo in Lord of the Rings als voorbeeld. Aristoteles zal naar Odysseus hebben gekeken. Die wil na de verovering van Troje snel naar huis. Stormen, monsters en de verleidelijke tovenares Circe veroorzaken echter vertraging. Pas na een reis van tien jaar is hij verenigd met zijn vrouw Penelope en kan zeggen:
“Laat ons naar bed gaan, opdat wij, in zoete sluimer gedoken,
Eindelijk ons samen verheugen.”

 
Man zonder dromen
Helaas is de definitie van Aristoteles moeilijk toepasbaar op mijn conceptverhaal. Diederik is een anti-held wiens leven wordt bepaald door angst. Hij vreest zijn werk te verliezen en kanker te krijgen. Hij is verward en machteloos en alleen bezig met overleven. Ik moet accepteren dat hij geen concreet doel heeft, bedacht ik na één van mijn wandelingen. Een spannend verhaal zit er niet in, dat is een droom. En op dat moment zag ik de oplossing. Concrete doelen mag Diederik allang niet meer hebben, maar hij moet dromen van een beter leven, dat zit in de aard van ieder mens. Diederiks nachtmerries heb ik beschreven, maar zijn mooie dromen, zijn hunkeringen, daar moet ik nu naar op zoek. Dan, hoop ik, zal de structuur van het verhaal zichzelf wijzen.

 

 

zaterdag 13 februari 2016

Behoed voor verdwalen door crowd editing

Kritiek krijgen is nooit leuk, ook al is die goed bedoeld en terecht. Je hebt bijna altijd een gevoel van onrecht. De criticus heeft de tekst slordig gelezen en slecht begrepen. Hij berijdt stokpaardjes en benadrukt steeds dezelfde onbelangrijke foutjes, terwijl je juist feedback wil op waar je verhaal écht over gaat. Je vraagt dus nogal wat van je vrienden, als je ze uitnodigt om kritiek te geven. Zij hebben de reflex om je te prijzen om wat goed is. Vinden ze het helemaal niks, dan spreken ze hun bewondering uit over je werkkracht en discipline. Alles liever dan zich negatief uit te laten over het project waar jij zulke hoge verwachtingen van hebt. En dat is nu precies wat je vraagt.  




What friends are for
Waarom vraag je dan je vrienden, zal de lezer zeggen. Hun beeld is gekleurd en voor je het weet heb je ruzie. Tja, wie kun je anders vragen? Het manuscript zoals het er ligt, is voor een uitgever nog volkomen oninteressant, dus die gaat er geen redacteur op zetten. Onafhankelijke redacteuren zijn duur, terwijl onduidelijk is of die investering zich terugbetaalt. Vreemden hebben geen enkele reden om uren aan een tekst te besteden die nog maar half af is en mede daardoor soms moeilijk leesbaar. Dat laatste is voor je vrienden minder een bezwaar. Behalve door vriendschap worden ze gemotiveerd door nieuwsgierigheid naar het autobiografische in de tekst. In de personages herkennen ze veel van de auteur – en van zichzelf.   

100.000 eenzame worstelaars
Dit alles roept een nieuwe vraag op: waarom wil je in dit stadium al feedback? Schrijf eerst een compleet verhaal en leg het dan voor aan meelezers, uitgevers of redacteuren. Door kritiek in een vroeger stadium ga je twijfelen en raak je het spoor bijster.
Dat is inderdaad een risico, maar ik zie een groter gevaar. Honderdduizenden Nederlanders schrijven, bijna allemaal in de verwachting gelezen te worden. De meesten maken hun werk nooit af. Vele duizenden doen dat wel en leggen hun vermeende meesterwerk dan hoopvol voor aan een uitgever of een andere eerste. Gewoonlijk haakt die snel af, vaak omdat hij het verhaal niet begrijpt. De schrijver slaat stappen in het verhaal over, veronderstelt kennis die hij niet heeft en trakteert hem op onbegrijpelijke diepzinnigheden en grappen. De meelezers hebben mij duidelijk gemaakt dat de eerste versie van Te grijs al deze tekortkomingen vertoont. Heel vervelend, maar dankzij de afgelopen ronde crowd editing kan ik er nog veel aan verhelpen.

zaterdag 6 februari 2016

“Leuk verhaal, maar tamelijk ongeloofwaardig”


Daar zat ik dan naast de open haard, bloknoot op schoot, pen in de hand. Om me heen zeven meelezers, allemaal oude vrienden. Ik had hun reacties uitgeprint en per onderwerp relevante opmerkingen verzameld. Statements die om toelichting vroegen, had ik vet cursief gemaakt. De documentatie telde twintig pagina´s, waarmee de administratieve kant van de bespreking geheel onder controle was. Culinair was niet alles gladjes verlopen. Gelukkig verdreef de geur van de open haard de lucht van de verbrande vega-curry.


Aantrekkelijke jonge mannen
Bij de evaluatie kreeg de enige bedscène veel aandacht. Waarom, vroeg een vriendin, duikt Iris in godsnaam met die oude Diederik de koffer in. Er lopen toch genoeg jonge en aantrekkelijke mannen rond op de afdeling? Ongeloofwaardige scène. En eerder heeft Iris tijdens het werk Diederiks rug gemasseerd. Lijkt me sterk, zei de vriendin. De anderen knikten: leuk bedacht, maar niet geloofwaardig. Net als de scène over het afkeuren van een kankermedicijn omdat het verschillende effecten heeft op blanken en zwarten. Kom aan, this is not for real!  Weldra had ik vier grote pagina’s gevuld met kritische aantekeningen. Mijn vrouw zag dat het me wat veel werd en verving mijn sapje door een glas wijn. Daar was ik aan toe.

Grappen en grollen
Toen kwam de bespreking van de personages. Diederik krijgt op zijn werk de meest wonderlijke opdrachten. Thuis wordt hij door zijn vrouw kritisch gevolgd. Wat vindt hij daar allemaal van? De lezer hoort er niks over, Diederik ondergaat het allemaal lijdzaam. Erg onwaarschijnlijk. En dan die grappige scènes. Ze zijn leuk, contrasteren met de serieuze stukken, maar wat wil ik eigenlijk zeggen met dat hele verhaal? Ik leg uit dat het gaat over een zestiger die ineens ontdekt dat zijn leven een dalende lijn vertoont. Ziekte komt zijn leven binnen, zijn huwelijk is sleets geworden, hij raakt in de knel op zijn werk. Hij moet zijn krachten hergroeperen. Ieder mens maakt dit door, het is een algemeen maatschappelijk probleem, zeg ik.

Stof tot denken
Die opvatting wordt niet gedeeld. Problemen op het werk hebben jongeren ook. Ouderen functioneren vaak uitstekend. Het is leuk om ouder te worden. Dat iedereen ermee worstelt, nee, dat is niet zo.
“Willen jullie alvast soep?” vroeg mijn vrouw, want de geplande etenstijd was al een uur voorbij.
”Dan kunnen jullie daarna verder praten.”
“Dank je,” zei ik “maar ik denk dat ik voorlopig genoeg heb om over na te denken.”
De maaltijd verliep genoeglijk en het afscheid was warm. Een van de gasten sprak nog een troostend woord.
“Dat we drie uur over je verhaal hebben gepraat, betekent dat het ons boeit.”
Daar zat wat in.

 

zaterdag 30 januari 2016

Houten Klazen worden echt geen Brave Hendriken

 Mensen lezen graag over schurken, als ze echt hebben bestaan tenminste.  Met gepaste afschuw en rode oortjes nemen we nog altijd kennis van het weerzinwekkende karakter van massamoordenaars als Hitler, Stalin en Mao Zedong. Dat ligt anders bij de hoofdpersonen van romans. Die moeten een beetje aardig overkomen. Dimitri Verhulst bijvoorbeeld voert ons in De helaasheid der dingen binnen in een milieu van stuitende aso´s, maar zijn hoofdpersoon is aan dit milieu ontsnapt. Nescio begint zijn Titaantjes zelfs met een geruststellende mededeling over zijn personages: “Jongens waren we - maar aardige jongens.”



Geaardheid als scheldwoord
Het verbaast me dan ook niet, dat de meelezers veel kritiek hebben op het gedrag van mijn hoofdpersoon Diederik. Dit was bij de eerste meeleesronde in juli al het geval. Diederik is op een storende wijze negatief, klagerig, egocentrisch en onaardig tegen zijn vrouw. Als ik zijn personage verder uitwerk, zal ik zeker proberen om die karaktertrekjes meer acceptabel te maken.
Bij één kritiekpunt aarzel ik, namelijk het verwijt van politieke incorrectheid. Dit punt speelde al bij de vorige roman In de schaduw van de Wolkenkrabber. De vrouwelijke hoofdpersoon, Amalia, scheldt daarin een straatrover uit voor homo. Incorrect, maar realistisch.

Bijdehante negers
Bij Te grijs zit het probleem in de scène waarin Diederik midden in de nacht uit zijn bed gebeld wordt door een Surinaamse man die bij hem “de band” wil boeken. Het is niet de eerste keer dat mensen hem met dit verzoek bellen, dus Diederik baalt flink en zegt: · “Ik heb geen band en het is midden in de nacht.”
“Niet overdrijven meneer, het is pas twee uur. Het begint net gezellig te worden. U bent toch ook nog op?”
Gaan die negers nou ineens bijdehand worden, denkt Diederik. Voor hen is het natuurlijk nog vroeg. Zij kunnen in de loop van de middag binnenlopen bij het UWV-filiaal in de Bijlmer om relaxed de vacatures door te kijken. Hij moet de trein van acht uur halen, want Iris wil nog voor het ochtendoverleg iets bespreken.
“Het spijt me,” zegt hij beleefd. ”Ik weet niks van een band.”


Functioneel incorrect
Ook hier geldt volgens mij, dat de scène realistisch is. Ik wil de lezer een hoofdpersoon geven, waarmee hij zich kan verbinden. Dat personage mag niet afstotend zijn, maar moet onvolmaaktheden hebben, zoals wij allemaal. Het al genoemde homo-fragment uit In de schaduw zal in de tweede druk ontbreken, omdat de hele overvalscène overbodig blijkt. In Te grijs is het politiek incorrecte functioneel, omdat Diederik dat deelt met zijn vrouw Claudia, tot ergernis van hun zoon. Andere irritante trekjes van Diederik zal ik inkaderen, maar handhaven. De personages zijn nog te veel Houten Klazen en daar ga ik iets aan doen, maar Brave Hendriken worden het echt niet.


 

zaterdag 23 januari 2016

Hoofdpersonen willen meer maanlicht en violen

Het creatief proces verloopt moeilijk, dus besloot ik donderdag het voorbeeld van de professionals te volgen. Werken in de kroeg, Jean Paul Sartre (De walging) deed het, Sándor Márai (Gloed) deed het en tegenwoordig doet iedereen het. Dus ik zat met mijn laptop in het café, capuccino naast me, want het was nog veel te vroeg voor drank. Op een gegeven moment kwam een stel binnen, druk in gesprek. De man was lang en slank, een intellectueel type met een glasbrilletje zoals oudere mannen dragen. Zijn trui met capuchon verried een verlangen naar verloren jeugd. De vrouw had een gemiddelde lengte, kort kapsel, rood jasje, grijze broek van leerachtige stof, laarsjes. Vooral die beetje wijde broek kwam me bekend voor.


 
Uw hoofdpersoon, aangenaam
Ik probeerde me weer te concentreren op mijn samenvatting van de feedback op Te grijs, maar werd steeds meer afgeleid omdat het tweetal voortdurend in mijn richting keek. Tenslotte zei de man iets tegen de vrouw en kwam naar me toe.
“U bent toch Michiel Nooren? U lijkt op die man uit het blog, maar uw snor maakt me onzeker.”
Ik stond op en gaf hem een hand.
“Michiel. En u bent?”
“Diederik. Ik ben uw hoofdpersoon en dat ...,” hij wenkte naar de vrouw om zich bij ons te voegen, “is mijn vrouw Claudia.”

Onwennig zwijgen
Even zaten we onwennig te zwijgen. Toen zei Claudia: “Raar eigenlijk dat u ons niet meteen herkende.”
Ik kon dat alleen maar bevestigen. Me strak aankijkend met haar blauwe ogen ging ze voort:
“Uw meelezers vinden ons na 111 pagina’s nog steeds onbestemd. Dat ik bitchy ben, dat wordt wél steeds benadrukt.”
Meteen mengde Diederik zich in het gesprek:
“Dat valt wel mee, schat. En ik ben vaak irritant met die lange, sombere verhalen...”
”Ik bén soms onaardig, “ onderbrak ze hem. ”Dus dat mag u laten staan, dat is gewoon zo. Maar waar Rik en ik moeite mee hebben is de beschrijving van ons huwelijk.”
Tot mijn verbazing begon ze te blozen.
“We missen de romantiek,” kwam Diederik haar te hulp. “Want die is er wel. Daarom blijven we bij elkaar.”

Zoiets als met Iris
Ze keken me vragend aan, hand in hand, verlegen met hun intieme verzoek en ik hield van ze, ook al kende ik ze nog niet zo goed.
“Meer scènes met maanlicht en violen. Meer huwelijksgeluk. Dat moet kunnen. In principe kan ik jullie alles geven wat je hartje begeert. Topbanen, rijkdom, roem.”
Tegelijkertijd knikten ze nee, dat hadden ze allemaal niet nodig.
“Ik heb wel een suggestie,” zei Claudia en bloosde opnieuw. ”Zo’n bedscène als met Iris, dat zou ik leuk vinden.”
“En ik ook,” viel Diederik haar bij. “Liever niet in datzelfde congrescentrum, natuurlijk.”
“Maak je geen zorgen,” zei ik. “Ik bedenk wel een prachtige plek.”
Opgelucht stonden ze op om afscheid te nemen.
“Mag ik u kussen?” vroeg Claudia.
“Zeker,” zei ik. “En je mag me ook tutoyeren.”
En eindelijk begon ik een beetje van haar te houden.
  
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Probleem met plaatsing? Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Alleen je naam komt in het reactieveld. Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen.

 

 

vrijdag 15 januari 2016

Broeden op Bonita Avenue en The old man and the sea


Net als in mei denk ik vaak aan mijn vader. Toen was ik aan het broeden op het concept van Te grijs dat ik wilde schrijven. Nu probeer ik me een beeld  te vormen van de TegrijsDEF, het echte boek. Mijn vader broedde vooral als hij iets moest repareren. Peinzend, zonder haast, liep hij rond met bijvoorbeeld een kraantje in de ene hand en een stuk binnenband in de andere.
“Het kraanleertje is versleten en nu zoek ik iets zoals dit, maar dan dikker.”
Vervolgens bestudeerde hij een stukje leer en hield daarna een stuk vlakgom tegen de onderkant van het kraantje, dat hij af en toe denkbeeldig open en dicht draaide. Hij vond altijd een oplossing. Het is dat zijn ogen slecht zijn, anders liep hij in het bejaardenhuis nog steeds zo rond, broedend.



Brokkelig en ijl
Wat ik precies zoek, weet ik niet. Duidelijk is wel dat het manuscript brokkelig is en ijl. Ik heb scènes nodig die de personages een duidelijkere vorm geven. Verder moet ik het verhaal structureren, zoals een lied met melodie en ritme, met regels, coupletten, met een begin en eind. Het is moeilijk, maar anderen hebben het eerder gedaan. Met mijn manuscript in mijn hoofd loop ik dus speurend langs mijn boekenkast.
Een man, een jongen en een vis
Ik pak een dun boekje, The old man and the sea van Ernest Hemmingway. Ik ken geen Spartaanser verhaal dan dit. Hemmingway vertelt ons dat de oude visser Santiago heet, maar spreekt verder over the old man. Zijn jonge vriend is the boy, net zoals de enorme zwaardvis the fish is. De zee meegerekend zijn er maar vier personages. De structuur is strict chronologisch. De eerste woorden zijn een droge mededeling: he was an old man and he fished alone.


Over Aaron, Joni en vele anderen
Op een plank ernaast zie ik het tegendeel van Hemmingways boekje, het lijvige Bonita Avenue van Peter Buwalda. De titel geeft al aan dat het verhaal een stortvloed is van namen van personen en plaatsen. De eerste zin bevat er al twee: Toen Aaron (…) door Joni Sigerius werd meegetroond… Geen eenzame boottocht voor Buwalda. Hij tuigt een bonte karavaan op en voert zijn lezers mee. Heel veel lezers: ik heb zelf de 27-ste druk. 

Bijna luie fase
Meesterwerken zijn intimiderend, maar ze wijzen me op mogelijkheden die ik kan benutten op mijn eigen niveau. Het kiezen van een bepaalde aanpak voor Te grijs is zoals gezegd een tastend proces. Ik zoek op het moment een soort Bonita avenue, maar met meer The old man and the sea. Dit broeden is een prettige fase als je het zonder haast doet. Ik volg daarin het voorbeeld aan mijn vader, die altijd een oplossing vond.  
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Probleem met plaatsing? Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Alleen je naam komt in het reactieveld. Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen.

 

zondag 10 januari 2016

Meelezers melden houten klazen en nog veel meer

Voordat ik het concept van Te grijs rondstuurde, blogde ik dapper: de meelezers zullen zeker nog veel tekstuele en structurele onvolkomenheden melden. Daar ben ik niet bang voor. Ik heb inderdaad onbezorgd de boom opgetuigd, eend gebraden, Kerstliedjes gespeeld en andere prettige dingen gedaan die bij de feestmaand horen. Nu de eerste drie commentaren van de meelezers voor me liggen, is mijn stemming tobberiger.
  

Sex sells
Een van de vragen aan de meelezers is, welke scène zij zich spontaan herinneren. De twee mannelijke respondenten noemen allebei  de enige expliciete bedscène. Daarin wordt hoofdpersoon Diederik verleid door zijn veel jongere collega Iris, ik citeerde eruit in het blog van 31 oktober Deadline gehaald. De derde, vrouwelijke meelezer zwijgt over deze scène, maar noemt Iris ondanks deze echtbreuk wel sympathiek.

 

Lachend geschreven
Dit resultaat verbaast me. Bij een gesprek van Diederik en echtgenote Claudia op het zwarte strandje onder de steile klippen van La Gomera moest ik iets wegslikken toen Diederik zei dat leven niet zijn hobby was. Met tranen in de ogen beschreef ik een bezoek van Diederik aan een vriend die totaal gedesoriënteerd is door zijn chemotherapie. Het was niet eenvoudig om die stukken te schrijven, maar het moest. De bedscène en de dromen zette ik lachend in een paar uur op papier. Kennelijk stralen ze dat uit.
Het klazen-probleem
Bij het versturen van het concept voelde ik wel waar de grote klap kon vallen. Mijn grootste zorg is dat mijn personages voor de lezer houten klazen blijven. Bij Diederik valt de houterigheid mee, maar door de verkeerde oorzaak: de meelezers herkennen mijzelf in deze wat sombere man. Iris komt enigszins over het voetlicht, maar wordt wel onwaarschijnlijk genoemd. Over Claudia zou iedereen meer willen weten, ze is nu vaag. Ik verwacht niet dat het oordeel van de andere meelezers veel anders is. Wat de personages betreft ligt het grote werk nog voor me.

Minder geschikt voor ouderen
De meelezers vinden allemaal dat het verhaal te rudimentair is, ik moet veel meer toelichten. Er is gelukkig hoop, want de laatste 30 pagina’s zijn geweldig. Nu de rest nog. Ik had ook gevraagd of de meelezers het boek cadeau zouden geven aan een 60-jarige. Eén antwoord sprong eruit, namelijk nee, wel aan een jonge vent. Ik heb concept meteen toegestuurd aan een student in Wageningen. Kijken wat hij er van vindt.

Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Probleem met plaatsing? Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Alleen je naam komt in het reactieveld. Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen.