vrijdag 26 januari 2018

Meelezers krijgen gewenste happy end


Een van mijn lastigste karaktereigenschappen is wat je zelfstandig denken kunt noemen of grenzeloze eigenwijsheid. Ik houd gemakkelijk vast aan mijn eigen mening, ook al wijkt die af van de visie van alle anderen. Ook neig ik tot onaangepast gedrag, ik ben een beetje een zonderling. Dat maakt de communicatie met anderen moeilijk. Regelmatig hebben mensen zelfs geen idee wat ik wil zeggen. In de journalistiek was dat geen probleem, omdat de eindredacteur mij dwong mijn bijdrage af te stemmen op het publiek. Nu ik zelfstandig schrijver ben, vervult een lezerspanel de eindredactionele functie.   


Vriendenpanel
Een zwakte van mijn model is, dat de meelezers hun werk doen als vriendendienst en dus persoonlijk betrokken zijn bij mij en mijn partner. Bij het beoordelen van een autobiografische roman als Te grijs speelt dat een rol, maar in welke mate is moeilijk te zeggen. Zo is een algemeen kritiekpunt op het verhaal de plotselinge terugkeer van Claudia naar haar man Diederik zodra hij kanker blijkt te hebben.
Ik dacht dat deze terugkeer voor de lezers vanzelfsprekend zou zijn. Claudia is alleen pissed off door zijn somberheid en de voortdurende ruzietjes. Ze ziet haar bijna levenslange relatie met haar man ontsporen en wil in eenzaamheid analyseren wat er gebeurt en wat ze voelt. Daarmee is de verhouding niet voorbij, hij ligt daar als unfinished business. Het welzijn van Diederik gaat haar nog steeds ter harte en als hij in nood is, snelt ze te hulp.    
 
Hereniging ondoordacht
De meelezers vinden dit een ondoordachte actie. Zij vrezen een situatie zoals Ian McEwan beschrijft in De kinderwet. De zestiger Jack is na een uitstapje naar een jongere vrouw weer terug bij zijn leeftijdsgenoot en vrouw Fiona. Ze liggen in het halfdonker in bed “terwijl buiten de kamer de schoon geregende stad op haar zachtere nachtelijke ritmes overging en hun huwelijk moeizaam werd hervat (…)”. Met Jack en Fiona lijkt alles goed te komen. Bij Diederik en Claudia hebben de meelezers grote twijfels en verwachten dat de spanningen weldra weer zullen oplopen. Zij willen een happy end voor de twee romanfiguren.
 
Taylor en Burton take 2
Mijn meelezers hebben de tijd genomen om het manuscript schriftelijk en mondeling te becommentariëren. Op mijn verzoek. Wat hun beweegredenen ook zijn, ik moet hun twijfel aan de hereniging serieus nemen. Ik zal dus laten zien dat Diederik minder angstig en positiever wordt na het al dan niet tijdelijke verlies van partner, baan en gezondheid.
De lezer mag de hervatting van de relatie dus met enig vertrouwen tegemoet zien. Het wordt niet Liz Taylors tweede huwelijk met collega-acteur Richard Burton, dat net als het eerste fout liep. Eigenzinnig als ik ben, handhaaf ik echter de laatste zin van Te grijs, waarin Claudia haar terugkeer aankondigt als bij Diederik kanker wordt vastgesteld. “Als jij door de hel moet,” zegt ze ”ga ik met je mee.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

vrijdag 19 januari 2018

Meeslepend verhaal over saaie vorstin

Ik geloof dat ik de laatste Nederlander ben die Netflix heeft genomen en naar The Crown kijkt. Met veel genoegen, trouwens. De makers stonden voor een grote uitdaging. Tijdens de regering van Elisabeth II zijn de Duitsers verslagen, is het Britse wereldrijk verloren gegaan en werd Groot-Brittannië een moderne monarchie. De Kroon, de Koningin dus, speelde daarin echter geen rol. Ook als persoon was ze kleurloos. Onze koningin Wilhelmina regeerde mee, Juliana ontsnapte geregeld aan het protocol, Beatrix was een scherpzinnige vorstin met visie. Elisabeth wist alleen wat af van paarden en honden en deed haar plicht.


Ruige leegte
Toch hebben de makers van The Crown in Elisabeth II een dramatisch verhaal gevonden. Ze kwam op de troon als 26 jarige vrouw, niet bijster snugger, laag geschoold en zonder veel warmte of charme. Wel had ze ambitie en daarin lag het verhaal, het centrale thema. De hofhouding dempt ieder initiatief van haar, premier Churchill en de andere politici lopen beleefd buigend over haar heen. De meeste mensen in haar positie waren snel afgeknapt en vertrokken naar de ruige leegte van de Schotse hooglanden. Elisabeth II bleef overeind en vond een manier om haar plichten als koningin te vervullen.
 
Thee en kraamhulp
Een dergelijke dramatische lijn zoek ik voor Te grijs. Het liefst had ik de methode van Hella Haasse (Oeroeg 1948, Heren van de thee 1992) gevolgd. Zij piekerde net zo lang tot de vorm van het verhaal haar ineens te binnen schoot. Deze efficiënte aanpak was voor haar de enig mogelijke: “Ik kan niet alvast het een en ander op papier zetten, een beetje experimenteren... niets lukt me.” Tot ze ziet wat ze eigenlijk wil vertellen.
Ik zelf heb het licht niet gezien. Ik ben gaan schrijven en heb nu tweehonderd pagina’s “losse flarden” zoals thrillerschrijfster Esther Verhoef (Rendez-vous 2006, De kraamhulp 2014) dat noemt: gedachtes, dialogen, sfeertekeningen. Net als ik produceert ze die flarden op intuïtie. Pas later ontdekt ze het verhaal en begint “het grote schrappen”.
 
Diederik II
Gezien de productie van Verhoef bereikt ze die fase binnen een redelijk tijdsbestek. Het kan ook anders. Gabriel García Marquez zocht 5 jaar naar de juiste toonzetting voor Honderd jaar eenzaamheid (1972). Toen dacht hij plotseling aan het uitgestreken gezicht waarmee zijn grootmoeder haar volstrekt ongeloofwaardige verhalen vertelde. Toen wist hij hoe hij zijn eigen verhaal wilde vertellen en schreef een meesterwerk.
Dat hoop ik natuurlijk ook te doen, maar eerst moet ik het drama vinden van de ouder wordende bankemployé Diederik. In feite een saaie man die met moeite het hoofd boven water houdt. Een beetje zoals koningin Elisabeth II.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 12 januari 2018

Gelukkig zijn - voor schrijven een noodzaak

Merkwaardig genoeg beleven we onze gelukkigste momenten als we totaal geabsorbeerd zijn in een activiteit. Als we bezig zijn zonder twijfel aan het nut van wat we doen, zonder gedachtes aan hoe we onze tijd beter kunnen of zelfs moeten besteden, zonder aandacht voor wat anderen van ons denken.
Je ziet dat geluk bij een kind dat haar pop aankleedt terwijl ze het geruststellend toespreekt. Bij een sportvisser die alleen let op zijn dobber en op bewegingen in het water. Bij een hobbykok die een gladde roux maakt.


Scripta manent
Zulk meditatief geluk is zelden de hoofdreden om een roman te schrijven. Roem en rijkdom staan meestal hoger op de lijst. Roem in de vorm van Tv-optredens en een uitnodiging voor het Boekenbal to rub shoulders met de Grote Auteurs. Rijkdom dankzij tonnen jaarlijkse royalty’s, zodat je een huis kunt kopen aan de Amstel met uitzicht op de rivier en een ommuurde tuin om tomaten, vijgen en druiven te kweken. Verder trots omdat er een roman met je naam erop in de etalage van de boekhandel ligt. En natuurlijk het geloof in scripta manent. Wie schrijft, zou eeuwig voortleven in zijn werken.
Van hen die een roman voltooien, wordt slechts een enkeling met roem en rijkdom beloond. Momenten van diep geluk vallen echter aan allemaal ten deel, daar ben ik zeker van.
 
Cocon van niet-bestaan
“Zodra de schrijver schrijft, stopt hij schrijver te zijn,” constateerde Joost Zwagerman (Vals licht 1991, De buitenvrouw 1994, Duel 2010) in de Volkskrant van 18 november 1999. Als auteur werk je in een cocon van niet-bestaan, aldus Zwagerman: “Je leeft louter in tekst - tekst die nog moet komen. Je wordt niet meer gehoord en kunt dus weer als vanouds praten tegen iemand die niets terugzegt. Je bent vrij: je bent een God in het diepst van je gedachten.”
Het spelende kind, de visser, de kok, ze zijn allemaal gelukkig in die cocon van niet-bestaan. Net als de schrijver, maar er is één verschil. Bij hen is geluk een bijproduct van wat ze doen. Bij de schrijver zijn momenten van geluk noodzakelijk voor de productie. Welke motieven iemand ook maar heeft om een roman te schrijven, hij zal af en toe gelukkig zijn. Hij moet wel.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com
 

vrijdag 5 januari 2018

Een he said, she said-story is een brug te ver

Ik heb niet de gewoonte om op mijn beslissingen terug te komen. Deze week kwam ik toch in de verleiding. De oorzaak was de knappe drie-paar-ogenconstructie in de thriller Het meisje in de trein (2015) van Paula Hawkins. De Britse schrijfster laat het verhaal vertellen door drie vrouwen die verbonden worden door hun liefde voor dezelfde man.
Het niet zo jonge, onvruchtbare “meisje” uit de titel, Rachel, passeert in de trage forensentrein haar voormalige rijtjeshuis waarin zij de nieuwe vlam van haar ex ontwaart, eerst zwanger, dan met baby. Vier huizen verderop wonen twee bijzonder aantrekkelijke mensen die in Rachels fantasie een droomhuwelijk hebben. Mede omdat Rachel haar ex-man stalkt, komt ze voor in de verhalen van de andere twee vrouwen. Die verschillen, maar over de feiten zijn ze het eens.
 


He said, she said-story
Even wilde ik Hawkins constructie gebruiken voor Te grijs. Toen hoorde ik van de Amerikaanse thriller Gone girl (2012) van Gillian Flynn. In haar twee eerdere romans schreef de auteur over mensen die zich niet kunnen binden. Gone girl (ook de titel van de vertaling) gaat over twee mensen die zich wél gebonden hebben, ze zijn getrouwd.
"I liked the idea of marriage told as a he-said, she-said story, and told by two narrators who were perhaps not to be trusted," zei Flynn. De echtelieden vertellen hun eigen verhaal, maar hun versies van de werkelijkheid verschillen nogal, mede omdat ze wat rommelen met de feiten.
 
Lastig realisme
Dat mensen in verschillende werkelijkheden leven, is natuurlijk realistisch, maar lastig voor de lezer en voor de schrijver. Als ik kies voor echte meerstemmigheid, moet ik een tweede subjectieve werkelijkheid creëren, namelijk die van Diederiks vrouw Claudia.
Bovendien wordt mijn boek over ouder worden dan het verhaal van een huwelijk uit de mond van beide partners. Relationele verwikkelingen zijn nu al het deel van het verhaal waar ik het meest mee worstel, ook al laat ik het met gezag door één persoon vertellen. Ondanks eigen ervaring, vind ik het heel lastig om uit te leggen waarom twee mensen hun levens vervlechten. Flynns visie op het huwelijk bemoedigt me niet. Zij noemt het huwelijk the ultimate mystery.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 29 december 2017

Nee, ik heb nergens spijt van

Ik ben net terug van mijn dagelijkse fietstochtje naar het station van de Zuidas en zit nu in de woonkeuken achter de laptop. Terwijl de koffie doorloopt geef ik mijn laatste blog van dit jaar zijn naam: blog103_29122017 BalansSchrijverschap. Ik begon met de roman en het blog op maandag 1 juni 2015. Ik had in die 2,5 jaar flink kunnen vorderen met een dissertatie om alsnog mijn PhD in de geschiedenis te behalen. Ik had me toe kunnen leggen op de muziek en bassist kunnen zijn in een oudelullencoverband. Ik had een microbrouwerij kunnen beginnen. Of ik had het leven kunnen leiden van een pensionado die elke nieuwe dag op zich af laat komen en niets meer hoeft. Ik verkoos echter het schrijverschap.

 
Dode darlings
Voor mij ligt een print van mijn manuscript, 115 pagina’s A4 ofwel 73.000 woorden. Dat is nauwelijks meer dan de eerste versie van Te grijs die ik eind 2015 aan het lezerspanel toestuurde. Ik heb veel darlings gekild en nieuwe scènes ingevoegd, maar een goed lopend, evenwichtig verhaal is er nog niet. Dat stond gepland voor “2016, als de bladeren vallen”, zoals ik het poëtisch in mijn eerste blog verwoordde. Mijn project is dus enorm vertraagd, wat een bron van frustratie is. Over de kwaliteit van de scènes ben ik tevreden. Echter, om het beeldend te zeggen: ik heb genoeg spannende foto’s, maar ik krijg ze niet in de juiste volgorde in het album.


Serieuze droom
Een langdurige worsteling met een verhaal hoort bij het schrijver zijn. Net als spanningen met vrienden die zich in bepaalde scènes herkennen en aanstoot nemen. Verder heb ik nog steeds het vertrouwen dat het boek er komt en dat ik er in ieder geval zelf tevreden over zal zijn. Natuurlijk vraag ik me af of het allemaal de moeite waard is en het antwoord is altijd: ja. Ik heb sinds mijn kindertijd romanschrijver willen worden. Door mijn pensionering kreeg ik de kans en die heb ik aangegrepen. Misschien slaat mijn eerste eigen roman helemaal niet aan en misluk ik als schrijver. Dan nog zal ik blij zijn dat ik mijn droom serieus heb genomen.       
 
Dank aan mijn helpers
Wat tot nu toe soepel loopt is het wekelijkse blog over het schrijven van Te grijs. Het levert goede reacties op en geeft mij nieuwe inzichten. In deze laatste post van 2017 wil ik graag alle blogbezoekers bedanken en ook het lezerspanel, in het bijzonder mijn partner Angeline Jansen. Ik sta ook in het krijt bij Cécile Sanders, met wie ik In de schaduw van de Wolkenkrabber heb geschreven. Cécile is mijn vraagbaak voor informatie over auteurs en boeken die in mijn blogs voorkomen. Angeline bewaakt de kwaliteit van mijn teksten. Haar kritiek neem ik even serieus als haar lof.
Ik hoop dat ik ook in 2018 op de hulp van mijn omgeving kan rekenen. Schrijven is zoveel leuker, als je het samen met anderen kunt doen. Verder wens ik u allen een gelukkig 2018.    
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 22 december 2017

Na de slotscène neemt de lezer het gewoon over


“Begin bij het begin en stop bij het einde,” zegt de Hartenkoning in Alice in Wonderland (1865), als het Witte Konijn klaar staat om zijn getuigenis af te leggen. Was het vertellen van een verhaal maar zo simpel. Ernest Hemingway probeerde 39 eindes uit voor A farewell to arms.(1929). Uitgever Scribner heeft ze een paar jaar geleden allemaal bij elkaar gezet om te laten zien dat de Amerikaanse oermacho meer deed dan verliefd worden, grootwild jagen, vissen en zuipen. Bijvoorbeeld hard werken aan het einde van A farewell. Hij had kunnen stoppen bij de dood van zijn vriendin: “It did not take her very long to die” was een prima laatste zin geweest. Kennelijk vond Hemingway dat te abrupt. Hij beschrijft namelijk vervolgens hoe de hoofdpersoon nog even alleen bij het lijk blijft. Een vergissing, want:
“It was like saying good bye to a statue. After a while I left the hospital and walked back to the hotel in the rain.”
De Amerikaanse oorlogsroman heeft zo weer een klassiek slot gekregen: de liefdesverhouding met Catherine eindigt en daarmee stopt het verhaal.



 

Etiketten plakken
Ik heb zelf de afgelopen week nagedacht over het slot van Te grijs.
Mijn jongste zoon is The hero with a thousand faces. (1949) aan het lezen, waarin Joseph Campbell de universele structuur blootlegt van mythes, van verhalen dus. Aan de hand daarvan hebben we alle hoofdstukken gedefinieerd met termen als The hero’s journey, Refusal of the call, Rescue from without en Freedom to live. We etiketteerden ook het slothoofdstuk en toen kreeg ik twijfel over mijn slotzin. We zijn op de laatste pagina van Te grijs. Claudia is het gesomber moe en woont tijdelijk bij een vriendin. Zodra ze hoort dat echtgenoot Diederik kanker heeft, komt ze bij hem terug met de woorden: “Als jij door de hel moet, ga ik met je mee.”

Mopperende depri
Deze slotzin heb ik bedacht vóór ik begon te werken aan Te grijs. Later kwamen meelezers met bedenkingen. “Mooi dat ze terugkomt, maar ik vraag me af hoelang ze het met hem uithoudt, met die gedeprimeerde mopperkont” en “Ik wil wel weten hoe het afloopt met die ziekte”. Met die laatste opmerking ben ik gauw klaar. In het echte leven heb ikzelf aanstaande mei de laatste controle. Naar verwachting word ik dan gezond verklaard. De herinnering aan het lijden vervaagt. No way ga ik die misère herbeleven omwille van literair succes.
 
Liever vissen
Of Claudia het zal uithouden bij Diederik weet ik niet. De man verliest zijn baan, zijn vrouw en zijn gezondheid. Ik zal beschrijven dat hij daarvan leert. Renate Dorrestein schreef ooit dat geen enkel verhaal eindigt met het laatste woord. “In andere hoofden dan die van de schrijver gaat het proces nu verder.” Het is aan de lezer om in te schatten of Diederik genoeg is gelouterd door zijn verliezen om de relatie met zijn vrouw duurzaam te herstellen. Ik ben hoopvol gestemd. Dat geworstel met 39 alternatieven laat ik aan Hemingway over. Ik kan mijn tijd wel leuker besteden.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 14 december 2017

In de slag tegen de maar-verslaving

Ik weet niet of ik meer slechte gewoontes heb dan de gemiddelde mens. In ieder geval heb ik er teveel. Ik luister slecht, druk me negatief uit, droom weg tijdens het autorijden, doe praktische dingen gehaast, to name but a few. Ook bij het schrijven strijd ik tegen slechte gewoontes en één daarvan is het overmatige gebruik van het woordje maar.
Kennelijk heb ik al  jaren het vage besef dat ik teveel maar. Ik voelde me namelijk meteen aangesproken door de stelling van Jeroen Brouwers, dat wie meer dan drie keer per pagina maar gebruikt, zich geen schrijver mag noemen. Ik las die uitspraak vorig jaar en bekeek meteen mijn manuscript. Op 121 pagina’s kwam het gewraakte woord 523 keer voor ofwel 4,3 per bladzijde.



Rolmodel J. Brouwers
Brouwers (Batavia 1940) is qua productiviteit een rolmodel voor mij. Hij publiceerde sinds zijn 21-ste gemiddeld een boek per jaar en won twintig literaire prijzen. Alles in zijn leven zet hij om in boeken. Tijdens de Japans bezetting van Indië werd hij met zijn ouders geïnterneerd (Bezonken rood, 1981). Als kind was hij onhandelbaar en werd naar het internaat gestuurd (Het hout, 2014). Ook de zelfmoord van zijn minnares was een bron van inspiratie en leidde onder andere tot een boek over suïcide van Nederlandse schrijvers (De laatste deur, 1983). Gezien zijn uitspraak over maar, lijdt hij aan dezelfde slechte neiging als ik. Of hij deze neiging met succes bestrijdt, heb ik niet gecontroleerd. Zelf boek ik vooralsnog weinig resultaat. Ik ben me bewust van het probleem. Toch telt de nieuwste versie van Te grijs 580 maren op 132 pagina’s, waarmee het gemiddelde in 2017 licht is gestegen tot 4,4.


Hinderlijk want overbodig
Het voornaamste bezwaar tegen maar is dat het meestal weinig toevoegt. Zo min mogelijk gebruiken dus. Verder is herhaling van maar-zinnen hinderlijk, zoals de eerste scène van Te grijs laat zien. Diederik is jarig en de open haard is gezellig aan.
De haard is klein, maar al snel beginnen gasten te klagen over de hitte.  
Zin opsplitsen: De kleine haard brandt fel. Al snel beginnen de gasten te klagen over de hitte.
Verderop komt een vriendin ter sprake wiens man kanker heeft.
“Ze moet af en toe doodsbang zijn, maar daar laat ze niks van merken.”
Zin opsplitsen en maar weglaten, omdat het de zin afzwakt: “Ze moet af en toe doodsbang zijn. Daar laat ze niks van merken.”
 
Achttien jaar jong
In een bijzonder maar-rijke passage merkt een van de gasten op dat Claudia al in hun eerste studiejaar Diederiks vriendin was.
“Min of meer,” zegt Diederik, zonder te merken dat zijn vrouw vlak bij hem staat, een fles witte en een fles rode wijn in haar handen.
“Dat kon enthousiaster, lieverd. Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn, maar niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde. Ik was 18! Ik wist niks van de liefde, jij was de eerste man in mijn leven.”
Maar
weglaten en weer de zin opsplitsen: Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn. Niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde.
Het citaat gaat verder: Diederik wil zeggen dat zij voor hem ook de eerste vrouw was, maar de gever van het boek slaat zijn arm om Claudia heen en zegt tegen haar:
“Je kent hem toch. Voor Diederik is het glas altijd halfleeg. Maar je kunt wél met hem lachen.”
De eerste maar staat er terecht. Hij verklaart waarom Diederik niet zegt wat hij wil zeggen, zijn vriend komt tussenbeide. De tweede maar is overbodig vanwege het woord wél. Schrappen dus. Je kunt wél met hem lachen.
 
War on but
Het lachen is mij vergaan bij deze kleine search and destroy-operatie, deze war on but. Met nog 518 maren te gaan, ben ik zeker vier ochtenden bezig (’s middags lees ik) om te herstellen wat ik door onoplettendheid fout heb gedaan. Brouwers heeft gelijk. Maren is een slechte gewoonte, die we moeten onderdrukken. In dit blog heb ik dat gedaan en ziet: buiten de citaten staat er geen enkele maar in, behalve deze dan. Weldra zal ik een slechte gewoonte minder hebben. Het is een begin.  
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com


vrijdag 8 december 2017

Naar een verbeterde, rookvrije editie

In Te grijs rookt Diederik af en toe een joint. Op dit moment is dat net sociaal acceptabel. Als mijn roman in de winkel ligt, zijn we al een tijdje verder en normen veranderen snel. Tegen die tijd is gebruik van cannabis gelegaliseerd en daarmee fatsoenlijk geworden. Wiet roken - hoe privé ook - zal dan echter de status hebben van tabak pruimen: vies. Cannabis wordt dan gegeten of gedronken. Als ik de brave Diederik ook nog een keer in de auto zijn telefoon laat opnemen is hij voor de lezer een hufter geworden, een aso.


Romanexpert Kruijf
Over de race van de schrijver met de tijd heb ik al eerder geblogd, zonder een oplossing te kunnen aandragen. Scripta manent: het geschrevene blijft, onveranderd en eeuwig. Sindsdien ben ik gaan beseffen dat digitaal lezen en de opkomst van de Cloud onbeperkte ruimte geeft om een verhaal te updaten en te verbeteren. Dat laatste is heel belangrijk. Op het moment dat je een verhaal afrondt, ben je er tevreden over, anders zou je er nog aan doorwerken. Pas later zie je verbeterpunten, stilistisch en romantechnisch. Ook voor een verhaal geldt de uitspraak van Johan Kruijff, dat je dingen pas ziet als je ze doorhebt. In Te grijs hoop ik aannemelijk te maken dat Claudia bij Diederik terugkomt. Wat haar exacte motieven zijn, kan ik misschien pas onder woorden brengen als het boek in de verkoop ligt.


Frankenstein verbeterd
Technisch kun je dus updaten, maar schendt je niet de normen van het ambacht? Misschien, maar Grote Schrijvers zijn je voorgegaan. In een ver verleden herschreef de Britse Mary Shelly haar Frankenstein (eerste editie 1818, verbeterde uitgave 1831). In Nederland voegde Boudewijn Büch na tien jaar twee hoofdstukken toe aan De kleine blonde dood (eerste editie 1985). Jan Wolkers kwam in 1979 met een nieuwe versie van Kort Amerikaans (eerste editie in 1962). Tot dat moment vond hij aanpassing van de eerste romantekst zonde van de tijd. Voortschrijdend inzicht kon je beter gebruiken voor een nieuw boek. Wat hem ertoe bracht zijn mening te veranderen, weet ik niet. De lezers waren kennelijk tevreden met de eerste versie, want die beleefde ongewijzigd 39 drukken.

Een tweede kans
Zolang er alleen papieren romans bestonden, was verbetering na publicatie bijna alleen mogelijk als de eerste versie al goed verkocht was en er een tweede druk zou komen. Aannemend dat de opkomst van de Cloud doorgaat, krijgen ook in eerste instantie geflopte romans een tweede kans. Hoe dit precies gaat uitwerken, weet ik niet. Digitaal lezen zal sowieso leiden tot een sterke stijging van het aantal titels. Als daar nog verschillende versies bijkomen, zullen boekenkopers voor nieuwe keuzes worden gesteld, Willen zij de betere versie waarin gerookt wordt, of de iets zwakkere, maar tabaksvrije editie? Lezen wordt niet eenvoudiger, maar wel leuker.

Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.
oA

vrijdag 1 december 2017

Productief dankzij Me too en knuffelminnares

Ken je dat lekkere na-de-filegevoel? Eerst heb je stilgestaan, dan een minuut gereden en weer stilgestaan. De chauffeur achter je zit te lullen met andere passagiers, telefoneert en kijkt overal heen behalve vóór zich. Een botsing tegen jouw achterkant is een kwestie van tijd. Onverwacht begint de kolonne vaart te maken en uiteen te vallen. Je krijgt ruimte en accelereert tot je op een comfortabele snelheid naar je bestemming cruiset. Heerlijk.     


Boek in beweging
Zoiets heb ik nu als schrijver: het boek is weer in beweging. Bijna had ik het manuscript uitgeprint en verbrand, zoals Henry Roth deed met If we had bacon, de opvolger van zijn toen nog weinig succesvolle debuut Call it sleep (1934). Roth werd uiteindelijk kippenboer. Pas dertig jaar later werd zijn eerste boek herontdekt en was de agrariër uit Maine plotsklaps toch nog een gevierd schrijver. Ik ben 66 dus zo lang kan ik niet wachten. Te grijs moet zo snel mogelijk af en dan zo veel mogelijk mensen aanspreken. Ik ben zelf tevreden over wat ik nu schrijf.         

Me too-gevoel 
Zoals ik al meldde, zijn een paar regels Me too-geïnspireerd. Ik was bezig naast de al stevige werk-pilaar een relationele pilaar voor Te grijs op te bouwen. Een van de scènes is de aankoop van een nieuw, heel breed bed, op initiatief van Claudia. Diederik kan geen bezwaar maken tegen de vervanging van hun krappe slaapmeubel vol herinneringen, maar is er niet gelukkig mee:
Hij voelt zich als een stagiaire die is ingegaan op de avances van haar chef. Ze vindt hem aardig en een afwijzing zou de sfeer bederven, maar ze is zelf nooit op het idee gekomen om seks met hem te hebben.
Knuffelminnares
De eerste nacht in het nieuwe bed is moeilijk:
Claudia ligt ver van hem af te genieten van een diepe slaap, maar hij is klaarwakker. Hij voelt zich eenzaam en vreest dat in het vervolg alle nachten zo zullen zijn. Wat te doen?
Voor scheiden is het simpelweg te laat, ze moeten hun problemen pragmatisch oplossen. Stel dat hij een minnares vindt om af en toe samen mee te slapen, tegen elkaar aan, de hele nacht. Als hij eruit moet, zal hij zich met moeite losmaken van haar slapende lijf en als hij terugkomt zal ze zacht kreunend weer tegen hem aan kruipen, zonder wakker te worden.
Wat hem betreft mag Claudia een jongere minnaar nemen. Als ze op dezelfde nacht buitenshuis slapen, zal het met de jaloezie wel meevallen. Zeg eens in de twee weken, op woensdag, dan hebben ze zelden een afspraak. Hij ziet het al voor zich, Claudia die zich na haar werk naar een kerel begeeft met een overvloed aan viriele kracht. Niet een vijftiger zoals haar collega van klassieke talen, maar een gespierde jonge god die haar voor het eten al lachend op bed werpt en penetreert, voor de eerste keer die avond maar zeker niet de laatste. Op donderdagochtend zal ze dan verzadigd en moe naar haar werk gaan en verlangen naar het eind van de dag, naar hem, die na een knuffelnacht ook in een prima humeur is.

 
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.

vrijdag 24 november 2017

Literaire opfrissing start met donzige verassing

Alleen het voornemen om literair op te frissen heeft me al gestimuleerd. Ik had een productieve week en heb goed gewerkt aan Te grijs, waarbij ik een paar zinnen schreef waarin de Me too-campagne doorklonk. Daarover volgende week meer.      



Gelauwerd maar onbekend
Voor het verse leesvoer van eigen bodem kan ik terugvallen op De Nederlands literatuur van de 21ste eeuw  van Wim Brands (1959-2016). Deze dichter en VPRO-presentator (Boeken) publiceerde kort voor zijn dood fragmenten van zestig schrijvers die in het nieuwe millennium hun prozadebuut hebben gemaakt. Ik hoop dat de lezer meer in het heden leeft dan ik, want ik heb alleen Peter Buwalda (Bonita avenue, 2012) en Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, 2008) gelezen. De 58 andere auteurs, soms overladen met lof en prijzen, zeiden me niets. Bijna alles dat er sinds 2000 in literair Nederland is gebeurd, is dus langs mij heen gegaan. Een verontrustende constatering voor iemand die aansluiting zoekt bij het huidige lezerspubliek.      

Van Bervoets naar Mersbergen
Het zal nog even duren voor ik thuis ben in het contemporaine schrijverslandschap. Een vriendin die meer bij de tijd is, selecteerde de vijf boeken die het meest positief in de media zijn ontvangen. Het lijstje is chronologisch.
1)     Hanna Bervoets: Fuzzy (2017)
2)     Leonard Ilja Pfeijffer: La superba (2014)
3)     Maartje Wortel: IJstijd (2014)
4)     Peter Buwalda: Bonita Avenue (2012)
5)     Jan van Mersbergen: Naar de overkant van de nacht (2011)

Fuzzy Bervoets
Fuzzy is vers van de pers. Het is het zesde boek van de 43-jarige Hanna Bervoets, die in 2009 debuteerde met de psychologische roman Of hoe waarom, een onconventionele titel.  Het nieuwste werk heeft wel een mainstream-titel, maar is eigenzinnig in zijn aanpak. Het verhaal wordt verteld door een donzig bolletje, dat zich handig met de personages aanvriendt, zoals blijkt uit de eerste alinea:
“Hé jij, ben je daar eindelijk. Ik ben zo blij dat je mij gekozen hebt. Hoewel ik nog maar net in je handen lig, heb ik het gevoel dat ik je al heel lang  ken. Mag ik zeggen dat je mooi bent?”

Alwetend bolletje
Heel verfrissend is dat Bervoets precies doet, wat ik probeer te vermijden, namelijk de nadrukkelijk aanwezige alwetende verteller. Hanna Bervoets could not care less. Het bolletje Fuzzie vertélt de personages wie ze zijn. Een voorbeeld, actueel wegens de komende feestdagen, laat dat zien en maakt ook duidelijk hoe goed Bervoets kan schrijven.
“Je houdt, op zich, best van een feestje, maar ademt, na al die jaren, nog altijd diep in voordat je in je eentje een verjaardag betreedt. Zelf vier je zelden iets. Je kijkt op tegen de peuken in je dakgoot en de platgetrapte confetti in je kleed. Bovendien draag je liever niet de verantwoordelijkheid voor het welzijn en geluk van anderen, je hebt je handen vol aan je eigen geluk en welzijn, best een zware last: jij bent de laatste die je teleur wilt stellen.”
  
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.

vrijdag 17 november 2017

Verlangen naar literaire ontslakking

Ik ben toe aan een literaire ontslakkingskuur. De lezer kent de advertenties wel voor zuivering van je interne milieu van opgehoopte afvalstoffen zoals vetophopingen en gekristalliseerd urinezuur. Na een week sapvasten in groepsverband is je lichaam bevrijd van deze ballast en klaar voor gezonde voeding en een fris en fruitig leven. Dat is nu precies wat ik wil, een schoon hoofd en een nieuwe start.      


Handige pinguïns
De behoefte aan zuivering ontstond deze week, toen ik V.S. Naipaul’s A bend in the river meenam als bedliteratuur. Het was een fraai vormgegeven, maar sleetse Penguin Classic. Toen ik hem opensloeg, viel mijn blik op een aantekening op de binnenkant van de kaft. In licht vervaagde balpenletters stond er de naam van mijn partner en het jaartal 1980. Toen, 37 jaar geleden dus, had zij het boek gekocht en toen hadden wij het beiden gelezen.
In 1980 was ik net begonnen in mijn eerste baan als journalist. Ik ben nu gepensioneerd. Toen was vaderschap iets wat ik ooit wilde. Nu heb ik vier kinderen en verlang ik naar kleinkinderen. Alles in mijn leven heeft zich ontwikkeld, maar in mijn boekenkast domineren nog altijd de Engelstalige Classics, gekocht  omdat ze handzaam en betaalbaar waren, terwijl Nederlandse boeken dik waren en duur.

Harry Arro  
Daar in bed, met Naipauls boek voor me op de dekens, zag ik wie ik ben, een oudere man met een hoofd vol oude boeken die werkt aan een roman die het publiek van deze tijd moet boeien. Ik had geen zin meer om te lezen en deed het licht uit. Peinzend lag  ik daar naast mijn slapende partner en kwam het woord ontslakking in me op.
Ik kon me voorstellen dat mijn probleem algemener was en de volgende dag wees iemand me erop dat wijlen Harry Mulisch een journalist had verteld dat hij geen romans meer las. Met kenmerkende arrogantie legde hij uit: “Een roman is een eindpunt, een kunstwerk, daar heb ik verder niks aan. Een kunstwerk maak ik zelf wel.” Bovendien had hij alles wat tot de wereldliteratuur behoort al gelezen voor hij 35 werd.         

Verse voeding  
Een leven met alleen non fiction is voor mij ondenkbaar. Ook heb ik een lange lijst klassieken die ik nog wil lezen. Maar niet nu, heb ik besloten. Een jaar lang ga ik alleen boeken lezen van de 21-ste eeuw. De beste romans, de klassieken in de dop. Ik zal ze opzoeken en volgende week een overzicht geven met welk fris leesvoer ik mijn geest ga ontslakken.  
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.

vrijdag 10 november 2017

Niet kritischer zijn dan de lezer

Sommige lezers zullen zich er over verbazen dat er opnieuw een blog staat, terwijl ze het vorige net gelezen hebben. Is dit een teken dat ik mijn creatieve energie in het bloggen stop, omdat ik haar in de roman niet kwijt kan? Ik kan de lezer geruststellen. Ik heb dagelijks aan de grote tafel in de keuken gezeten en geredigeerd. Het vorige blog, over schrijven met de voeten, is zoals aangekondigd vorige week vrijdag verschenen. Er ging echter iets mis met de  melding op facebook. Sinds die eergisteren verscheen, piekt het aantal pageviews. Er wordt veel gemopperd op de overvloed van facebook. Ook zou facebook achterhaald zijn door andere social media. Alsnog is de communicatieve kracht enorm.
  


Trillende handjes,

Ik ben maandag met trillende handjes aan de slag gegaan. Ik heb haast en wil dolgraag eindelijk meters maken. Daarvoor heb ik een scherpe blik nodig voor verbeterpunten en de creativiteit om oplossingen te vinden. Niet te veel creativiteit, want dan ga ik zoveel veranderen dat ongeveer het hele verhaal op de schop moet. In plaats van een bankemployé maak ik Diederik bijvoorbeeld PvdA-politicus die allerlei onoprechte verhalen moet houden en alsnog zijn zetel kwijtraakt. Spannend idee, maar veel te arbeidsintensief.
De creativiteit moet dus binnen de perken blijven. De kritische blik mag ook niet te scherp zijn, want dan vind ik iedere regel verkeerd en raak in een depressie die ik als een echte romanschrijver moet bestrijden met alcohol, drugs en te jonge vrouwen. Het medicijn trekt me wel, de aandoening niet.


Da Vinci Code  
Soms is een tekst goed genoeg en moet je niet eindeloos gaan optimaliseren. Ik geef een voorbeeld uit de Da Vinci Code. Hoofdpersoon Robert Langdon wordt na openingstijd in het Parijse Louvre ontvangen en auteur Dan Brown beschrijft wat hij ziet.
“De galerijen die anders zo goed verlicht waren, waren vannacht schrikwekkend donker.”   Mijn observatie: die anders zo goed verlicht waren is overbodig. Langdon schrikt immers van de duisternis.  
In plaats van het gebruikelijke gelijkmatige witte licht dat van boven naar beneden viel.Het houdt niet op. Hadden de ouders van Brown een lampenzaak?
leek er nu een zwakke rode gloed uit de plinten naar boven te stralen.Er zitten dus zwakke rode lichtjes in de bovenkant van de plinten.      

Plassen rood licht  
Met gelijke tussenruimten vielen er plassen rood licht op de tegelvloer, vervolgt Brown.
Die zwakke plintlampjes produceren geen plassen licht en schijnen naar boven. Er is dus een tweede set van krachtigere lampen. Vreemd genoeg duidt Brown die alleen indirect aan, terwijl hij de normale, bij de lezer bekende museumverlichting twee keer beschrijft en er één keer aan refereert. Knullig is ook het gebruik van het woord leek. Dat slaat niet op de rode gloed, maar op de suggestie van de schrijver dat de plintverlichting de enige verlichting is.         

Onverbiddelijke bestseller  
De conclusie is duidelijk: Dan Brown heeft een onevenwichtig en vaag stuk tekst geproduceerd. De Da Vinci Code bevat er nog veel meer. Er zijn evengoed 80 miljoen exemplaren van het boek verkocht, dus die passages staan het leesgenot niet in de weg. Tweede conclusie: sla niet aan op elke vaagheid en doublure. Het succes van een boek hangt van andere dingen af.   
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.

vrijdag 3 november 2017

Klaar om te schrijven met de voeten

Ja, ik heb er weer zin in. Nee, ik heb nog niet stiekem de file tegrijsconcept.docx geopend. Dit weekend mag ik nog nagenieten van de geluksopvliegers tijdens de lange wandeltocht door Noord-West Spanje. Van het fantastische vuurwerk waarmee de zon de nieuwe dag vierde. Van het genot om na tien kilometer wandelen te ontbijten met een cafe con leche en een bocadillo. Van de vrijheid om een dag voor je te hebben waarin je alleen maar de weg hoeft af te lopen die zich kaarsrecht uitstrekt tot de horizon. Zonder het knagende gevoel dat allerlei taken wachten op voltooiing, zoals de roman. Ik heb tijdens de camino meermalen willen schrijven, maar nooit aan Te grijs, Keertij of hoe mijn verhaal ook zal heten als het gepubliceerd wordt.

 

Fotoalbum Te grijs
Een kleine schrijftaak heb ik al voltooid. Ik heb het concept afgemaakt van een artikel voor Jacobsstaf, het magazine van de Nederlandse vereniging voor caminogangers. De oplage van het blad is 16.000, waarmee het in gedrukt aantal de meeste opiniebladen overtreft en ook bijna alle romans, in Nederland en elders. Een dankbaar en lekker journalistiek klusje, dat volgens plan is verlopen.
Ook voor de roman heb ik een plan. Dit jaar telt nog acht weken. Mijn manuscript heeft 70.000 woorden. Als ik iedere week 10.000 woorden redigeer houd ik nog een week over om eventuele vertragingen in te lopen. Ik werk vier dagen per week aan de roman, dus dat worden 2500 woorden per dag, amper vijf A4-tjes. Wat me bevalt laat ik staan en dat zal het meeste zijn. Om een beeld te gebruiken: ik heb de foto’s voor het album klaar. Een enkele moet nog bewerkt worden, maar het gaat vooral om het inplakken op de juiste plek.

Camino in de woonkeuken  
Maar daarmee ben je toch al meer dan een jaar bezig, zal de trouwe bloglezer zeggen. Inderdaad, maar ik hoop dankzij de camino een nieuwe start te kunnen maken. “Je wilt je schrijfproblemen oplossen met je hoofd,” zei een Zen-priesteres vooraf tegen mij. ”Als je loopt, zul je leren denken met je voeten, met je lichaam dus.”
Nu moet ik zeggen dat ik tijdens de tocht vooral niet heb nagedacht. Toch voel ik me goed voorbereid op de nieuwe werkzaamheden. Plannen en piekeren heb ik genoeg gedaan. Ik ga nu mijn personages door het verhaal wandelen en zien wat zij zien en voelen wat zij voelen. Schrijven met de voeten wordt het, een tweede camino, maar dan niet met Peter en Jana, maar met Diederik en Claudia. En niet door het wijdse Spaanse land, maar in mijn woonkeuken in Amsterdam-Zuid. Ik verwacht een prettige tocht, met veel geluksopvliegers.


Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.

vrijdag 30 juni 2017

Met twee pareltjes op lang blogverlof

Dit is mijn laatste blog tot ver in de herfst. Op vrijdag drie november hervat ik het wekelijkse verslag van mijn schrijverij en alle zaken waar ik dan tegen aanloop. Een vakantie deze maand en mijn Santiago-pelgrimage in september hebben me na enige aarzeling doen besluiten om een lange pauze in te lassen. Daarna kan ik als de muze het wil met een frisse blik mijn tweede versie van Te grijs maken, als alleswetende verteller natuurlijk.         



Best gestructureerd   
Het jaar is tot nu toe anders gelopen dan ik dacht. Ik verwachtte dat ik de structuur van het verhaal onderhand helder voor me zou zien, maar in plaats daarvan ontwaar ik slechts omtrekken in de mist. Teleurstellend, want ik beschouw mezelf als een onhandige, maar gestructureerde man. In mijn stilistische vermogens heb ik nog steeds vertrouwen. Al valt er veel te leren, dat besef ik sterk als ik een zinnetje zoals dit lees:
Op de speelplaats draaide de molen met een teder piepend geluidje. Vlieghe had hem nog een woedende zwaai gegeven toen hij wegging.
Na die zinnen ben je geen lezer, maar een getuige, je bent er lijfelijk bij. Briljant fragment van Hugo Claus in Het verdriet van België (1983).   


Wel, bron en stroom  
Hoe subtiel je met taal kan spelen, laat Frouwkje Zwanenburg zien, voormalig lid van de haiku-kern Zaanstad e.o. Bij het aftreden van de coördinator dichtte ze:
jij bent onze wel,
bron waaraan wij ons laven -
een blijvende stroom.

Het gedicht bevat geen enkele herhaling. Zwanenburg gebruikt subtiele woordverschillen om  een tijdsdimensie te creëren. De wel bestond al, de haiku-kern maakte het zijn bron. Die zal blijven stromen, ook als de voorzitster haar hamer heeft overgedragen. De taal, dat zal duidelijk zijn, is een instrument dat bijna alles kan, de beperkende factor is de schrijver.

Michiel hervat zijn blog op vrijdag 3 november.
 

Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Alfred Bi

zaterdag 24 juni 2017

Een alwetende verteller wil ik zijn

Een alwetende verteller, die zou veel problemen met Te grijs oplossen. Voor de eerste versie heb ik gekozen voor de aanpak van de verslaggever, die de feiten voor zich laat spreken. Dat is momenteel gebruikelijk en bovendien heb ik beroepsmatig veel verslaggeverswerk gedaan. Als ik naar het verhaal kijk, zie ik een collectie observaties, waar de lezer zelf een metaniveau bij moet bedenken. 
Het verhaal zou krachtiger zijn als ik het zelf vertelde, niet als participerende ik-persoon, maar als de verteller die het overzicht heeft. Charles Dickens doet dat onder andere in Oliver Twist (1837),  Alexandre Dumas in De drie musketiers (1844) en Jules Verne in De reis naar de maan (1870). Heerlijk vind ik dat, die rustig vertelde, duidelijke verhalen. Gezien de datum van verschijning van de genoemde boeken dringt de vraag zich wel op, of deze vertelstijl nog wel aanslaat bij de haastige thrill seekers van de 21-ste eeuw. De meeste moderne boeken hebben een vliegende start.


        
Goudkoorts in Nieuw Zeeland   
Ik besprak het probleem met een belezen vriendin, die zei dat a) zij alwetende vertellers vaak oudbollig vindt, maar b) ze nog steeds voorkomen, bijvoorbeeld in Al wat schittert (The luminaries) van Eleanor Catton uit 2013. De lezer kijkt met de schrijfster mee door de lens en deelt haar constatering: “De twaalf heren in de rookkamer van het Crown Hotel wekten de indruk van een toevallig verzameld gezelschap”.
Deze beginzin is puur negentiende-eeuws. Toch won Catton meteen de Man Booker Prize met haar lijvige werk, dat overigens speelt tijdens de Nieuw Zeelandse gold rush van 1866.
Een iets ouder voorbeeld is De aanslag van Harry Mulisch uit 1982 die start met een sprookjesachtige proloog: ”Ver, ver weg in de Tweede Wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk (…) aan de rand van Haarlem.”

Mulisch slome start  
Het kan dus, maar is het spannend genoeg? De aanslag werd een bestseller, ondanks de trage beginzin, maar Mulisch had ten tijde van de publicatie al een geweldige reputatie. De lezer wilde best even geduld hebben, in het vertrouwen dat het spoedig leuk zou worden. Ik heb geen reputatie en moet de lezer direct inpalmen.
Ik betwijfelde of dat zou gaan lukken, tot ik werd gewezen op Philippe Claudels Het kleine meisje van meneer Linh (2005). Ook hier kijken we met de schrijver mee die duiding geeft aan wat we zien.
“Een oude man staat op het achterdek van een boot. In zijn armen houdt hij een lichte koffer en een pasgeborene, nog lichter dan de koffer. De oude man heet meneer Linh. Hij is de enige die weet dat hij zo heet, want iedereen die het wist is om hem heen gestorven.”

Diep wegstoppen 
Deze passage van Claudel neemt alle twijfel bij me weg. Ik ga een nieuwe versie van de roman maken, met een alwetende verteller die duiding geeft. Zo meteen zet ik de huidige versie van Te grijs op een memory stick en stop die weg in een la. Maandag creëer ik het document TegrijsVersie2 en ga aan de slag. Ik vertel gewoon mijn verhaal en leg uit waar uitleg nodig is, net of de lezer tegenover me zit. Show and tell.

Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.