vrijdag 18 mei 2018

Te grijs hfd 4 Op ziekenbezoek

Diederik heeft getreuzeld bij het maken van een afspraak met zijn zieke vriend Piet. Hij vindt het vreselijk om zijn geliefden te zien lijden. Ook is hij bang om dingen te horen die zijn angst voor kanker bevestigen. Piet op zijn beurt reageerde traag op de mails van Diederik en had zijn telefoon steeds uit staan. Uiteindelijk heeft Diederik Piets vrouw gebeld en aan haar is het te danken dat hij nu omhoog klimt in een trappenhuis dat naar Amsterdams gebruik rommelig is en spaarzaam verlicht. Piet staat hem op de overloop op te wachten en in het schijnsel van de woningverlichting kan Diederik constateren dat hij ondanks maanden chemotherapie nog steeds een beetje bolle wangen heeft en ook niet kaler is geworden. Hij beantwoordt Diederiks omhelzing stijfjes, dat wel. Als hij voorgaat naar de bibliotheek blijkt hij bovendien te strompelen.
“Pijnlijke kuiten. Het duurt meestal maar een paar uur,” legt hij op opgewekte toon uit. “Ik heb tot nu toe maar één dag gehad dat ik helemaal niet kon lopen, dus het valt erg mee.”

Superwiet
In de bibliotheek, een lichte kamer waarvan drie wanden bedekt zijn met boeken, staan opvallend veel kleine plantjes. Op de vensterbank telt Diederik er tien, in een kleine verlichte vitrine nog eens vijf. Kennelijk groeien ze snel, want veel hebben zulke gerekte steeltjes dat ze doorbuigen en dreigen te knakken. Op de grote tafel staan ook plantjes. Ernaast liggen ijzerdraad en een tang, waarmee Piet voor zijn rachitische gewas kleine steuntjes maakt. Hij ziet Diederiks verbaasde blik, want hij was nooit zo op planten en dieren.
“Deze planten gaan het supermiddel worden tegen de bijeffecten van de kuur.”
Diederik knikt om te laten zien dat hij begrijpt dat het om chemotherapie gaat. Piet legt uit wat zijn recept is.
“De topjes koken in melk, beetje tijm erbij, opdrinken en je voelt je een jonge god. Wel een zieke god natuurlijk.”
Hij lacht om zijn grapje en vervolgt:
”Ik heb drie soorten wiet, een tegen misselijkheid, een die helpt om in te slapen en een tegen het algemene kutgevoel. De depersonalisatie blijft natuurlijk, het gevoel dat een ander je lichaam aanstuurt en daar heel nare dingen meedoet. Daartegen helpt wiet niet. En niet tegen de angst. Maar goed, alle beetjes helpen.”
”Wanneer zijn die plantjes dan klaar voor gebruik?” vraagt Diederik verbaasd.
“Dat hangt van het weer af, ze moeten naar buiten. In het begin van de zomer kan ik beginnen met oogsten, deze soort bloeit snel en lang.”
“Maar tegen de zomer ben je toch klaar met de therapie?”
“Goed dat je het zegt.”

Munt per week
Hij loopt naar twee glazen met op het oog gelijke hoeveelheden munten en verplaatst een munt van het ene naar het andere glas.
“Iedere munt staat voor een week therapie. Ik ben al twee weken over de helft. Nog tien weken afzien.”
“Maar dan is het nog lang geen zomer,” zegt Diederik opnieuw
“Nee, tegen die tijd is het linker glas allang leeg, dan is de kuur voorbij.”
“Voor wanneer zijn die plantjes dan?”
”Voor mij, tegen de misselijkheid, dat zei ik toch? Wil je koffie?”
Diederik beseft dat zijn vriend zijn geloof in de tijd heeft verloren. Tijd is alleen het verplaatsen van muntjes, het bijstellen van een datum. Dat er ooit een einde komt aan zijn lijden ligt ver buiten zijn voorstellingsvermogen. Hij staat kreunend op en Diederik volgt hem naar de keuken. Het valt hem op dat Piet telkens steun zoekt, alsof zijn evenwichtsgevoel is aangetast.
“Zal ik de koffie maken?” biedt hij aan.
“Nee hoor, het gaat prima. Je kunt wel even de filter uitspoelen, koud water doet pijn aan mijn vingers.”
 
Bloed
Als de koffie klaar is, strompelt hij terug naar de bibliotheek en gaat voorzichtig zitten.
“En hoe is het bij de bank? Jij hebt toch een nieuwe functie?”
Diederik wil het verhaal positief houden. Het lijkt hem ongepast, dat hij als gezond persoon gaat klagen, maar hij doet het zijns ondanks, klagen over zijn baan en over de voortdurende ruzies met Claudia. Piet hoort hem aan en vertelt dan zijn eigen verhaal.
“Mijn vrouw dacht laatst dat ze ook ziek was, vanwege bloed in de poep. Want daarmee begint het: dat je poep raar is en dat je vaak moet. Paniek dus, bij mij meer dan bij haar.”
Die paniek kan Diederik zich maar al te goed voorstellen. Hij heeft beide verschijnselen.
Piet gaat voort: “De dokter stelde gelukkig meteen vast dat het een gesprongen bloedvaatje was. Het ging inderdaad in een paar dagen over, de frequentie werd ook weer normaal. Ik zei al tegen haar, dat het wel heel toevallig zou zijn, dat we bijna tegelijkertijd dezelfde aandoening zouden krijgen. Ik geef toe dat er af en toe een epidemie lijkt te heersen, maar dit zou toch heel kras zijn.”

Vergeten feestgevoel
Diederik ziet hier een kans om over zijn angst te beginnen, ook al is praten erover een erkenning dat er een probleem kan zijn en daarvoor schrikt hij terug.
“Het lijkt inderdaad een epidemie,” begint hij voorzichtig, maar op dat moment stoot Piet zijn kopje om, het geeft een hele plas. Hij begint op te staan, maar Diederik is hem voor en haalt snel een doekje. Het moment om zijn angst te delen is voorbij. Terwijl hij de tafel schoonmaakt, spreken ze over gemeenschappelijke vrienden. Als hij weer zit, vraagt hij:
“Is er iets speciaals wat jij gaat doen als de chemo klaar is. Iets leuks? ”
Piet is verrast, het idee is kennelijk nieuw.
“Iets leuks doen om het te vieren. Ja, dat zal wel moeten.”
Alleen het denken aan feestje is hem al teveel. Hij staart naar de breekbare plantjes op tafel en dan naar Diederik, gedesoriënteerd. Na een korte stilte herhaalt hij zonder het te weten Claudia’s woorden.
“Wees maar blij dat je gezond bent.”

Ver paradijs
Het is geen constatering, maar een wens. Piet heeft geen behoefte aan gezondheidsangsten en –klachten van anderen. Hij gelooft in een paradijs zonder ziekte en de slopende behandelingen ervan. Zelf is hij uit de wereld van de gezonden verdreven, maar dat is tijdelijk, hij hoopt er ooit terug te keren en zich weer goed te voelen, weer te kunnen genieten van zijn lichaam. Diederik wil hem die hoop niet ontnemen.
“Voor zover ik weet ben ik gezond, maar zeker ben je nooit op onze leeftijd.”
Piet lacht, vreugdeloos.
“Met dat laatste ben ik het helemaal eens, Diederik. Er kan altijd iets gebeuren dat je leven op zijn kop zet.”
Hij kijkt Diederik aan en begint te huilen. Diederik knielt onhandig naast zijn stoel, gaat dan op de  leuning zitten en neemt Piets hoofd in zijn handen. Er valt niets te zeggen, hij kan alleen maar wachten tot zijn vriend is uitgehuild. Dat is vrij snel. Dan droogt hij zij ogen en kust Diederik ten afscheid.
“Ik ben zo blij dat jij en Claudia nog gezond zijn. Dat moet toch de norm zijn op onze leeftijd.”
“Maak je over ons geen zorgen,” zegt Diederik. Hij geeft Piet nog een schouderklopje, kust hem nogmaals en vertrekt, vluchtend voor zijn onoprechtheid en angst, maar vooral geschokt door de deplorabele toestand waarin hij Piet heeft aangetroffen, een man van zijn leeftijd, die veel beter voor zijn lijf zorgde dan hij. Zelf drinkt hij veel en vermijdt sport en rauwkost. Dat is vragen om problemen.   



 

Aspirant-blogger onterecht bang voor leeg hoofd

Iedereen die een blog wil beginnen, vreest de dag dat hij geen inspiratie zal hebben. Dat hij uur na uur tevergeefs zijn lege hersens uitwringt terwijl de deadline nadert. Was hij maar eerder begonnen, denkt hij. Had hij maar gezorgd voor een reserveblog. “Wegens gebrek aan inspiratie heden geen blog,” dat moet hij de lezer melden en dat zou het einde zijn. Een afgang zou het zijn en dus gaan de meeste plannen voor blogs niet door. Jammer, want die angst is niet terecht. 
 

  
Zaterdag Voetnootvrij
Arnon Grunberg schreef zes dagen per week een Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant. Ik kan goed begrijpen dat hij stopt. Natuurlijk was het heerlijk om het lezerspubliek te beleren en de klus zorgde voor een goed en voorspelbaar inkomen. Intussen beheerste de rubriek wél zijn leven. Alleen op zaterdag was hij Voetnootvrij; ’s zondags moest hij het stukje voor maandag schrijven. Vakantie nam hij niet. Logisch dat je dan na vijf jaar vrij wil zijn om je aan andere zaken te wijden. Het is een geweldige prestatie, al schreef Simon Carmiggelt in het Parool veertig jaar lang zijn Kronkel over het dagelijkse leven, tot 1980 zes keer per week. Remco Campert (o.a. Het leven is vurrukkelluk, 1961) leverde zelfs gedurende zeventig jaar stukjes voor Elseviers Magazine, maar dat is een weekblad.     

Selectieve blik
Inspiratie was voor Grunberg nooit een probleem. Het dagelijkse leven en de krant zorgden voor voldoende onderwerpen. Als er al een probleem was, lag dat in het maken van een keuze, zei hij. En dat is ook mijn ervaring. Een rubriek heeft een bepaalde formule. Zo gingen de Voetnoten over het menselijk onvermogen om de gebaande paden te verlaten en werkten ze toe naar een licht confronterende conclusie. Die formule geeft een bepaalde kijk  op de werkelijkheid. Zonder formule gaan de ogen van de schrijver alle kanten op en kunnen dus geschikte onderwerpen niet herkennen.    

Praktijkvoorbeeld
Mijn blog bespreekt problemen bij het schrijven van een roman. Afgelopen weekend sprak ik op het familieweekend een kunstschilder die met pensioen ging. Dat leek mij ruimte te maken voor vrij werk waaraan ze nooit was toegekomen, maar zulk werk had ze niet. Meteen zag ik een blogpost voor me over het onderwerp pensionering en creatief werk, zoals een roman schrijven.
Een ander voorbeeld: door de publicatie van hoofdstukken Te grijs ontstaat een superkorte feuilletonversie. Ik had al de lijvige slotversie van 2017 en de dunnere versie 2018 met de essentiële hoofdstukken. Uit die laatste versie selecteer ik de feuilletonafleveringen. Een post over versiebeheer ligt voor de hand. Omdat door de selectie een voorraad ongebruikt materiaal ontstaat, dringt de vraag zich op wat daarmee te doen. Zo had ik drie onderwerpen voor deze post.

Geen keuzestress
Verbazing over het aanbod van items bracht me op het vierde, huidige onderwerp. De selectie was simpel. Ik weet nog niet precies hoe ik de versies ga beheren en hoeveel van het overtollige materiaal ik ga weggooien. De post over pensionering en creatief werk kan ik beter schrijven wanneer ik het hoofdstuk publiceer waarin mijn hoofdpersoon vreest voor het zwarte gat bij pensionering. In het hoofdstuk van deze week gaat Diederik op ziekenbezoek. Hieronder vind je een fragment en in een apart tekstblog de hele tekst.

Op ziekenbezoek  Diederik heeft getreuzeld bij het maken van een afspraak met zijn zieke vriend Piet. Hij vindt het vreselijk om zijn geliefden te zien lijden. Ook is hij bang om dingen te horen die zijn angst voor kanker bevestigen. Piet op zijn beurt reageerde traag op de mails van Diederik en had zijn telefoon steeds uit staan. Uiteindelijk heeft Diederik Piets vrouw gebeld en aan haar is het te danken dat hij nu omhoog klimt in een trappenhuis dat naar Amsterdams gebruik rommelig is en spaarzaam verlicht. Piet staat hem op de overloop op te wachten en in het schijnsel van de woningverlichting kan Diederik constateren dat hij ondanks maanden chemotherapie nog steeds een beetje bolle wangen heeft en ook niet kaler is geworden. Hij beantwoordt Diederiks omhelzing stijfjes, dat wel. Als hij voorgaat naar de bibliotheek blijkt hij bovendien te strompelen.
“Pijnlijke kuiten. Het duurt meestal maar een paar uur,
  legt hij op opgewekte toon uit. “Ik heb tot nu toe maar één dag gehad dat ik helemaal niet kon lopen, dus het valt erg mee.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 10 mei 2018

Te grijs hfd 3 Het nieuwe bed

Na een maand in zijn nieuwe baan moet Diederik nog voortdurend hulp vragen omdat de techniek hem in de steek laat. Ook blijft hij zondigen tegen de stijlregels. Door zijn incompetentie staat hij laag in de pikorde: zijn mening wordt niet gevraagd en niet gehoord, hij moet doen wat hem gezegd wordt. Het is vernederend en uitputtend. Toch heeft hij nog steeds de hoop dat hij zich op basis van zijn capaciteiten en ervaring zal herpakken en de stevige positie zal opbouwen waar hij recht op heeft.




Intimiteit
Hij gaat er van uit dat ook de omgang met Claudia beter zal gaan als de toestand op het werk zich gestabiliseerd heeft. Hij trekt zich nu de dingen te veel aan en verwacht te veel van haar. Gelukkig zijn de nachten met haar troostrijk, ze zijn bijna voortdurend in aanraking met elkaar, dat kan niet anders, want het bed stamt nog uit hun studietijd en is van het model twijfelaar. Toen was dat comfortabel genoeg, na het slapen in eenpersoonsbedden en op van elkaar weg schuivende matrassen op de grond. Vanaf het begin was er een gemakkelijke lichamelijke intimiteit tussen hen. Voor beiden was dat steeds een sterk punt in hun relatie geweest en Diederik ging er van uit dat dat nog zo was. Tot de aankoop van het nieuwe bed.


Grofvuil
Toen ze op kamers ging, heeft Claudia zelf een bed in elkaar geschroefd uit hout dat ze had gevonden. Eigenlijk gestolen, maar omdat het op een grote stapel onbewaakt in de publieke ruimte lag, voelde dat niet zo. Diederik was gehecht aan het ruwe bouwsel waarin zijn zoon is verwekt en vervolgens geboren. Dat monument van hun echtelijk leven hebben ze de voorgaande avond buitengezet, na de montage van het vervangende slaapmeubel. Het staat nu buiten in de koude nacht onder een straatlamp om ’s ochtends, over een paar uur, te worden opgehaald met het andere grofvuil.

Klitten
Tot dit moment heeft Diederik weinig acht geslagen op de klachten van zijn vrouw dat het oude bed onvoldoende slaapcomfort biedt. Het is te smal en bovendien neemt je behoefte aan comfort toe met de leeftijd, dat is normaal. In dat kader somt ze dan de namen van bevriende stellen die nieuwe bedden hebben gekocht met aparte matrassen, alleen de sprei verenigt de beide slaapplaatsen.
“Wil je dát dan, Diederik?”
Het was een retorische vraag geweest. Ze wilde “nog altijd” graag met hem in één bed slapen, als ze maar ruimte had wanneer ze daar behoefte aan voelde.
“En als ik wil, kruip ik lekker tegen je aan. Dat gedwongen klitten in dat smalle bed benauwt me verschrikkelijk. Dat moet je toch merken.”
Inderdaad reageert ze de laatste tijd vaak afwijzend als hij tegen haar aan kruipt, maar hij weet dat aan relationele spanningen.

Nieuwe fase
Het kwam niet bij hem op dat er een qua bedgedrag nieuwe fase in het huwelijk was aangebroken. Pas de afgelopen ochtend, bij het proefliggen op het nieuwe bed in het woonwarenhuis begon de werkelijkheid tot hem door te dringen. Op uitdrukkelijk verzoek van Claudia gaat hij liggen, aan zijn kant. Zij strekt zij zich uit, zo ver mogelijk van hem vandaan.
“Echt een fijn bed, Rik,” zegt ze genietend. “Jij gaat dat ook beseffen, als je er in geslapen hebt.”
Hij vindt haar wreed en is bijna in tranen, maar heeft geleerd dat ze daar niet van onder de indruk is. Omwille van de echtelijke harmonie zet hij zijn gevoelens kordaat opzij.
“Je krijgt er gratis kussens bij,” zegt hij op een actiebord wijzend. Hij heeft zich teruggetrokken in onverschilligheid, het kan hem allemaal niet meer schelen.
Claudia neemt zijn opmerking serieus.
“Dat is waar, die oude kussens gaan we ook vervangen. En we nemen een nieuwe matras. En een nieuw dekbed.”

Klaarwakker
En zo is het gebeurd, ze hebben alle spullen bij elkaar gezocht en op een karretje naar de auto gebracht. Vervolgens zijn ze weer naar binnen gegaan om Zweedse gehakballetjes te eten, Claudia trakteert. Toen naar huis, alle onderdelen uitpakken en aan de hand van de gebruiksaanwijzing monteren. Vervolgens eten bij vrienden, nog even tv kijken en naar bed. Claudia is, na een paar extatische genotsuitingen, snel ingeslapen en hij kennelijk ook. De wekker geeft aan dat het vier uur is: 4.00 uur om precies te zijn. Hij voelt zich klaarwakker. Door de kieren van de gordijnen schijnt zilver maanlicht. Het is stil, de trams zijn in de remise en de luidruchtige verkeersstroom op de ringweg is opgedroogd. Van de andere kant van het bed hoort hij Claudia ademen alsof ze een heerlijke bedwelming opzuigt uit het nieuwe matras. Diederik moet toegeven dat het comfortabel ligt en dat het dekbed licht is en toch warm, zoals de productbeschrijving van de winkel beloofde.
 
Gerieflijkheid
Vrolijker wordt hij er niet van. Aangezien ze om half zeven opstaan moet hij nog tweeëneenhalf uur in bed liggen, alleen, want Claudia is onbereikbaar. Hij ziet er als een huis tegenop, tegen het restje van deze nacht en alle eenzame nachten die nog zullen volgen. Hij moet accepteren dat ook bij Claudia en hem de vanzelfsprekende intimiteit voorbij is gegaan. Het is vreemd, dat hij die ontwikkeling bij anderen signaleerde en afkeurde, maar niet besefte dat bij hem hetzelfde proces aan de gang was. Claudia heeft gelijk: de behoefte aan aanraking en koestering zwakt bij de meeste mensen af en de fysieke afstand neemt toe. Het is niet alleen zo in bed. Vrienden die in de stad zijn, slapen in een hotel en ook Claudia is blij als ze bij het logeren privacy heeft en geen half geklede huisgenoten tegen het lijf loopt. Hij vindt het een verontrustende trend, die echter onbespreekbaar is met zijn vrienden. Hij heeft de indruk dat de meesten het proces accepteren, of, zoals Claudia, het zelfs prettig vinden dat het samenleven minder indringend wordt, meer gericht op gemak en gerieflijkheid.

Allerindividueelste expressie van het nieuwe bed

Naast hartverwarmende lofprijzingen krijg ik ook pittige kritiek. Waarom doe je dat jezelf aan, vragen mensen me. Waarom stel je je niet op als een bevlogen romanschrijver die de allerindividueelste expressie van zijn allerindividueelste emotie uit zijn laptop wringt? Die tijdens het scheppingsproces als een kluizenaar leeft en iedereen afblaft die hem afleidt van zijn werk. Dat is immers de manier waarop onsterfelijke kunst tot stand komt.  

Ongelezen romans
Zeker worden op die manier een paar topromans geschreven – en een berg manuscripten die niemand begrijpt en die ongelezen blijven. Dat laatste zou zeker het lot zijn van mijn roman, als ik niet voortdurend feedback kreeg. Als kind nam ik aan dat iedereen zo dacht als ik en dat is nog steeds een valkuil. Ik heb geleerd wat de aanspreekpunten van anderen zijn en heb van communiceren zelfs mijn beroep weten te maken. Maar nog altijd moet ik oppassen dat ik geen wegen insla waarop niemand mij kan volgen.
Kussende hetero’s
Zo beschreef ik twee weken geleden in hoofdstuk 1 de verjaardag van Diederik. Ik schetste het beeld van een zestiger die de zaken redelijk op orde heeft en omringd wordt door een trouwe en stabiele vriendenkring. Hij is jarig en krijgt cadeaus.
“Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek,” schrijf ik in mijn onschuld. Het is een illustratie van de omgangsvormen in de groep, meer niet. Een homofiele meelezer zocht echter een diepere betekenis.
“Is het gebruikelijk dat heteromannen elkaar kussen?” vraagt hij twijfelend. De homo’s die hij kent, kussen en knuffelen elkaar alleen als ze seksuele bedoelingen hebben. En staat er niet met nadruk: “één van de grijze mannen”.         

Geheime liefde
Mijn meelezer vermoedt waarschijnlijk een geheime liefde en verwacht dat dit een thema wordt in de roman. Volkomen ten onrechte: dit is de enige keer dat ik de man vermeld. Hij is gewoon één van de vele vrienden die Diederik kussen. Ik nam aan dat het gebruikelijk is dat mannen in een bepaald milieu elkaar kussen. Normaal, leek mij, maar misschien is het heel uitzonderlijk dat autochtone Nederlandse mannen elkaar kussen. Dan zette die ene zin de lezer op ghet verkeerde been en dat is precies wat je als schrijver wilt vermijden. Hoe meer ogen meekijken, des te scherper zie ik wat ik wil vertellen.
Drie presentaties
Onder dit blog volgt weer een fragment dat een indruk geeft van het hoofdstuk 3. De hele tekst over de komst van het nieuwe bed vind je voorzien van tussenkopjes in een extra blog. Belangstellenden van wie  ik het e-mailadres heb, krijgen de in boekletters gezette wordversie. Ik hoop op veel feedback.
Toen ze op kamers ging, heeft Claudia zelf een bed in elkaar geschroefd uit hout dat ze had gevonden. Eigenlijk gestolen, maar omdat het op een grote stapel onbewaakt in de publieke ruimte lag, voelde dat niet zo. Diederik was gehecht aan het ruwe bouwsel waarin zijn zoon is verwekt en vervolgens geboren. Dat monument van hun echtelijk leven hebben ze de voorgaande avond buitengezet, na de montage van het vervangende slaapmeubel. Het staat nu buiten in de koude nacht onder een straatlamp om ’s ochtends, over een paar uur, te worden opgehaald met het andere grofvuil.

Tot dit moment heeft Diederik weinig acht geslagen op de klachten van zijn vrouw dat het oude bed onvoldoende slaapcomfort biedt. Het is te smal en bovendien neemt je behoefte aan comfort toe met de leeftijd, dat is normaal. In dat kader somt ze dan de namen van bevriende stellen die nieuwe bedden hebben gekocht met aparte matrassen, alleen de sprei verenigt de beide slaapplaatsen.
“Wil je dát dan, Diederik?”
Het was een retorische vraag geweest. Ze wilde “nog altijd” graag met hem in één bed slapen, als ze maar ruimte had wanneer ze daar behoefte aan voelde.
“En als ik wil, kruip ik lekker tegen je aan. Dat klitten in het smalle bed benauwt me verschrikkelijk. Dat moet je toch merken.”


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 4 mei 2018

Te grijs hfd 2 Eerste werkdag en hoeragroep

Als Diederik op zijn eerste werkdag in Utrecht naar het station fietst, is hij in een uitstekende stemming, mede dankzij de dagen van harmonieuze en productieve samenwerking met zijn partner. Op het perron wacht hem echter een teleurstelling. De extra vroege trein die hij heeft uitgekozen, laat op zich wachten wegens een “aanrijding met een persoon”. Een man die naast Diederik in de menigte staat, uit hierover zijn verbazing.
“Het komt geregeld voor dat iemand onder de trein loopt, maar zelden zo vroeg op de dag, tijdens de ochtendspits.”
“Hij had zeker haast,” zegt een andere forens geërgerd. “Hij kon niet wachten tot de drukte voorbij was.”
Diederik heeft in de krant gelezen dat het vooral mannen zijn die zelfmoord plegen, vaak mannen in zijn leeftijdsgroep. Ook hij kan weinig begrip opbrengen voor de kalende suicidaal die zich juist voor de trein heeft geworpen op Diederiks eerste werkdag in zijn nieuwe job.

Nog big deal
Eindelijk arriveert er een trein en de reizigers persen zich erin. Door toeval heeft Diederik een zitplaats, aan het raam zelfs. Een beetje benauwd krijgt hij het wel, omdat er een dikke leeftijdgenoot naast hem zit en boomlange twintiger tegenover hem. De menigte houdt zich opmerkelijk stil. Iedereen, zittend of staand, is verdiept in zijn telefoon, krant of boek. Pas als ze door een klein station razen, ontstaat geroezemoes. Dit blijkt de plaats des onheils. Hoe mensen dat weten, is Diederik een raadsel. Hij hoort zelfs de naam noemen van de ongelukkige. Dat laatste woord komt bij hem op, nu zijn ergernis over de vertraging is gezakt. Het is inderdaad een man van tegen de zestig, een hem onbekende mediapersoonlijkheid van wie de uiterste houdbaarheidsdatum was overschreden en wiens programma was geschrapt.
“But Diederik is still going strong,” zegt hij tegen zichzelf. Hij zal het wel redden, daar op het hoofdkantoor. In zijn lange loopbaan heeft hij voor vele hete vuren gestaan. Dat hij nerveus is, ligt voor de hand, hij komt in een heel nieuwe groep mensen. Gelukkig maakt hij gemakkelijk contact. Hij haalt bewust een paar keer diep adem en pas dan valt hem op dat er boven de weilanden een verblindende lichtshow aan de gang is, een vuurwerk van machtige proporties. Niemand schenkt er aandacht aan, het is de zon die opkomt, no big deal.

Spectaculaire ontvangst
Het hoofdkantoor ligt gelukkig vlakbij het station. Met grote passen loopt Diederik er heen en stapt de hal binnen. Een groep onbekende collega’s luid begint te applaudisseren. Hij verwacht dat achter hem een Bekende Nederlander is binnengekomen of een personeelslid dat een bankoverval verijdeld heeft. Hij ziet echter alleen de schoonmaker die het bordes heeft geveegd.
De bank is in gedragsnormen pijnlijk egalitair, dat weet hij uit de mission statement die ook in het effectenbedrijf ingelijst aan de muur hing. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat een laag ingeschaalde medewerker applaus krijgt voor een simpele taak die hij dagelijks verricht. Dat mensen van zijn eigen afdeling de ochtendvergadering overslaan om hun nieuwe collega al bij voorbaat toe te juichen ligt evenmin voor de hand. Tijdens de voorgesprekken over zijn komst, was zijn nieuwe chef beleefd geweest, maar niet meer dan dat. De folder die het applauscomité hem overhandigt, maakt een einde aan zijn onzekerheid.
“De financiële sector ligt onder een vergrootglas.” leest Diederik terwijl hij naar de liftgroep loopt. “Van alle kanten komt kritiek op ons af. Maar wij van Trots op de bank laten ons mooie beroep niet bederven. Wij gaan elke dag enthousiast aan de slag. Dat laten we zien met deze applausactie.”

Vreemde actie
Terwijl hij naar de lift loopt, klinkt opnieuw applaus op. Kennelijk is er weer een werknemer gearriveerd. Gezien het gevorderde tijdstip moeten de leden van dit bizarre welkomstcomité er al een paar uur staan. Diederik is verbaasd over hun enthousiasme – en over hun gebrek aan kritisch vermogen. Onder de effectenhandelaren gold het als een feit dat de bankiers door overmoed en machtshonger zelf hun sector in de soep hebben gedraaid. De dagelijkse dienstverlening is het kind van de rekening, daarover valt niks te juichen. De kantorennetten zijn uitgedund. Klanten die bellen worden ontmoedigd door bizarre keuzemenu’s en lange wachttijden. Wie geld wil overmaken moet die functie opzoeken op schermen vol reclame. Aanvragers van hypotheken krijgen pas na weken offertes en die zijn vaak fout ook. Diederik weet dat uit eigen ervaring. Zijn klappende collega’s moeten daarvan ook op de hoogte zijn. Vreemde actie.


Virtuele dochters
Hij stapt uit de lift naar het zaaltje met het nummer dat hij heeft op gekregen. Door de glazen deur ziet hij zijn afdelingsgenoten al in druk overleg. Af en toe buigt iemand zich naar een centrale microfoon, kennelijk om de collega´s toe te spreken die thuis aan de telefoon zitten. Een enkeling staat al, laptop in de hand, ze zijn bijna klaar. Hij besluit het gezelschap niet te storen en gaat naar de koffieautomaat.
Weldra stroomt het zaaltje leeg. Een aantal mensen loopt haastig langs hem heen, pratend in de telefoon. De meesten groeperen zich echter rond hem, de nieuwe collega. Het zijn voornamelijk vrouwen, die qua leeftijd Diederiks dochter konden zijn, in ieder geval biologisch. Er zijn een paar mannen, ook zij nauwelijks ouder dan zijn enig kind, zoon Sebas. De afdelingschef zou een jongere broer van hem kunnen zijn, wel een nakomertje, Diederik schat hem achterin de veertig.
Een rijzige vrouw met een melodieuze stem geeft hem als eerste een hand.
“Dus jij bent de vluchteling uit Amsterdam, ” zegt ze. “Wees gerust: deze afdeling zal nog heel lang blijven bestaan. Zolang we de mannen aan de top maar af en toe in het zonnetje zetten.”
De baas reageert geërgerd.
“Ik dacht dat onze afdeling toch wel wat meer deed dan dat, Iris. En dat mag jij Diederik laten zien. Jij wilde een redacteur: nou, daar staat hij.”

Mobielloze zonderling

Diederik schudt handen, neemt beste wensen in ontvangst en volgt Iris naar de werkruimte.
“Ik ben benieuwd waar ik zit,” zegt hij. Ze kijkt hem verbaasd aan.
“Was bij jullie in Amsterdam het nieuwe werken nog niet ingevoerd? Hier kies je als je op kantoor komt zelf een plek die je prettig vindt. Inloggen kun je overal. Laten we eerst je laptop en je smartphone ophalen. Heb je al gebeld wanneer je kunt komen?”
”Ik heb mijn oude telefoon ingeleverd.”
“En in de stress van de eerste werkdag heb je je eigen mobiel thuis laten liggen.”
“Ik heb zelf geen mobiel.”
Ze trekt haar wenkbrauwen op en hij legt uit.
“Ik bel weinig, ik heb een hekel aan telefoneren.”
“Maar als je iets moet opzoeken, openingstijden of de beste route ergens heen, hoe doe je dat dan?”
”Thuis op de pc en met de TomTom. Op mijn vorige werktelefoon kon ik alleen bellen.”
Iris is zichtbaar van haar stuk gebracht door dit inkijkje in het leven van de primitieve mens en hij zegt:
”En sms’en, dat deed ik best vaak.”
Deze blijk van bredere technologische kennis maakt geen indruk. Ze pakt kordaat haar eigen telefoon en informeert over de status van wat zijn mobiele werkplek heet. Daar is nog niks aan gedaan, de technische afdeling heeft het bericht van zijn komst over het hoofd gezien. “Maar woensdagochtend om 9 uur staat je apparatuur voor je klaar,” zegt Iris opgewekt. “Laten we eerst beneden koffie gaan drinken, dan zal ik je wat vertellen over ons team. Jammer dat je vanochtend laat was, dan had je je collega´s even kunnen meemaken, maar er komen nog genoeg vergaderingen. Het is een leuke groep mensen. Gezellig dat we er nog een man bijkrijgen, ook al is het…”
“Een oude kerel,” vult hij aan.
Ze legt haar hand op zijn arm.
”Betrapt,” zegt ze lachend. Dan komt de lift en kunnen ze niets meer zeggen, het is te vol.

Agrarisch accent
Zwijgend dalen ze, terwijl het geluidssysteem commercials van de B staat voor Beter-campagne ten gehore brengt.
“Van mijn oude bank kreeg ik een schrale rente,” vertelt een agrarisch klinkende mannenstem. “Maar nu heb ik de Toprekening van B-Bank.” Er volgt een jingle en een vrouwenstem jubelt: “Je spaart beter bij B-bank.” Na een tweede jingle volgt de payoff: “B-bank, met de B van Beter.” Simpele taal, afgestemd op de doelgroep van de bank, vooral laagopgeleiden buiten de Randstad.
Diederik en zijn gids stappen uit en gaan naar een licht atrium met restaurants, koffiebars en flexibele werkplekken. Iris bestelt een cappucino voor Diederik en neemt zelf een latte macchiato. Met de bekers in de hand lopen ze naar een coupé-achtige zitmodule van rood materiaal, een van de vele exclusieve meubelen in deze ruimte. Diederik kijkt zijn ogen uit, hij kwam zelden op het hoofdkantoor.
“Dit is allemaal nog van de bank die hier vóór ons zat,” legt Iris uit. “We konden hier zo intrekken toen ze failliet gingen. Deze ruimte was net feestelijk in gebruik genomen.”

Administratief geld
Diederik begint te begrijpen hoe de gefailleerde bank de steunmiljoenen heeft besteed die de staat overmaakte om haar financiële positie te versterken. Volgens zijn voormalige effectencollega’s wordt ook de B-bank overeind gehouden door een breed scala overheidsmaatregelen. Hoeveel cash er naar Utrecht gaat, wisten ze niet precies, maar hij moet denken in grote bedragen.
“Gemiddeld gaat er per dag zeker een miljard naar de banken in de eurozone,” had er een gezegd en in een poging dit bedrag te duiden: “Dat is duizend miljoen euro.”
“Gebeurt dat dan in het geheim?” had Diederik verbaasd gevraagd. Hij kon zich bij duizend miljoen weinig meer voorstellen dan dat het heel veel was, terwijl hulp aan bankiers bij het publiek gevoelig lag.
“Niet in het geheim,” was het antwoord. “Maar ook niet in het openbaar. Er is veel administratief geld bij.”
De luxe van de lunchruimte brengt het raadselachtige begrip terug in Diederiks geest.
“Verbazend hoeveel je met administratief geld kunt doen,” zegt hij tegen Iris. Ze kijkt hem een moment vragend en besluit dan de opmerking te negeren, mensen van Diederiks leeftijd zeggen wel vaker dingen die onbegrijpelijk zijn of irrelevant.
“Laten we hier gaan zitten, dan kan ik je vertellen wat er verwacht wordt van ons en ook van jou.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

Ondanks kankerangst toch hfd 2

Als ik over kanker wilde schrijven, had ik met de angstbeelden van deze week een roman kunnen vullen. Afgelopen donderdag stond het afsluitende gesprek met de chirurg op de agenda. Vijf jaar geleden heeft hij een grote darmtumor bij mij verwijderd. Deze zware ingreep en een intensieve chemotherapie moesten mij weer gezond maken. In een derde van de gevallen komt de ziekte terug binnen vijf jaar. Vergeleken bij de darmkankerpatiënt waren de geallieerde soldaten die onder Duits vuur op de Normandische stranden landden in een comfortabele situatie. Hun overlevingskans lag boven de 90%.

 

Net genoeg gewerkt
Vijf jaar ben ik elk kwartaal gecontroleerd, zodat ik bij recidief snel een levensverlengende behandeling kon krijgen. Genezing was dan een gepasseerd station. In die vijf jaar heb ik regelmatig gehoord van lotgenoten die deze weg naar het kerkhof waren ingeslagen. Uiteraard kwamen zulke ijzingwekkende berichten juist als mijn eigen controle naderde. Iedere keer was ik doodsbang. Hoewel het risico afneemt met de tijd, greep de angst mij deze keer het meest naar de keel. Aan schrijven kwam ik amper toe. Ik kon me net genoeg concentreren om hoofdstuk 2 klaar te maken voor publicatie.    

Drie presentaties
Net als vorige keer zal ik de tekst op drie manieren presenteren. Onder dit blog volgt een fragment dat een indruk geeft van het hoofdstuk. De hele tekst over Diederiks kennismaking met zijn nieuwe baan vind je voorzien van lezersvriendelijke tussenkopjes in een extra blog. Belangstellenden van wie  ik het e-mailadres heb, krijgen de in boekletters gezette wordversie. Ik hoop dat ik daarmee iedereen goed bedien. Veel leesplezier gewenst, ik ga genieten van mijn nieuwe status van gezond mens.

Eerste werkdag en hoeragroep
Het hoofdkantoor ligt gelukkig vlakbij het station. Met grote passen loopt Diederik erheen en stapt de hal binnen. Een groep onbekende collega’s begint luid te applaudisseren. Hij verwacht dat achter hem een Bekende Nederlander is binnengekomen of een personeelslid dat een bankoverval verijdeld heeft. Hij ziet echter alleen de schoonmaker die het bordes heeft geveegd.
De bank is in gedragsnormen pijnlijk egalitair, dat weet hij uit de mission statement die ook in het effectenbedrijf ingelijst aan de muur hing. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat een laag ingeschaalde medewerker applaus krijgt voor een simpele taak die hij dagelijks verricht. Dat mensen van zijn eigen afdeling de ochtendvergadering overslaan om hun nieuwe collega al bij voorbaat toe te juichen ligt evenmin voor de hand. Tijdens de voorgesprekken over zijn komst, was zijn nieuwe chef beleefd geweest, maar niet meer dan dat. De folder die het applauscomité hem overhandigt, maakt een einde aan zijn onzekerheid.
“De financiële sector ligt onder een vergrootglas,” leest Diederik, terwijl hij naar de liftgroep loopt. “Van alle kanten komt kritiek op ons af. Maar wij van Trots op de bank laten ons mooie beroep niet bederven. Wij gaan elke dag enthousiast aan de slag. Dat laten we zien met deze applausactie.”
Terwijl hij naar de lift loopt, klinkt opnieuw applaus. Kennelijk is er weer een werknemer gearriveerd. Gezien het gevorderde tijdstip moeten de leden van dit bizarre welkomstcomité er al een paar uur staan. Diederik is verbaasd over hun enthousiasme – en over hun gebrek aan kritisch vermogen.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 26 april 2018

Te grijs, hfdst 1


Te grijs


hdst 1 Verjaardag


Tijdens het doortrekken wendt Diederik zoals gewoonlijk zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreren zijn ogen toch rood op het witte porselein. Het zal door de bietjes van gisteren komen, stelt hij zichzelf gerust. Hij borstelt hij het streepje weg, wast zijn handen en stapt de gang in, waar hij bijna tegen zijn vrouw op botst die met haar gitaar in haar hand loopt.
“Je gaat op de raarste momenten naar de wc! Iedereen zit op je te wachten. We gaan je toezingen.”
Hij wil zich verontschuldigen, zeggen dat zijn stofwisseling al een paar maanden grillig is en dat hij de aandrang soms niet kan onderdrukken, maar zijn vrouw stapt al kordaat voor hem uit naar de suite en zet met stevige akkoorden het Lang zal hij leven in. Grijze en of kalende mannen en kort gekapte vrouwen kijken Diederik zingend aan. De meeste gasten komen al tientallen jaren op zijn verjaardagen, de meeste kent hij uit zijn studietijd in Leiden of van de crèche en het schoolplein. Nieuwe vrienden maakt hij niet meer en verversing van het bestand via echtscheidingen blijft uit. Dat laatste kenmerkt de mensen waarmee hij zich verbindt. Geen naïeve Gutmensche, maar trouw, zorgzaam en redelijk. Diederik beseft dat hij dankbaarder moet zijn dan hij is. Voor zijn vrouw, zijn zoon, vrienden, zijn werk, zijn welstand, voor alle zegeningen die over hem zijn uitgestort.  

Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek.
“Je zei laatst dat ik jouw exemplaar nooit had teruggegeven. Een paar dagen later vond ik een exemplaar in de wisselkast bij mij in de straat. Hij stond naast Het Kapitaal van Karl Marx. Marx gaf onze generatie een theorie over de maatschappij, maar Fromm vertelde ons hoe het zat met seks en liefde. Want al die praatjes van de oudere generatie vonden we nulkommaniks.”
Diederik knikt, al was hij in het doodsaaie Kapitaal niet ver gekomen. Fromms boek had hij verslonden. Hij bekijkt herkennend de zwart-gele kaft en leest hardop de titel: Liefhebben, een kunst, een kunde. Het boek lag bij de meesten in het gezelschap naast hun bed, in Diederiks geval een constructie van pallets met een oud matras en beddengoed van twijfelachtige properheid. Hij was als student schoon op zijn lijf en voor de rest liet hij de boel de boel, het waren de jaren zeventig en het materiële kwam op de tweede plaats. Dat was voor Claudia hetzelfde geweest.
Diederik bekijkt het boekje van alle kanten en ruikt eraan. Uit het diepst van zijn geheugen wellen woorden op.
“Trouw aan één partner was slecht, egoïsme ȧ deux. Nou, voor de meesten van ons was het een luxeprobleem, we waren blij als we één vriendinnetje hadden.”
“Jij was toen al met Claudia.”
“Min of meer,” zegt hij, zonder te merken dat zijn vrouw vlak bij hem staat, een fles witte en een fles rode wijn in haar handen.
“Dat kon enthousiaster, Diederik. Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn. Niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde. Ik was pas 18! Ik wist niks van de liefde, jij was de eerste man in mijn leven.”
Hij wil zeggen dat zij voor hem ook de eerste vrouw was, maar de gever van het boek slaat zijn arm om Claudia heen en zegt tegen haar: “Je kent hem toch. Voor Diederik is het glas altijd halfleeg. Je kunt wél met hem lachen.”
“Dat valt tegen de laatste tijd,” antwoordt ze. ”Hopelijk leeft hij op in zijn nieuwe functie. Hij begon een beetje een mopperige bankemployé te worden. Nietwaar schat?”
In antwoord tuit Diederik zijn lippen. Zij kust hem en gaat verder met haar bijschenkronde, voor de gezelligheid, want de gasten weten de drank na al die jaren zelf te vinden.
Iemand vraagt Diederik of Piet en Ria nog komen. Hij zegt dat hij ze niet meer verwacht.
“Piet vertelde laatst dat hij een paar dagen naar het ziekenhuis moest. Tussen neus en lippen door, terwijl hij altijd prat gaat op zijn gezondheid. Ik durfde niet te vragen wat er was.”
“Heb ik wel gedaan,” zegt een ander, die regelmatig met Piet squasht. “Hij zei opvallend terloops dat hij een tijdje niet zou kunnen spelen omdat hij last had van zijn buik. Ik voelde dat er iets aan de hand was en drong aan en inderdaad: er was een groot tumor in zijn darmen ontdekt.”
Met zijn handen geeft hij de grootte aan van een tennisbal.
“Ik zou zoiets meteen aan mijn vrienden vertellen, maar Piet ziet ziekte als een persoonlijke nederlaag. Het gezwel is intussen weggehaald. Alles is goed verlopen, hij was binnen vier dagen weer thuis, hij heeft geen stoma gekregen, er zijn geen poliepen of uitzaaiingen. Hij krijgt nog wel chemo. Hoe dat gaat, weet ik niet, hij reageert niet op mails en ik wil hem niet lastig vallen.”
Ze zwijgen. Piet leefde het gezondste van hen allemaal. Als hij ziek werd, wat stond de anderen dan te wachten? De afgelopen tien jaar kreeg de ene na de andere vrouw kanker, meestal in de borsten. Zijn nu de mannen aan de beurt? Diederik wil er niet aan denken, hij wil af van dit benauwende gesprek.
“Hoe neemt Ria het op?” vraagt hij. “Ze heeft haar leven eindelijk goed op de rit, rijdt lekker rond in een leasebak, strak in het pak. En nu dit.”

Zoals hij gehoopt had, verplaatst de aandacht zich naar de vrouw van de zieke, die nooit wist wat ze wilde en loopbaanmatig wat aanrommelde in deeltijd, tot ze als vijftigplusser door reorganisatie en ziekte ineens als oudst aanwezige haar afdeling moest leiden. De verantwoordelijkheid gaf haar vleugels en nu is ze een goed betaalde en gedreven manager.
“Ze is heel optimistisch,” weet een vriendin die met Ria op een leesclubje zit. ”Bij haar kom je er nooit achter wat ze echt voelt. Ze moet af en toe doodsbang zijn, maar daar laat ze niks van merken. Terwijl zij en Piet bij elkaar horen, dat was vanaf het begin duidelijk.” 
Verschillende aanwezigen waren er getuige van geweest hoe het aanging, tijdens een verblijf in de Zwitserse bergen. Zij was een stukje langs een ruwe rotswand naar beneden gegleden. Piet verzorgde haar wonden, hij had net een EHBO-cursus gedaan. Dankzij deze lichamelijke intimiteit was hun vriendschap een hechte relatie geworden. Bij Diederik en Claudia was dat proces turbulenter verlopen. Diederik pookt de open haard op en gooit nieuw hout in het vuur. Nu de herfstzon weg is, koelt het snel af, ook in huis, en hij is kouwelijk.
De haard is klein. Toch beginnen gasten al snel te klagen over de hitte. Claudia zet een raam open en kondigt aan dat ze in de keuken groente gaat snijden voor de gezonde snacks. Een aantal vrouwelijke gasten biedt hulp aan. Voor ze met haar assistentes naar de keuken vertrekt, zegt Claudia:
“Laat de mannen zo meteen de bitterballen en de vlammetjes doen, de vette hap is hun ding.”
“Zullen wij dan niet éérst de bitterballen bakken,” mengt een forse man zich in het gesprek. “Dan kunnen jullie alle tijd nemen voor de andere hapjes. Er echt iets moois van maken met rozetjes van wortel en zo.”
De vrouwen beantwoorden deze doorzichtige poging om aan de groentesnacks te ontkomen met boegeroep en vertrekken naar de keuken. Iemand zet daar muziek op en een paar vriendinnen beginnen mee te zingen.

“Het is altijd een gezellige boel bij jullie,” constateert de dikke man. Hij kijkt zoekend rond en Diederik reikt hem de fles witte wijn. “Dank je. Maar wat hoor ik, Diederik, je begint aan een nieuwe fase in je loopbaan?”
Diederik legt uit dat het om een nieuwe functie gaat binnen zijn bedrijf, op het hoofdkantoor in Utrecht. Net als veel branchegenoten is de B-bank door dure overnames diep in de verliezen gezakt. In een poging het financiële bloedverlies te stelpen, heeft de royaal gehonoreerde concerntop Diederiks marginaal renderende beleggingsafdeling wegbezuinigd. De medewerkers in Amsterdam kunnen kiezen voor een aantrekkelijke vertrekregeling of overplaatsing naar elders in het concern. Tot zijn eigen verbazing is Diederik teruggeschrokken voor het baanloze bestaan en heeft overplaatsing aangevraagd. Hij begint nu per 1 oktober bij de afdeling Communicatie in Utrecht. Die heeft een redacteur aangevraagd en krijgt nu hém toegewezen, al beantwoordt hij niet aan het gewenste profiel van jong, dynamisch en bekend met moderne media. Toch is hij optimistisch.
“Ik heb er twee gesprekken gevoerd. Het zal best een overgang zijn,” zegt hij. ”Van de andere kant: mijn teksten kloppen altijd met de feiten en dat is het belangrijkste. Ik vind de mededelingen van Communicatie inhoudelijk vaak dun. Juist nu de media de ene jobstijding na de andere over ons uitstorten.”
Zijn vriend knikt bevestigend en Diederik vervolgt:
“Juist nu moeten de medewerkers op ons eigen intranet zien hoe de vork in de steel zit. Met mijn kennis van zaken en ouderwetse degelijkheid kan ik daarbij helpen. En zoals Claudia zegt: ik ben toe aan een nieuwe uitdaging. Ik ken de beurs nu wel een beetje en mijn nieuwsbrief voor particuliere beleggers kan ik met mijn ogen dicht schrijven. Ik zie ook niet hoe ik die nieuwsbrief kan verbeteren, dus ik kijk er naar uit om mijn tanden in iets nieuws te zetten. Ik ben nog te jong om achter de geraniums te gaan zitten.”


 

 

En daar is het dan, hoofdstuk 1 van Te grijs


Ik zat met een schrijvende vriendin op een terras aan de Amstel en genoot van de zon, de Eggs Norwegian en vooral van haar lof voor mijn blog. “Bloggen kan je,” besloot ze haar lofzang. “Maar kun je een roman schrijven? Daar blog je over, maar je laat er niks van zien.”
Ik protesteerde dat ik vaak fragmenten van Te grijs publiceer.
“Snippers,” zei ze verachtelijk. ”Hoe staat met het hele boek? Je wil op 31 augustus klaar zijn, maar waarmee, dat wil ik graag weten. En ik ben niet de enige.”
Ik keek hoe een sloep vol partyende studenten voorbijvoer en moest schoorvoetend toegeven dat ze een punt had.
 


Deadline gehaald
De lezer weet intussen dat Te grijs gaat over een zestiger die beroepsmatig, relationeel en lichamelijk in een crisis belandt, die hij uiteindelijk overwint. De fragmenten geven de lezer alleen een idee van de stijl en de sfeer van het verhaal. Ik kan me voorstellen dat hij na twee jaar en 119 blogs intussen resultaten wil zien. Een substantieel stuk van het boek, zoals je op bol.com krijgt bij het inkijkexemplaar.
Ik heb de eerste hoofdstukdeadline intussen gehaald en hoofdstuk 1 is in concept klaar. Ik zal het nog aanvullen en stroomlijnen, maar inhoud en functie zijn definitief. We maken kennis met hoofdpersoon Diederik op het moment dat hij nog goed in zijn vel zit. Verder worden de rampen aangekondigd waaraan hij in de volgende hoofdstukken het hoofd zal moeten bieden.   

Procrastinatie
Om de nieuwsgierigheid van de lezer te bevredigen kan ik hoofdstuk 1 simpelweg als bijlage aan het blog toevoegen. Bij die gedachte alleen al overvalt me een overweldigende behoefte aan procrastinatie. Ik moet het stuk nog laten corrigeren, ik moet het nog één keer doorlezen en laten bezinken, ik moet eerst alle hoofdstukken afmaken en alles in weekritme publiceren.  Er zijn honderd redenen voor uitstel. Goede redenen, die over een jaar ook nog zullen gelden. Of over tien jaar. Dan ben ik 77 en ik wil niet met een rollator naar het Boekenbal.
“Je moet nu beginnen met afronden, anders komt het er nooit van.” Verschillende mensen die over mijn welzijn waken, hebben dat gezegd. Welnu, de publicatie van het eerste hoofdstuk is het begin van de afronding. Je vindt de tekst
hier. Deze link werkt niet goed, ik ben er mee bezig. Alvast een alinea, de hele tekst staat life in de volgende post.

Te grijs 

Michiel Nooren 27 april 2018
hdst 1 Verjaardag
De 60-ste verjaardag

Tijdens het doortrekken wendt Diederik zoals gewoonlijk zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreren zijn ogen toch rood op het witte porselein. Het zal door de bietjes van gisteren komen, stelt hij zichzelf gerust. Hij borstelt hij het streepje weg, wast zijn handen en stapt de gang in, waar hij bijna tegen zijn vrouw op botst die met haar gitaar in haar hand loopt.
“Je gaat op de raarste momenten naar de wc! Iedereen zit op je te wachten. We gaan je toezingen.”
Hij wil zich verontschuldigen, zeggen dat zijn stofwisseling al een paar maanden grillig is en dat hij de aandrang soms niet kan onderdrukken, maar zijn vrouw stapt al kordaat voor hem uit naar de suite en zet met stevige akkoorden het Lang zal hij leven in. Grijze en of kalende mannen en kort gekapte vrouwen kijken Diederik zingend aan. De meeste gasten komen al tientallen jaren op zijn verjaardagen, de meeste kent hij uit zijn studietijd in Leiden of van de crèche en het schoolplein. Nieuwe vrienden maakt hij niet meer en verversing van het bestand via echtscheidingen blijft uit. Dat laatste kenmerkt de mensen waarmee hij zich verbindt. Geen naïeve Gutmensche, maar trouw, zorgzaam en redelijk. Diederik beseft dat hij dankbaarder moet zijn dan hij is. Voor zijn vrouw, zijn zoon, vrienden, zijn werk, zijn welstand, voor alle zegeningen die over hem zijn uitgestort.  

Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek.
“Je zei laatst dat ik jouw exemplaar nooit had teruggegeven. Een paar dagen later vond ik een exemplaar in de wisselkast bij mij in de straat. Hij stond naast Het Kapitaal van Karl Marx. Marx gaf onze generatie een theorie over de maatschappij, maar Fromm vertelde ons hoe het zat met seks en liefde. Want al die praatjes van de oudere generatie vonden we nulkommaniks.”
Diederik knikt, al was hij in het doodsaaie Kapitaal niet ver gekomen. Fromms boek had hij verslonden. Hij bekijkt herkennend de zwart-gele kaft en leest hardop de titel: Liefhebben, een kunst, een kunde. Het boek lag bij de meesten in het gezelschap naast hun bed, in Diederiks geval een constructie van pallets met een oud matras en beddengoed van twijfelachtige properheid. Hij was als student schoon op zijn lijf en voor de rest liet hij de boel de boel, het waren de jaren zeventig en het materiële kwam op de tweede plaats. Dat was voor Claudia hetzelfde geweest.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 20 april 2018

Op zoek naar foto’s van mijn personages

En lezer, heb je na mijn vorige post de verstofte A4-tjes van je boek-in-wording opgediept? Boeide het plot je nog en waren de  personages nog levendig, fris en fruitig? Of zijn de personages bij nader inzien vlak en lijken ze op elkaar. Het bevolken van een verhaal met boeiende mensen is de grootste uitdaging van een schrijver, ongeacht of zijn verhaal karakter- of plotgedreven is.   

Salander en Norén
De eenvoudigste manier om een personage herkenbaar te maken, is door een zonderling te bedenken. Lisbeth Salander uit de Millennium-trilogie van Stieg Larsson is een autistische vrouw met een geweldig talent voor IT en met name voor hacken. Zij is een idiot savant, net als Saga Norén uit de Deens-Zweedse misdaadserie The Bridge die misdaden oplost met haar onwaarschijnlijk grote encyclopedische kennis.
Sallander maakt geen ontwikkeling door, ook niet in het vierde deel van de serie, (Wat ons niet zal doden, 2017), die postuum is voortgezet door David Lagerkrantz. Norén krijgt in de derde jaargang steeds meer menselijke trekjes. Om dit te bereiken, moeten de scenarioschrijvers wel een orkaan van bloedig geweld ontketenen en laten ze de brave Norén beschuldigd worden van moord op haar moeder.
Ook de hoofdpersonen van de Afrikaander thrillerschrijver Deon Meyer groeien. Inspecteur Bennie Griessel is in Duivelspiek (2005) een moedeloze en ongedisciplineerde gescheiden man. Vier boeken later, in Icarus (2015) is hij een stuk vrolijker, al blijft de drank een zwakke plek.  

Diederiks overlevingsstrategie
Deze voorbeelden zijn plotgedreven verhalen, terwijl Te grijs karaktergedreven is. Natuurlijk, de hoofdpersoon Diederik wordt op gevorderde leeftijd overgeplaatst naar een normloze afdeling van een bedrijf dat van de ene ramp naar de andere wankelt en tenslotte failliet gaat. Hij verliest zijn baan en zijn vrouw en krijgt kanker. Er gebeurt dus genoeg, maar de ontwikkeling van de hoofdpersoon, zijn coping strategy, staat centraal.
Mijn probleem is dat de twee andere belangrijke personages op elkaar lijken. Ze leven in hetzelfde milieu en zijn, net als Diederik, succesvolle  middenklassers en ouders. Dat communicatiecollega Iris veel jonger is dan echtgenote en geschiedenislerares Claudia doet daar weinig aan af.

Succesvolle middenklassers
Om ze scherper van elkaar te onderscheiden, zou ik ze beter moeten kennen. De site schrijven online adviseert om karakterkaarten te maken van je personages met een mini-cv en eigenaardigheden. Omdat ik beide vrouwen al in tientallen scènes heb neergezet, zou ik de inhoud van de karakterkaarten uit de roman moeten halen. Zo’n inventarisatie kan nuttig zijn, maar is een klerkenklus waar ik erg tegenop zie. Deze website adviseert echter ook om aan de kaarten foto’s toe te voegen, portretten op internet van mensen die lijken op de personages. Die suggestie neem ik over. Ik ken Claudia en Iris vrij goed, maar hoe ze er uitzien, dat heb ik maar vaag voor ogen en daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Meer over deze spannende zoektocht in een latere post van dit  blog.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

 

vrijdag 13 april 2018

Volg mij en maak je boek nú af


Bij Linda de Mol heeft het gewerkt, het stellen van een publieke deadline. Ze wilde haar vervettingstrend abrupt keren en vijf kilo afvallen in zes weken. Ze riep lezers van haar magazine op zich bij haar aan te sluiten, wat ze massaal deden. Via haar speciale lijnvlog kon ze op 2 mei 2016 melden dat ze binnen de voorgenomen tijd haar streefgewicht van 77 kilo bereikt had.
Ik hoop dat andere worstelende romanciers door mijn voorbeeld geïnspireerd worden. Soms heb je een duw in de rug nodig om kilometers te maken en dat is wat ik wil. Op 31 augustus vertrek ik naar Porto om de Camino Portugues te lopen. Dan wil ik een nieuw manuscript hebben van honderd kantjes A4, dat ik naar mijn meelezers kan sturen. Zo niet, dan stop ik. Mijn romanproject is dan mislukt.   


Stokoude mama
De planning is gedetailleerd. Voor elk hoofdstuk heb ik vijf werkdagen om de scènes in de ruwbouw te plaatsen. Begin juli is dat proces voltooid en dan heb ik nog twee maanden voor de afwerking.
Deze planning houdt geen rekening met onverwachte gebeurtenissen. Op 3 mei hoop ik, na vijf jaar medische controles, gezond verklaard te worden. Als ik toch weer kanker blijk te hebben, kan de roman me waarschijnlijk geen biet meer schelen. Verder is mijn moeder 92 en fragiel. Haar overlijden zal waarschijnlijk mijn leven op zijn kop zetten.
Daarnaast werk ik als vrijwilliger voor een belangenvereniging. Vooralsnog staat alleen een congres in Stockholm op de agenda, maar er kan meer werk aankomen.
Er is dus kans op vertraging. In dat geval verschuift de deadline naar eind 2018. Ik heb dan tweeëneenhalf jaar aan Te grijs gewerkt. Als er dan nog geen veelbelovend manuscript ligt, kan ik mijn tijd beter besteden. Een stopreden die niet in het lijstje voorkwam dat ik in mijn vorige blog noemde, maar wel heel belangrijk is: je leeft maar één keer en moet je tijd optimaal besteden.

Vervagende stip
Toen ik bij mijn pensionering in juni 2016 aan Te grijs begon, werkte ik strak toe naar een stip aan de horizon. In januari 2017 lag er een leuk, maar slecht geordend en onvolledig manuscript van honderd kantjes. Tijdens het aanvullen en ordenen ben ik het zicht op mijn doel kwijtgeraakt en misschien komt die helderheid niet meer terug en moet ik dat accepteren. Mijn partner Angeline beschreef onbedoeld het proces in een bekroonde haiku:
het verre lichtje -
toen ik naar iets anders keek
is het uitgegaan.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com


vrijdag 6 april 2018

Stop en begin een dagboek

Goede raad is goedkoop voor de schrijver van een roman. Fysiek is het een solitaire bezigheid, maar digitaal ben je altijd in het gezelschap van tienduizenden mannen en vrouwen die op dat moment hetzelfde doen als jij.
Net als andere creatieve activiteiten gaat fictieschrijven nooit zo vlug als je wilt en dat is frustrerend. Zeker omdat je vaak na een lange worsteling met een probleem ontdekt dat de oplossing voor de hand lag.
Frustraties en moeizaam verworven inzicht van schrijfgrage lieden vormen een vruchtbare bodem voor publicaties over fictie schrijven. Elke frustratie die je als schrijver kan hebben is benoemd, wat welkome troost biedt op moeilijke momenten. In een weekblad klaagde een schrijver van zes weinig succesvolle romans dat híj niet was uitgenodigd voor het Boekenbal, maar twee internetbloggers wel. En dat hij het emotioneel ook heel zwaar had bij elke positieve recensie van een roman van een ander. Deine Sorgen möchte ich haben, dacht ik.


 
Beter blogs bundelen
Verder word je overladen met schrijfadviezen. Het zijn vooral tot nu toe miskende romanauteurs die de vele bloggen schrijven met doorleefde adviezen en praktische tips. Het niveau van deze publicaties is verbazend hoog, waarschijnlijk hoger dan dat van hun romans. Misschien is dat bij ondergetekende ook het geval. Een meelezer verbaasde zich erover dat ik niet stopte met de roman en mijn ruim 100 geïllustreerde schrijfblogs bundelde. Dan was ik af van de dagelijkse worsteling met Te grijs en had ik toch een boek.

Ontdekking van Moskou
Een roman opgeven gebeurt waarschijnlijk vaak. Harry Mulisch (o.a. De ontdekking van de hemel. 1992) werkte twee jaar aan De ontdekking van Moskou en legde het manuscript ontevreden weg. Later pakte hij het verhaal weer op, om het na enige maanden weer weg te leggen, deze keer voorgoed. Maar ik heb een goede reden nodig om te stoppen. De website boekschrijven noemt er vijf.
1) ik kan het niet. Geldt niet voor mij, heb genoeg ervaring.
2) ik heb geen tijd. Onzin, ik ben pensionado.
3) ik kan me er niet toe zetten. N.v.t, want zit elke werkdag aan het boe
4) wie zit er op mijn schrijfsels te wachten? De samenleving vergrijst en dit verhaal gaat over een 60-plusser die geconfronteerd wordt met zijn leeftijd en zich heruitvindt.
5) ik overzie het niet meer. Dat was inderdaad zo, maar nu gloort er een straaltje voortschrijdend inzicht.

Dag boek?  
Ik ga nog niet stoppen. Ik verwacht het werk af te maken en gelezen te worden. En als het boek totaal flopt? Thomas van Aalten (o.a. Leeuwenstrijd, 2014) was tot nu weinig succesvol met zijn zes romans. Misschien, vroeg Vrij Nederland deze dertigplusser, schrijf je de komende twintig jaar iedere twee jaar een roman die weinig wordt besproken en niet verkoopt? Zou dat acceptabel zijn?
‘Jawel,’ zegt Van Aalten na een slok bier. ‘Ik zou het dragen als een man en gewoon mijn eigen bibliotheek volschrijven.’
Ik zou in zijn plaats stoppen en een dagboek beginnen, want daar komt het nu ook op neer.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 30 maart 2018

Smachten medicijn voor tijdsversnelling bij ouderen

De tijd gaat sneller als we ouder worden. Als schoolkind was ik een wijsneusje en de kleinste van de klas. Ik zou genadeloos gepest zijn, als de pesters hadden geweten hoe ze tot me  door konden dringen, maar ik was te zonderling en moeilijk te begrijpen. De ellendige schooldagen kropen voorbij, tot het  onverwacht vakantie was en gelukkig duurde díe ook eindeloos.
Later als student in Leiden zat ik met mijn vrienden te bomen, muziek te luisteren en shag te roken zonder op de tijd te letten. Soms viel het ochtendlicht al over de eeuwenoude huizen aan de overkant van de straat als we afscheid namen.
Nu ik zestiger ben zie ik de dagen, de weken en zelfs de maanden bijna spoorloos verdwijnen. Zoals John Williams in Stoner (1965) schrijft over de hoofdpersoon, een ouder wordende, flegmatieke hoogleraar: “De tijd verstreek en het verstrijken zelf zag hij niet.”     
                                        (afbeelding: Mieke Hoppel: Verlangen)
Vergeten tijd
Uiteraard wordt ook de hoofdpersoon van Te grijs geconfronteerd met dit fenomeen, dat Douwe Draaisma analyseerde in Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001). Eén oorzaak is optische vertekening: ons geheugen onthoudt geen tijd, maar gebeurtenissen. Als we terugkijken, herinneren we ons alleen de belangrijkste belevenissen. Omdat we het gebeuzel vergeten zijn, lijkt het of er in het verleden meer gebeurde dan nu en we er meer tijd en aandacht voor hadden. Verder gaan ons lichaam en onze geest trager werken, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken dat beklijft. Een tweede oorzaak is van fysieke aard. Ons lichaam en onze geest werken trager, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken.

Bewuster verlangen
In Draaisma’s visie is de versnelling van de tijd dus onverbrekelijk verbonden met onze levensloop.
Aan het begin van zijn leven rent de mens nog kwiek langs de oever van een rivier, sneller dan de stroom. Rond het middaguur is zijn tempo al wat lager en loopt hij gelijk op met de rivier. Tegen de avond, als hij vermoeid raakt, versnelt de stroom en raakt hij achter. Ten slotte blijft hij stil en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde, onverstoorbare tempo waarin hij al de hele dag heeft gestroomd.”
Is er dan niets wat we kunnen doen? Ja, toch wel. Bewuster verlangen naar het weerzien met een dierbare, het behalen van een realistisch doel of gewoon naar mooi weer. Voor wie smacht, kan de tijd niet snel genoeg gaan.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 23 maart 2018

Nederlandse romancier stemt graag blanco

Politiek en literatuur zijn in Nederland bijna gescheiden werelden. Wat ligt er meer voor de hand dan een What if-roman te schrijven naar aanleiding van de overwinning van de Haagse Law and order-partij Groep de Mos? Stel dat de partij bij de volgende verkiezingen de baas wordt in Den Haag. Wat betekent dat voor een Islamitisch gezin uit de Schilderswijk?  Het programma van De Mos bepleit een daadkrachtige aanpak van problemen die bij allochtonen relatief veel voorkomen. En Richard de Mos zelf was een aanhanger van de Islamietenhater Geert Wilders, tot hij in 2014 voor zichzelf begon. Ik hoop dat hierover een roman in de maak is, maar ik vrees van niet.
Aan de linkerkant van het politieke spectrum is ruimte voor een roman over wat een welgestelde ondernemer voor de kiezen krijgt als Groen Links in 2022 de meerderheid krijgt in de gemeenteraad. Ook daar kun je een boek overschrijven.


Onderworpen Houellebecq  
Het is in dit verband ook verbazend dat voorafgaand aan de parlementsverkiezingen van vorig jaar geen roman is verschenen over de toen algemeen verwachte overwinning van Geert Wilders en zijn PVV. Hoe zo’n roman eruit kon zien, had Philip Roth al in 2004 laten zien in Het complot tegen Amerika. Daarin wint luchtvaartpionier en Hitler-bewonderaar Charles Lindbergh de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1940, als de VS nog neutraal zijn in de oorlog in Europa. Het boek beschrijft de belevenissen van een burgerlijk Joods gezin in Newark als een sterk antisemitisme de kop opsteekt.
Een ander voorbeeld is Onderworpen van Michel Houellebecq. Na de Franse verkiezingen van 2022 komt de Islamitische partij aan de macht. De hoofdpersoon verliest zijn baan aan de Sorbonne, maar kan later komen werken aan de Islamitische universiteit. Deze functie geeft hem recht op drie jonge, gedweeë echtgenotes. Tot grote woede van veel lezers eemt hij de baan.  

Koch en Thomése
Nederlandse romans waarvan de romanschrijvers duidelijke partijpolitieke standpunten innemen, ken ik niet. P.F. Thomése beschrijft in Wladiwostok (2014) een spindoctor en de politicus die hij ondersteunt. Herman Koch voert in Het diner (2009) een politicus op als broer van de hoofdpersoon. In De greppel (2016) is een niet zo heel fictieve burgemeester van Amsterdam de ik-figuur die worstelt met het ouder worden.

In dat laatste lijkt hij sterk op mijn hoofdpersoon in Te grijs. Diederik heeft echter geen politieke functie, maar stemt. Verkeerd, wat ruzie betekent met zijn echtgenote.
“Ik heb je niet goed verstaan, denk ik,” zegt Claudia. ”FvD?”
Diederik noemt met aarzeling de volledige naam.
“Forum voor Democratie, daarop heb ik gestemd. Die zijn voor afschaffing van die belachelijke erfpacht hier in Amsterdam.”
“Maar…” Ongeloof en verbijstering snoeren haar de mond.
“Dat is toch de partij van die eikel Baudet?”
“Je moet het lokaal bekijken. Hier zit heel iemand anders.”
“Maar zijn partijleider praat wel over Nederlandse waarden en is tegen Europa. En hij heeft die groezelige roman geschreven over een gigolo. Baudet is gewoon een vrouwvijandige lul. En als je op hem stemt ben jij ook een lul. Gatver.”
Boos staat ze op.
“Ik wilde eerst net als jij stemmen,” verdedigt hij zich. ”Maar de erfpacht…” Hij kan zijn zin niet afmaken, want ze heeft de deur al achter zich dichtgeslagen.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com