donderdag 10 mei 2018

Allerindividueelste expressie van het nieuwe bed

Naast hartverwarmende lofprijzingen krijg ik ook pittige kritiek. Waarom doe je dat jezelf aan, vragen mensen me. Waarom stel je je niet op als een bevlogen romanschrijver die de allerindividueelste expressie van zijn allerindividueelste emotie uit zijn laptop wringt? Die tijdens het scheppingsproces als een kluizenaar leeft en iedereen afblaft die hem afleidt van zijn werk. Dat is immers de manier waarop onsterfelijke kunst tot stand komt.  

Ongelezen romans
Zeker worden op die manier een paar topromans geschreven – en een berg manuscripten die niemand begrijpt en die ongelezen blijven. Dat laatste zou zeker het lot zijn van mijn roman, als ik niet voortdurend feedback kreeg. Als kind nam ik aan dat iedereen zo dacht als ik en dat is nog steeds een valkuil. Ik heb geleerd wat de aanspreekpunten van anderen zijn en heb van communiceren zelfs mijn beroep weten te maken. Maar nog altijd moet ik oppassen dat ik geen wegen insla waarop niemand mij kan volgen.
Kussende hetero’s
Zo beschreef ik twee weken geleden in hoofdstuk 1 de verjaardag van Diederik. Ik schetste het beeld van een zestiger die de zaken redelijk op orde heeft en omringd wordt door een trouwe en stabiele vriendenkring. Hij is jarig en krijgt cadeaus.
“Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek,” schrijf ik in mijn onschuld. Het is een illustratie van de omgangsvormen in de groep, meer niet. Een homofiele meelezer zocht echter een diepere betekenis.
“Is het gebruikelijk dat heteromannen elkaar kussen?” vraagt hij twijfelend. De homo’s die hij kent, kussen en knuffelen elkaar alleen als ze seksuele bedoelingen hebben. En staat er niet met nadruk: “één van de grijze mannen”.         

Geheime liefde
Mijn meelezer vermoedt waarschijnlijk een geheime liefde en verwacht dat dit een thema wordt in de roman. Volkomen ten onrechte: dit is de enige keer dat ik de man vermeld. Hij is gewoon één van de vele vrienden die Diederik kussen. Ik nam aan dat het gebruikelijk is dat mannen in een bepaald milieu elkaar kussen. Normaal, leek mij, maar misschien is het heel uitzonderlijk dat autochtone Nederlandse mannen elkaar kussen. Dan zette die ene zin de lezer op ghet verkeerde been en dat is precies wat je als schrijver wilt vermijden. Hoe meer ogen meekijken, des te scherper zie ik wat ik wil vertellen.
Drie presentaties
Onder dit blog volgt weer een fragment dat een indruk geeft van het hoofdstuk 3. De hele tekst over de komst van het nieuwe bed vind je voorzien van tussenkopjes in een extra blog. Belangstellenden van wie  ik het e-mailadres heb, krijgen de in boekletters gezette wordversie. Ik hoop op veel feedback.
Toen ze op kamers ging, heeft Claudia zelf een bed in elkaar geschroefd uit hout dat ze had gevonden. Eigenlijk gestolen, maar omdat het op een grote stapel onbewaakt in de publieke ruimte lag, voelde dat niet zo. Diederik was gehecht aan het ruwe bouwsel waarin zijn zoon is verwekt en vervolgens geboren. Dat monument van hun echtelijk leven hebben ze de voorgaande avond buitengezet, na de montage van het vervangende slaapmeubel. Het staat nu buiten in de koude nacht onder een straatlamp om ’s ochtends, over een paar uur, te worden opgehaald met het andere grofvuil.

Tot dit moment heeft Diederik weinig acht geslagen op de klachten van zijn vrouw dat het oude bed onvoldoende slaapcomfort biedt. Het is te smal en bovendien neemt je behoefte aan comfort toe met de leeftijd, dat is normaal. In dat kader somt ze dan de namen van bevriende stellen die nieuwe bedden hebben gekocht met aparte matrassen, alleen de sprei verenigt de beide slaapplaatsen.
“Wil je dát dan, Diederik?”
Het was een retorische vraag geweest. Ze wilde “nog altijd” graag met hem in één bed slapen, als ze maar ruimte had wanneer ze daar behoefte aan voelde.
“En als ik wil, kruip ik lekker tegen je aan. Dat klitten in het smalle bed benauwt me verschrikkelijk. Dat moet je toch merken.”


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 4 mei 2018

Te grijs hfd 2 Eerste werkdag en hoeragroep

Als Diederik op zijn eerste werkdag in Utrecht naar het station fietst, is hij in een uitstekende stemming, mede dankzij de dagen van harmonieuze en productieve samenwerking met zijn partner. Op het perron wacht hem echter een teleurstelling. De extra vroege trein die hij heeft uitgekozen, laat op zich wachten wegens een “aanrijding met een persoon”. Een man die naast Diederik in de menigte staat, uit hierover zijn verbazing.
“Het komt geregeld voor dat iemand onder de trein loopt, maar zelden zo vroeg op de dag, tijdens de ochtendspits.”
“Hij had zeker haast,” zegt een andere forens geërgerd. “Hij kon niet wachten tot de drukte voorbij was.”
Diederik heeft in de krant gelezen dat het vooral mannen zijn die zelfmoord plegen, vaak mannen in zijn leeftijdsgroep. Ook hij kan weinig begrip opbrengen voor de kalende suicidaal die zich juist voor de trein heeft geworpen op Diederiks eerste werkdag in zijn nieuwe job.

Nog big deal
Eindelijk arriveert er een trein en de reizigers persen zich erin. Door toeval heeft Diederik een zitplaats, aan het raam zelfs. Een beetje benauwd krijgt hij het wel, omdat er een dikke leeftijdgenoot naast hem zit en boomlange twintiger tegenover hem. De menigte houdt zich opmerkelijk stil. Iedereen, zittend of staand, is verdiept in zijn telefoon, krant of boek. Pas als ze door een klein station razen, ontstaat geroezemoes. Dit blijkt de plaats des onheils. Hoe mensen dat weten, is Diederik een raadsel. Hij hoort zelfs de naam noemen van de ongelukkige. Dat laatste woord komt bij hem op, nu zijn ergernis over de vertraging is gezakt. Het is inderdaad een man van tegen de zestig, een hem onbekende mediapersoonlijkheid van wie de uiterste houdbaarheidsdatum was overschreden en wiens programma was geschrapt.
“But Diederik is still going strong,” zegt hij tegen zichzelf. Hij zal het wel redden, daar op het hoofdkantoor. In zijn lange loopbaan heeft hij voor vele hete vuren gestaan. Dat hij nerveus is, ligt voor de hand, hij komt in een heel nieuwe groep mensen. Gelukkig maakt hij gemakkelijk contact. Hij haalt bewust een paar keer diep adem en pas dan valt hem op dat er boven de weilanden een verblindende lichtshow aan de gang is, een vuurwerk van machtige proporties. Niemand schenkt er aandacht aan, het is de zon die opkomt, no big deal.

Spectaculaire ontvangst
Het hoofdkantoor ligt gelukkig vlakbij het station. Met grote passen loopt Diederik er heen en stapt de hal binnen. Een groep onbekende collega’s luid begint te applaudisseren. Hij verwacht dat achter hem een Bekende Nederlander is binnengekomen of een personeelslid dat een bankoverval verijdeld heeft. Hij ziet echter alleen de schoonmaker die het bordes heeft geveegd.
De bank is in gedragsnormen pijnlijk egalitair, dat weet hij uit de mission statement die ook in het effectenbedrijf ingelijst aan de muur hing. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat een laag ingeschaalde medewerker applaus krijgt voor een simpele taak die hij dagelijks verricht. Dat mensen van zijn eigen afdeling de ochtendvergadering overslaan om hun nieuwe collega al bij voorbaat toe te juichen ligt evenmin voor de hand. Tijdens de voorgesprekken over zijn komst, was zijn nieuwe chef beleefd geweest, maar niet meer dan dat. De folder die het applauscomité hem overhandigt, maakt een einde aan zijn onzekerheid.
“De financiële sector ligt onder een vergrootglas.” leest Diederik terwijl hij naar de liftgroep loopt. “Van alle kanten komt kritiek op ons af. Maar wij van Trots op de bank laten ons mooie beroep niet bederven. Wij gaan elke dag enthousiast aan de slag. Dat laten we zien met deze applausactie.”

Vreemde actie
Terwijl hij naar de lift loopt, klinkt opnieuw applaus op. Kennelijk is er weer een werknemer gearriveerd. Gezien het gevorderde tijdstip moeten de leden van dit bizarre welkomstcomité er al een paar uur staan. Diederik is verbaasd over hun enthousiasme – en over hun gebrek aan kritisch vermogen. Onder de effectenhandelaren gold het als een feit dat de bankiers door overmoed en machtshonger zelf hun sector in de soep hebben gedraaid. De dagelijkse dienstverlening is het kind van de rekening, daarover valt niks te juichen. De kantorennetten zijn uitgedund. Klanten die bellen worden ontmoedigd door bizarre keuzemenu’s en lange wachttijden. Wie geld wil overmaken moet die functie opzoeken op schermen vol reclame. Aanvragers van hypotheken krijgen pas na weken offertes en die zijn vaak fout ook. Diederik weet dat uit eigen ervaring. Zijn klappende collega’s moeten daarvan ook op de hoogte zijn. Vreemde actie.


Virtuele dochters
Hij stapt uit de lift naar het zaaltje met het nummer dat hij heeft op gekregen. Door de glazen deur ziet hij zijn afdelingsgenoten al in druk overleg. Af en toe buigt iemand zich naar een centrale microfoon, kennelijk om de collega´s toe te spreken die thuis aan de telefoon zitten. Een enkeling staat al, laptop in de hand, ze zijn bijna klaar. Hij besluit het gezelschap niet te storen en gaat naar de koffieautomaat.
Weldra stroomt het zaaltje leeg. Een aantal mensen loopt haastig langs hem heen, pratend in de telefoon. De meesten groeperen zich echter rond hem, de nieuwe collega. Het zijn voornamelijk vrouwen, die qua leeftijd Diederiks dochter konden zijn, in ieder geval biologisch. Er zijn een paar mannen, ook zij nauwelijks ouder dan zijn enig kind, zoon Sebas. De afdelingschef zou een jongere broer van hem kunnen zijn, wel een nakomertje, Diederik schat hem achterin de veertig.
Een rijzige vrouw met een melodieuze stem geeft hem als eerste een hand.
“Dus jij bent de vluchteling uit Amsterdam, ” zegt ze. “Wees gerust: deze afdeling zal nog heel lang blijven bestaan. Zolang we de mannen aan de top maar af en toe in het zonnetje zetten.”
De baas reageert geërgerd.
“Ik dacht dat onze afdeling toch wel wat meer deed dan dat, Iris. En dat mag jij Diederik laten zien. Jij wilde een redacteur: nou, daar staat hij.”

Mobielloze zonderling

Diederik schudt handen, neemt beste wensen in ontvangst en volgt Iris naar de werkruimte.
“Ik ben benieuwd waar ik zit,” zegt hij. Ze kijkt hem verbaasd aan.
“Was bij jullie in Amsterdam het nieuwe werken nog niet ingevoerd? Hier kies je als je op kantoor komt zelf een plek die je prettig vindt. Inloggen kun je overal. Laten we eerst je laptop en je smartphone ophalen. Heb je al gebeld wanneer je kunt komen?”
”Ik heb mijn oude telefoon ingeleverd.”
“En in de stress van de eerste werkdag heb je je eigen mobiel thuis laten liggen.”
“Ik heb zelf geen mobiel.”
Ze trekt haar wenkbrauwen op en hij legt uit.
“Ik bel weinig, ik heb een hekel aan telefoneren.”
“Maar als je iets moet opzoeken, openingstijden of de beste route ergens heen, hoe doe je dat dan?”
”Thuis op de pc en met de TomTom. Op mijn vorige werktelefoon kon ik alleen bellen.”
Iris is zichtbaar van haar stuk gebracht door dit inkijkje in het leven van de primitieve mens en hij zegt:
”En sms’en, dat deed ik best vaak.”
Deze blijk van bredere technologische kennis maakt geen indruk. Ze pakt kordaat haar eigen telefoon en informeert over de status van wat zijn mobiele werkplek heet. Daar is nog niks aan gedaan, de technische afdeling heeft het bericht van zijn komst over het hoofd gezien. “Maar woensdagochtend om 9 uur staat je apparatuur voor je klaar,” zegt Iris opgewekt. “Laten we eerst beneden koffie gaan drinken, dan zal ik je wat vertellen over ons team. Jammer dat je vanochtend laat was, dan had je je collega´s even kunnen meemaken, maar er komen nog genoeg vergaderingen. Het is een leuke groep mensen. Gezellig dat we er nog een man bijkrijgen, ook al is het…”
“Een oude kerel,” vult hij aan.
Ze legt haar hand op zijn arm.
”Betrapt,” zegt ze lachend. Dan komt de lift en kunnen ze niets meer zeggen, het is te vol.

Agrarisch accent
Zwijgend dalen ze, terwijl het geluidssysteem commercials van de B staat voor Beter-campagne ten gehore brengt.
“Van mijn oude bank kreeg ik een schrale rente,” vertelt een agrarisch klinkende mannenstem. “Maar nu heb ik de Toprekening van B-Bank.” Er volgt een jingle en een vrouwenstem jubelt: “Je spaart beter bij B-bank.” Na een tweede jingle volgt de payoff: “B-bank, met de B van Beter.” Simpele taal, afgestemd op de doelgroep van de bank, vooral laagopgeleiden buiten de Randstad.
Diederik en zijn gids stappen uit en gaan naar een licht atrium met restaurants, koffiebars en flexibele werkplekken. Iris bestelt een cappucino voor Diederik en neemt zelf een latte macchiato. Met de bekers in de hand lopen ze naar een coupé-achtige zitmodule van rood materiaal, een van de vele exclusieve meubelen in deze ruimte. Diederik kijkt zijn ogen uit, hij kwam zelden op het hoofdkantoor.
“Dit is allemaal nog van de bank die hier vóór ons zat,” legt Iris uit. “We konden hier zo intrekken toen ze failliet gingen. Deze ruimte was net feestelijk in gebruik genomen.”

Administratief geld
Diederik begint te begrijpen hoe de gefailleerde bank de steunmiljoenen heeft besteed die de staat overmaakte om haar financiële positie te versterken. Volgens zijn voormalige effectencollega’s wordt ook de B-bank overeind gehouden door een breed scala overheidsmaatregelen. Hoeveel cash er naar Utrecht gaat, wisten ze niet precies, maar hij moet denken in grote bedragen.
“Gemiddeld gaat er per dag zeker een miljard naar de banken in de eurozone,” had er een gezegd en in een poging dit bedrag te duiden: “Dat is duizend miljoen euro.”
“Gebeurt dat dan in het geheim?” had Diederik verbaasd gevraagd. Hij kon zich bij duizend miljoen weinig meer voorstellen dan dat het heel veel was, terwijl hulp aan bankiers bij het publiek gevoelig lag.
“Niet in het geheim,” was het antwoord. “Maar ook niet in het openbaar. Er is veel administratief geld bij.”
De luxe van de lunchruimte brengt het raadselachtige begrip terug in Diederiks geest.
“Verbazend hoeveel je met administratief geld kunt doen,” zegt hij tegen Iris. Ze kijkt hem een moment vragend en besluit dan de opmerking te negeren, mensen van Diederiks leeftijd zeggen wel vaker dingen die onbegrijpelijk zijn of irrelevant.
“Laten we hier gaan zitten, dan kan ik je vertellen wat er verwacht wordt van ons en ook van jou.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

Ondanks kankerangst toch hfd 2

Als ik over kanker wilde schrijven, had ik met de angstbeelden van deze week een roman kunnen vullen. Afgelopen donderdag stond het afsluitende gesprek met de chirurg op de agenda. Vijf jaar geleden heeft hij een grote darmtumor bij mij verwijderd. Deze zware ingreep en een intensieve chemotherapie moesten mij weer gezond maken. In een derde van de gevallen komt de ziekte terug binnen vijf jaar. Vergeleken bij de darmkankerpatiënt waren de geallieerde soldaten die onder Duits vuur op de Normandische stranden landden in een comfortabele situatie. Hun overlevingskans lag boven de 90%.

 

Net genoeg gewerkt
Vijf jaar ben ik elk kwartaal gecontroleerd, zodat ik bij recidief snel een levensverlengende behandeling kon krijgen. Genezing was dan een gepasseerd station. In die vijf jaar heb ik regelmatig gehoord van lotgenoten die deze weg naar het kerkhof waren ingeslagen. Uiteraard kwamen zulke ijzingwekkende berichten juist als mijn eigen controle naderde. Iedere keer was ik doodsbang. Hoewel het risico afneemt met de tijd, greep de angst mij deze keer het meest naar de keel. Aan schrijven kwam ik amper toe. Ik kon me net genoeg concentreren om hoofdstuk 2 klaar te maken voor publicatie.    

Drie presentaties
Net als vorige keer zal ik de tekst op drie manieren presenteren. Onder dit blog volgt een fragment dat een indruk geeft van het hoofdstuk. De hele tekst over Diederiks kennismaking met zijn nieuwe baan vind je voorzien van lezersvriendelijke tussenkopjes in een extra blog. Belangstellenden van wie  ik het e-mailadres heb, krijgen de in boekletters gezette wordversie. Ik hoop dat ik daarmee iedereen goed bedien. Veel leesplezier gewenst, ik ga genieten van mijn nieuwe status van gezond mens.

Eerste werkdag en hoeragroep
Het hoofdkantoor ligt gelukkig vlakbij het station. Met grote passen loopt Diederik erheen en stapt de hal binnen. Een groep onbekende collega’s begint luid te applaudisseren. Hij verwacht dat achter hem een Bekende Nederlander is binnengekomen of een personeelslid dat een bankoverval verijdeld heeft. Hij ziet echter alleen de schoonmaker die het bordes heeft geveegd.
De bank is in gedragsnormen pijnlijk egalitair, dat weet hij uit de mission statement die ook in het effectenbedrijf ingelijst aan de muur hing. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat een laag ingeschaalde medewerker applaus krijgt voor een simpele taak die hij dagelijks verricht. Dat mensen van zijn eigen afdeling de ochtendvergadering overslaan om hun nieuwe collega al bij voorbaat toe te juichen ligt evenmin voor de hand. Tijdens de voorgesprekken over zijn komst, was zijn nieuwe chef beleefd geweest, maar niet meer dan dat. De folder die het applauscomité hem overhandigt, maakt een einde aan zijn onzekerheid.
“De financiële sector ligt onder een vergrootglas,” leest Diederik, terwijl hij naar de liftgroep loopt. “Van alle kanten komt kritiek op ons af. Maar wij van Trots op de bank laten ons mooie beroep niet bederven. Wij gaan elke dag enthousiast aan de slag. Dat laten we zien met deze applausactie.”
Terwijl hij naar de lift loopt, klinkt opnieuw applaus. Kennelijk is er weer een werknemer gearriveerd. Gezien het gevorderde tijdstip moeten de leden van dit bizarre welkomstcomité er al een paar uur staan. Diederik is verbaasd over hun enthousiasme – en over hun gebrek aan kritisch vermogen.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 26 april 2018

Te grijs, hfdst 1


Te grijs


hdst 1 Verjaardag


Tijdens het doortrekken wendt Diederik zoals gewoonlijk zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreren zijn ogen toch rood op het witte porselein. Het zal door de bietjes van gisteren komen, stelt hij zichzelf gerust. Hij borstelt hij het streepje weg, wast zijn handen en stapt de gang in, waar hij bijna tegen zijn vrouw op botst die met haar gitaar in haar hand loopt.
“Je gaat op de raarste momenten naar de wc! Iedereen zit op je te wachten. We gaan je toezingen.”
Hij wil zich verontschuldigen, zeggen dat zijn stofwisseling al een paar maanden grillig is en dat hij de aandrang soms niet kan onderdrukken, maar zijn vrouw stapt al kordaat voor hem uit naar de suite en zet met stevige akkoorden het Lang zal hij leven in. Grijze en of kalende mannen en kort gekapte vrouwen kijken Diederik zingend aan. De meeste gasten komen al tientallen jaren op zijn verjaardagen, de meeste kent hij uit zijn studietijd in Leiden of van de crèche en het schoolplein. Nieuwe vrienden maakt hij niet meer en verversing van het bestand via echtscheidingen blijft uit. Dat laatste kenmerkt de mensen waarmee hij zich verbindt. Geen naïeve Gutmensche, maar trouw, zorgzaam en redelijk. Diederik beseft dat hij dankbaarder moet zijn dan hij is. Voor zijn vrouw, zijn zoon, vrienden, zijn werk, zijn welstand, voor alle zegeningen die over hem zijn uitgestort.  

Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek.
“Je zei laatst dat ik jouw exemplaar nooit had teruggegeven. Een paar dagen later vond ik een exemplaar in de wisselkast bij mij in de straat. Hij stond naast Het Kapitaal van Karl Marx. Marx gaf onze generatie een theorie over de maatschappij, maar Fromm vertelde ons hoe het zat met seks en liefde. Want al die praatjes van de oudere generatie vonden we nulkommaniks.”
Diederik knikt, al was hij in het doodsaaie Kapitaal niet ver gekomen. Fromms boek had hij verslonden. Hij bekijkt herkennend de zwart-gele kaft en leest hardop de titel: Liefhebben, een kunst, een kunde. Het boek lag bij de meesten in het gezelschap naast hun bed, in Diederiks geval een constructie van pallets met een oud matras en beddengoed van twijfelachtige properheid. Hij was als student schoon op zijn lijf en voor de rest liet hij de boel de boel, het waren de jaren zeventig en het materiële kwam op de tweede plaats. Dat was voor Claudia hetzelfde geweest.
Diederik bekijkt het boekje van alle kanten en ruikt eraan. Uit het diepst van zijn geheugen wellen woorden op.
“Trouw aan één partner was slecht, egoïsme ȧ deux. Nou, voor de meesten van ons was het een luxeprobleem, we waren blij als we één vriendinnetje hadden.”
“Jij was toen al met Claudia.”
“Min of meer,” zegt hij, zonder te merken dat zijn vrouw vlak bij hem staat, een fles witte en een fles rode wijn in haar handen.
“Dat kon enthousiaster, Diederik. Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn. Niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde. Ik was pas 18! Ik wist niks van de liefde, jij was de eerste man in mijn leven.”
Hij wil zeggen dat zij voor hem ook de eerste vrouw was, maar de gever van het boek slaat zijn arm om Claudia heen en zegt tegen haar: “Je kent hem toch. Voor Diederik is het glas altijd halfleeg. Je kunt wél met hem lachen.”
“Dat valt tegen de laatste tijd,” antwoordt ze. ”Hopelijk leeft hij op in zijn nieuwe functie. Hij begon een beetje een mopperige bankemployé te worden. Nietwaar schat?”
In antwoord tuit Diederik zijn lippen. Zij kust hem en gaat verder met haar bijschenkronde, voor de gezelligheid, want de gasten weten de drank na al die jaren zelf te vinden.
Iemand vraagt Diederik of Piet en Ria nog komen. Hij zegt dat hij ze niet meer verwacht.
“Piet vertelde laatst dat hij een paar dagen naar het ziekenhuis moest. Tussen neus en lippen door, terwijl hij altijd prat gaat op zijn gezondheid. Ik durfde niet te vragen wat er was.”
“Heb ik wel gedaan,” zegt een ander, die regelmatig met Piet squasht. “Hij zei opvallend terloops dat hij een tijdje niet zou kunnen spelen omdat hij last had van zijn buik. Ik voelde dat er iets aan de hand was en drong aan en inderdaad: er was een groot tumor in zijn darmen ontdekt.”
Met zijn handen geeft hij de grootte aan van een tennisbal.
“Ik zou zoiets meteen aan mijn vrienden vertellen, maar Piet ziet ziekte als een persoonlijke nederlaag. Het gezwel is intussen weggehaald. Alles is goed verlopen, hij was binnen vier dagen weer thuis, hij heeft geen stoma gekregen, er zijn geen poliepen of uitzaaiingen. Hij krijgt nog wel chemo. Hoe dat gaat, weet ik niet, hij reageert niet op mails en ik wil hem niet lastig vallen.”
Ze zwijgen. Piet leefde het gezondste van hen allemaal. Als hij ziek werd, wat stond de anderen dan te wachten? De afgelopen tien jaar kreeg de ene na de andere vrouw kanker, meestal in de borsten. Zijn nu de mannen aan de beurt? Diederik wil er niet aan denken, hij wil af van dit benauwende gesprek.
“Hoe neemt Ria het op?” vraagt hij. “Ze heeft haar leven eindelijk goed op de rit, rijdt lekker rond in een leasebak, strak in het pak. En nu dit.”

Zoals hij gehoopt had, verplaatst de aandacht zich naar de vrouw van de zieke, die nooit wist wat ze wilde en loopbaanmatig wat aanrommelde in deeltijd, tot ze als vijftigplusser door reorganisatie en ziekte ineens als oudst aanwezige haar afdeling moest leiden. De verantwoordelijkheid gaf haar vleugels en nu is ze een goed betaalde en gedreven manager.
“Ze is heel optimistisch,” weet een vriendin die met Ria op een leesclubje zit. ”Bij haar kom je er nooit achter wat ze echt voelt. Ze moet af en toe doodsbang zijn, maar daar laat ze niks van merken. Terwijl zij en Piet bij elkaar horen, dat was vanaf het begin duidelijk.” 
Verschillende aanwezigen waren er getuige van geweest hoe het aanging, tijdens een verblijf in de Zwitserse bergen. Zij was een stukje langs een ruwe rotswand naar beneden gegleden. Piet verzorgde haar wonden, hij had net een EHBO-cursus gedaan. Dankzij deze lichamelijke intimiteit was hun vriendschap een hechte relatie geworden. Bij Diederik en Claudia was dat proces turbulenter verlopen. Diederik pookt de open haard op en gooit nieuw hout in het vuur. Nu de herfstzon weg is, koelt het snel af, ook in huis, en hij is kouwelijk.
De haard is klein. Toch beginnen gasten al snel te klagen over de hitte. Claudia zet een raam open en kondigt aan dat ze in de keuken groente gaat snijden voor de gezonde snacks. Een aantal vrouwelijke gasten biedt hulp aan. Voor ze met haar assistentes naar de keuken vertrekt, zegt Claudia:
“Laat de mannen zo meteen de bitterballen en de vlammetjes doen, de vette hap is hun ding.”
“Zullen wij dan niet éérst de bitterballen bakken,” mengt een forse man zich in het gesprek. “Dan kunnen jullie alle tijd nemen voor de andere hapjes. Er echt iets moois van maken met rozetjes van wortel en zo.”
De vrouwen beantwoorden deze doorzichtige poging om aan de groentesnacks te ontkomen met boegeroep en vertrekken naar de keuken. Iemand zet daar muziek op en een paar vriendinnen beginnen mee te zingen.

“Het is altijd een gezellige boel bij jullie,” constateert de dikke man. Hij kijkt zoekend rond en Diederik reikt hem de fles witte wijn. “Dank je. Maar wat hoor ik, Diederik, je begint aan een nieuwe fase in je loopbaan?”
Diederik legt uit dat het om een nieuwe functie gaat binnen zijn bedrijf, op het hoofdkantoor in Utrecht. Net als veel branchegenoten is de B-bank door dure overnames diep in de verliezen gezakt. In een poging het financiële bloedverlies te stelpen, heeft de royaal gehonoreerde concerntop Diederiks marginaal renderende beleggingsafdeling wegbezuinigd. De medewerkers in Amsterdam kunnen kiezen voor een aantrekkelijke vertrekregeling of overplaatsing naar elders in het concern. Tot zijn eigen verbazing is Diederik teruggeschrokken voor het baanloze bestaan en heeft overplaatsing aangevraagd. Hij begint nu per 1 oktober bij de afdeling Communicatie in Utrecht. Die heeft een redacteur aangevraagd en krijgt nu hém toegewezen, al beantwoordt hij niet aan het gewenste profiel van jong, dynamisch en bekend met moderne media. Toch is hij optimistisch.
“Ik heb er twee gesprekken gevoerd. Het zal best een overgang zijn,” zegt hij. ”Van de andere kant: mijn teksten kloppen altijd met de feiten en dat is het belangrijkste. Ik vind de mededelingen van Communicatie inhoudelijk vaak dun. Juist nu de media de ene jobstijding na de andere over ons uitstorten.”
Zijn vriend knikt bevestigend en Diederik vervolgt:
“Juist nu moeten de medewerkers op ons eigen intranet zien hoe de vork in de steel zit. Met mijn kennis van zaken en ouderwetse degelijkheid kan ik daarbij helpen. En zoals Claudia zegt: ik ben toe aan een nieuwe uitdaging. Ik ken de beurs nu wel een beetje en mijn nieuwsbrief voor particuliere beleggers kan ik met mijn ogen dicht schrijven. Ik zie ook niet hoe ik die nieuwsbrief kan verbeteren, dus ik kijk er naar uit om mijn tanden in iets nieuws te zetten. Ik ben nog te jong om achter de geraniums te gaan zitten.”


 

 

En daar is het dan, hoofdstuk 1 van Te grijs


Ik zat met een schrijvende vriendin op een terras aan de Amstel en genoot van de zon, de Eggs Norwegian en vooral van haar lof voor mijn blog. “Bloggen kan je,” besloot ze haar lofzang. “Maar kun je een roman schrijven? Daar blog je over, maar je laat er niks van zien.”
Ik protesteerde dat ik vaak fragmenten van Te grijs publiceer.
“Snippers,” zei ze verachtelijk. ”Hoe staat met het hele boek? Je wil op 31 augustus klaar zijn, maar waarmee, dat wil ik graag weten. En ik ben niet de enige.”
Ik keek hoe een sloep vol partyende studenten voorbijvoer en moest schoorvoetend toegeven dat ze een punt had.
 


Deadline gehaald
De lezer weet intussen dat Te grijs gaat over een zestiger die beroepsmatig, relationeel en lichamelijk in een crisis belandt, die hij uiteindelijk overwint. De fragmenten geven de lezer alleen een idee van de stijl en de sfeer van het verhaal. Ik kan me voorstellen dat hij na twee jaar en 119 blogs intussen resultaten wil zien. Een substantieel stuk van het boek, zoals je op bol.com krijgt bij het inkijkexemplaar.
Ik heb de eerste hoofdstukdeadline intussen gehaald en hoofdstuk 1 is in concept klaar. Ik zal het nog aanvullen en stroomlijnen, maar inhoud en functie zijn definitief. We maken kennis met hoofdpersoon Diederik op het moment dat hij nog goed in zijn vel zit. Verder worden de rampen aangekondigd waaraan hij in de volgende hoofdstukken het hoofd zal moeten bieden.   

Procrastinatie
Om de nieuwsgierigheid van de lezer te bevredigen kan ik hoofdstuk 1 simpelweg als bijlage aan het blog toevoegen. Bij die gedachte alleen al overvalt me een overweldigende behoefte aan procrastinatie. Ik moet het stuk nog laten corrigeren, ik moet het nog één keer doorlezen en laten bezinken, ik moet eerst alle hoofdstukken afmaken en alles in weekritme publiceren.  Er zijn honderd redenen voor uitstel. Goede redenen, die over een jaar ook nog zullen gelden. Of over tien jaar. Dan ben ik 77 en ik wil niet met een rollator naar het Boekenbal.
“Je moet nu beginnen met afronden, anders komt het er nooit van.” Verschillende mensen die over mijn welzijn waken, hebben dat gezegd. Welnu, de publicatie van het eerste hoofdstuk is het begin van de afronding. Je vindt de tekst
hier. Deze link werkt niet goed, ik ben er mee bezig. Alvast een alinea, de hele tekst staat life in de volgende post.

Te grijs 

Michiel Nooren 27 april 2018
hdst 1 Verjaardag
De 60-ste verjaardag

Tijdens het doortrekken wendt Diederik zoals gewoonlijk zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreren zijn ogen toch rood op het witte porselein. Het zal door de bietjes van gisteren komen, stelt hij zichzelf gerust. Hij borstelt hij het streepje weg, wast zijn handen en stapt de gang in, waar hij bijna tegen zijn vrouw op botst die met haar gitaar in haar hand loopt.
“Je gaat op de raarste momenten naar de wc! Iedereen zit op je te wachten. We gaan je toezingen.”
Hij wil zich verontschuldigen, zeggen dat zijn stofwisseling al een paar maanden grillig is en dat hij de aandrang soms niet kan onderdrukken, maar zijn vrouw stapt al kordaat voor hem uit naar de suite en zet met stevige akkoorden het Lang zal hij leven in. Grijze en of kalende mannen en kort gekapte vrouwen kijken Diederik zingend aan. De meeste gasten komen al tientallen jaren op zijn verjaardagen, de meeste kent hij uit zijn studietijd in Leiden of van de crèche en het schoolplein. Nieuwe vrienden maakt hij niet meer en verversing van het bestand via echtscheidingen blijft uit. Dat laatste kenmerkt de mensen waarmee hij zich verbindt. Geen naïeve Gutmensche, maar trouw, zorgzaam en redelijk. Diederik beseft dat hij dankbaarder moet zijn dan hij is. Voor zijn vrouw, zijn zoon, vrienden, zijn werk, zijn welstand, voor alle zegeningen die over hem zijn uitgestort.  

Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek.
“Je zei laatst dat ik jouw exemplaar nooit had teruggegeven. Een paar dagen later vond ik een exemplaar in de wisselkast bij mij in de straat. Hij stond naast Het Kapitaal van Karl Marx. Marx gaf onze generatie een theorie over de maatschappij, maar Fromm vertelde ons hoe het zat met seks en liefde. Want al die praatjes van de oudere generatie vonden we nulkommaniks.”
Diederik knikt, al was hij in het doodsaaie Kapitaal niet ver gekomen. Fromms boek had hij verslonden. Hij bekijkt herkennend de zwart-gele kaft en leest hardop de titel: Liefhebben, een kunst, een kunde. Het boek lag bij de meesten in het gezelschap naast hun bed, in Diederiks geval een constructie van pallets met een oud matras en beddengoed van twijfelachtige properheid. Hij was als student schoon op zijn lijf en voor de rest liet hij de boel de boel, het waren de jaren zeventig en het materiële kwam op de tweede plaats. Dat was voor Claudia hetzelfde geweest.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 20 april 2018

Op zoek naar foto’s van mijn personages

En lezer, heb je na mijn vorige post de verstofte A4-tjes van je boek-in-wording opgediept? Boeide het plot je nog en waren de  personages nog levendig, fris en fruitig? Of zijn de personages bij nader inzien vlak en lijken ze op elkaar. Het bevolken van een verhaal met boeiende mensen is de grootste uitdaging van een schrijver, ongeacht of zijn verhaal karakter- of plotgedreven is.   

Salander en Norén
De eenvoudigste manier om een personage herkenbaar te maken, is door een zonderling te bedenken. Lisbeth Salander uit de Millennium-trilogie van Stieg Larsson is een autistische vrouw met een geweldig talent voor IT en met name voor hacken. Zij is een idiot savant, net als Saga Norén uit de Deens-Zweedse misdaadserie The Bridge die misdaden oplost met haar onwaarschijnlijk grote encyclopedische kennis.
Sallander maakt geen ontwikkeling door, ook niet in het vierde deel van de serie, (Wat ons niet zal doden, 2017), die postuum is voortgezet door David Lagerkrantz. Norén krijgt in de derde jaargang steeds meer menselijke trekjes. Om dit te bereiken, moeten de scenarioschrijvers wel een orkaan van bloedig geweld ontketenen en laten ze de brave Norén beschuldigd worden van moord op haar moeder.
Ook de hoofdpersonen van de Afrikaander thrillerschrijver Deon Meyer groeien. Inspecteur Bennie Griessel is in Duivelspiek (2005) een moedeloze en ongedisciplineerde gescheiden man. Vier boeken later, in Icarus (2015) is hij een stuk vrolijker, al blijft de drank een zwakke plek.  

Diederiks overlevingsstrategie
Deze voorbeelden zijn plotgedreven verhalen, terwijl Te grijs karaktergedreven is. Natuurlijk, de hoofdpersoon Diederik wordt op gevorderde leeftijd overgeplaatst naar een normloze afdeling van een bedrijf dat van de ene ramp naar de andere wankelt en tenslotte failliet gaat. Hij verliest zijn baan en zijn vrouw en krijgt kanker. Er gebeurt dus genoeg, maar de ontwikkeling van de hoofdpersoon, zijn coping strategy, staat centraal.
Mijn probleem is dat de twee andere belangrijke personages op elkaar lijken. Ze leven in hetzelfde milieu en zijn, net als Diederik, succesvolle  middenklassers en ouders. Dat communicatiecollega Iris veel jonger is dan echtgenote en geschiedenislerares Claudia doet daar weinig aan af.

Succesvolle middenklassers
Om ze scherper van elkaar te onderscheiden, zou ik ze beter moeten kennen. De site schrijven online adviseert om karakterkaarten te maken van je personages met een mini-cv en eigenaardigheden. Omdat ik beide vrouwen al in tientallen scènes heb neergezet, zou ik de inhoud van de karakterkaarten uit de roman moeten halen. Zo’n inventarisatie kan nuttig zijn, maar is een klerkenklus waar ik erg tegenop zie. Deze website adviseert echter ook om aan de kaarten foto’s toe te voegen, portretten op internet van mensen die lijken op de personages. Die suggestie neem ik over. Ik ken Claudia en Iris vrij goed, maar hoe ze er uitzien, dat heb ik maar vaag voor ogen en daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Meer over deze spannende zoektocht in een latere post van dit  blog.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

 

vrijdag 13 april 2018

Volg mij en maak je boek nú af


Bij Linda de Mol heeft het gewerkt, het stellen van een publieke deadline. Ze wilde haar vervettingstrend abrupt keren en vijf kilo afvallen in zes weken. Ze riep lezers van haar magazine op zich bij haar aan te sluiten, wat ze massaal deden. Via haar speciale lijnvlog kon ze op 2 mei 2016 melden dat ze binnen de voorgenomen tijd haar streefgewicht van 77 kilo bereikt had.
Ik hoop dat andere worstelende romanciers door mijn voorbeeld geïnspireerd worden. Soms heb je een duw in de rug nodig om kilometers te maken en dat is wat ik wil. Op 31 augustus vertrek ik naar Porto om de Camino Portugues te lopen. Dan wil ik een nieuw manuscript hebben van honderd kantjes A4, dat ik naar mijn meelezers kan sturen. Zo niet, dan stop ik. Mijn romanproject is dan mislukt.   


Stokoude mama
De planning is gedetailleerd. Voor elk hoofdstuk heb ik vijf werkdagen om de scènes in de ruwbouw te plaatsen. Begin juli is dat proces voltooid en dan heb ik nog twee maanden voor de afwerking.
Deze planning houdt geen rekening met onverwachte gebeurtenissen. Op 3 mei hoop ik, na vijf jaar medische controles, gezond verklaard te worden. Als ik toch weer kanker blijk te hebben, kan de roman me waarschijnlijk geen biet meer schelen. Verder is mijn moeder 92 en fragiel. Haar overlijden zal waarschijnlijk mijn leven op zijn kop zetten.
Daarnaast werk ik als vrijwilliger voor een belangenvereniging. Vooralsnog staat alleen een congres in Stockholm op de agenda, maar er kan meer werk aankomen.
Er is dus kans op vertraging. In dat geval verschuift de deadline naar eind 2018. Ik heb dan tweeëneenhalf jaar aan Te grijs gewerkt. Als er dan nog geen veelbelovend manuscript ligt, kan ik mijn tijd beter besteden. Een stopreden die niet in het lijstje voorkwam dat ik in mijn vorige blog noemde, maar wel heel belangrijk is: je leeft maar één keer en moet je tijd optimaal besteden.

Vervagende stip
Toen ik bij mijn pensionering in juni 2016 aan Te grijs begon, werkte ik strak toe naar een stip aan de horizon. In januari 2017 lag er een leuk, maar slecht geordend en onvolledig manuscript van honderd kantjes. Tijdens het aanvullen en ordenen ben ik het zicht op mijn doel kwijtgeraakt en misschien komt die helderheid niet meer terug en moet ik dat accepteren. Mijn partner Angeline beschreef onbedoeld het proces in een bekroonde haiku:
het verre lichtje -
toen ik naar iets anders keek
is het uitgegaan.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com


vrijdag 6 april 2018

Stop en begin een dagboek

Goede raad is goedkoop voor de schrijver van een roman. Fysiek is het een solitaire bezigheid, maar digitaal ben je altijd in het gezelschap van tienduizenden mannen en vrouwen die op dat moment hetzelfde doen als jij.
Net als andere creatieve activiteiten gaat fictieschrijven nooit zo vlug als je wilt en dat is frustrerend. Zeker omdat je vaak na een lange worsteling met een probleem ontdekt dat de oplossing voor de hand lag.
Frustraties en moeizaam verworven inzicht van schrijfgrage lieden vormen een vruchtbare bodem voor publicaties over fictie schrijven. Elke frustratie die je als schrijver kan hebben is benoemd, wat welkome troost biedt op moeilijke momenten. In een weekblad klaagde een schrijver van zes weinig succesvolle romans dat híj niet was uitgenodigd voor het Boekenbal, maar twee internetbloggers wel. En dat hij het emotioneel ook heel zwaar had bij elke positieve recensie van een roman van een ander. Deine Sorgen möchte ich haben, dacht ik.


 
Beter blogs bundelen
Verder word je overladen met schrijfadviezen. Het zijn vooral tot nu toe miskende romanauteurs die de vele bloggen schrijven met doorleefde adviezen en praktische tips. Het niveau van deze publicaties is verbazend hoog, waarschijnlijk hoger dan dat van hun romans. Misschien is dat bij ondergetekende ook het geval. Een meelezer verbaasde zich erover dat ik niet stopte met de roman en mijn ruim 100 geïllustreerde schrijfblogs bundelde. Dan was ik af van de dagelijkse worsteling met Te grijs en had ik toch een boek.

Ontdekking van Moskou
Een roman opgeven gebeurt waarschijnlijk vaak. Harry Mulisch (o.a. De ontdekking van de hemel. 1992) werkte twee jaar aan De ontdekking van Moskou en legde het manuscript ontevreden weg. Later pakte hij het verhaal weer op, om het na enige maanden weer weg te leggen, deze keer voorgoed. Maar ik heb een goede reden nodig om te stoppen. De website boekschrijven noemt er vijf.
1) ik kan het niet. Geldt niet voor mij, heb genoeg ervaring.
2) ik heb geen tijd. Onzin, ik ben pensionado.
3) ik kan me er niet toe zetten. N.v.t, want zit elke werkdag aan het boe
4) wie zit er op mijn schrijfsels te wachten? De samenleving vergrijst en dit verhaal gaat over een 60-plusser die geconfronteerd wordt met zijn leeftijd en zich heruitvindt.
5) ik overzie het niet meer. Dat was inderdaad zo, maar nu gloort er een straaltje voortschrijdend inzicht.

Dag boek?  
Ik ga nog niet stoppen. Ik verwacht het werk af te maken en gelezen te worden. En als het boek totaal flopt? Thomas van Aalten (o.a. Leeuwenstrijd, 2014) was tot nu weinig succesvol met zijn zes romans. Misschien, vroeg Vrij Nederland deze dertigplusser, schrijf je de komende twintig jaar iedere twee jaar een roman die weinig wordt besproken en niet verkoopt? Zou dat acceptabel zijn?
‘Jawel,’ zegt Van Aalten na een slok bier. ‘Ik zou het dragen als een man en gewoon mijn eigen bibliotheek volschrijven.’
Ik zou in zijn plaats stoppen en een dagboek beginnen, want daar komt het nu ook op neer.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 30 maart 2018

Smachten medicijn voor tijdsversnelling bij ouderen

De tijd gaat sneller als we ouder worden. Als schoolkind was ik een wijsneusje en de kleinste van de klas. Ik zou genadeloos gepest zijn, als de pesters hadden geweten hoe ze tot me  door konden dringen, maar ik was te zonderling en moeilijk te begrijpen. De ellendige schooldagen kropen voorbij, tot het  onverwacht vakantie was en gelukkig duurde díe ook eindeloos.
Later als student in Leiden zat ik met mijn vrienden te bomen, muziek te luisteren en shag te roken zonder op de tijd te letten. Soms viel het ochtendlicht al over de eeuwenoude huizen aan de overkant van de straat als we afscheid namen.
Nu ik zestiger ben zie ik de dagen, de weken en zelfs de maanden bijna spoorloos verdwijnen. Zoals John Williams in Stoner (1965) schrijft over de hoofdpersoon, een ouder wordende, flegmatieke hoogleraar: “De tijd verstreek en het verstrijken zelf zag hij niet.”     
                                        (afbeelding: Mieke Hoppel: Verlangen)
Vergeten tijd
Uiteraard wordt ook de hoofdpersoon van Te grijs geconfronteerd met dit fenomeen, dat Douwe Draaisma analyseerde in Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001). Eén oorzaak is optische vertekening: ons geheugen onthoudt geen tijd, maar gebeurtenissen. Als we terugkijken, herinneren we ons alleen de belangrijkste belevenissen. Omdat we het gebeuzel vergeten zijn, lijkt het of er in het verleden meer gebeurde dan nu en we er meer tijd en aandacht voor hadden. Verder gaan ons lichaam en onze geest trager werken, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken dat beklijft. Een tweede oorzaak is van fysieke aard. Ons lichaam en onze geest werken trager, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken.

Bewuster verlangen
In Draaisma’s visie is de versnelling van de tijd dus onverbrekelijk verbonden met onze levensloop.
Aan het begin van zijn leven rent de mens nog kwiek langs de oever van een rivier, sneller dan de stroom. Rond het middaguur is zijn tempo al wat lager en loopt hij gelijk op met de rivier. Tegen de avond, als hij vermoeid raakt, versnelt de stroom en raakt hij achter. Ten slotte blijft hij stil en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde, onverstoorbare tempo waarin hij al de hele dag heeft gestroomd.”
Is er dan niets wat we kunnen doen? Ja, toch wel. Bewuster verlangen naar het weerzien met een dierbare, het behalen van een realistisch doel of gewoon naar mooi weer. Voor wie smacht, kan de tijd niet snel genoeg gaan.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 23 maart 2018

Nederlandse romancier stemt graag blanco

Politiek en literatuur zijn in Nederland bijna gescheiden werelden. Wat ligt er meer voor de hand dan een What if-roman te schrijven naar aanleiding van de overwinning van de Haagse Law and order-partij Groep de Mos? Stel dat de partij bij de volgende verkiezingen de baas wordt in Den Haag. Wat betekent dat voor een Islamitisch gezin uit de Schilderswijk?  Het programma van De Mos bepleit een daadkrachtige aanpak van problemen die bij allochtonen relatief veel voorkomen. En Richard de Mos zelf was een aanhanger van de Islamietenhater Geert Wilders, tot hij in 2014 voor zichzelf begon. Ik hoop dat hierover een roman in de maak is, maar ik vrees van niet.
Aan de linkerkant van het politieke spectrum is ruimte voor een roman over wat een welgestelde ondernemer voor de kiezen krijgt als Groen Links in 2022 de meerderheid krijgt in de gemeenteraad. Ook daar kun je een boek overschrijven.


Onderworpen Houellebecq  
Het is in dit verband ook verbazend dat voorafgaand aan de parlementsverkiezingen van vorig jaar geen roman is verschenen over de toen algemeen verwachte overwinning van Geert Wilders en zijn PVV. Hoe zo’n roman eruit kon zien, had Philip Roth al in 2004 laten zien in Het complot tegen Amerika. Daarin wint luchtvaartpionier en Hitler-bewonderaar Charles Lindbergh de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1940, als de VS nog neutraal zijn in de oorlog in Europa. Het boek beschrijft de belevenissen van een burgerlijk Joods gezin in Newark als een sterk antisemitisme de kop opsteekt.
Een ander voorbeeld is Onderworpen van Michel Houellebecq. Na de Franse verkiezingen van 2022 komt de Islamitische partij aan de macht. De hoofdpersoon verliest zijn baan aan de Sorbonne, maar kan later komen werken aan de Islamitische universiteit. Deze functie geeft hem recht op drie jonge, gedweeë echtgenotes. Tot grote woede van veel lezers eemt hij de baan.  

Koch en Thomése
Nederlandse romans waarvan de romanschrijvers duidelijke partijpolitieke standpunten innemen, ken ik niet. P.F. Thomése beschrijft in Wladiwostok (2014) een spindoctor en de politicus die hij ondersteunt. Herman Koch voert in Het diner (2009) een politicus op als broer van de hoofdpersoon. In De greppel (2016) is een niet zo heel fictieve burgemeester van Amsterdam de ik-figuur die worstelt met het ouder worden.

In dat laatste lijkt hij sterk op mijn hoofdpersoon in Te grijs. Diederik heeft echter geen politieke functie, maar stemt. Verkeerd, wat ruzie betekent met zijn echtgenote.
“Ik heb je niet goed verstaan, denk ik,” zegt Claudia. ”FvD?”
Diederik noemt met aarzeling de volledige naam.
“Forum voor Democratie, daarop heb ik gestemd. Die zijn voor afschaffing van die belachelijke erfpacht hier in Amsterdam.”
“Maar…” Ongeloof en verbijstering snoeren haar de mond.
“Dat is toch de partij van die eikel Baudet?”
“Je moet het lokaal bekijken. Hier zit heel iemand anders.”
“Maar zijn partijleider praat wel over Nederlandse waarden en is tegen Europa. En hij heeft die groezelige roman geschreven over een gigolo. Baudet is gewoon een vrouwvijandige lul. En als je op hem stemt ben jij ook een lul. Gatver.”
Boos staat ze op.
“Ik wilde eerst net als jij stemmen,” verdedigt hij zich. ”Maar de erfpacht…” Hij kan zijn zin niet afmaken, want ze heeft de deur al achter zich dichtgeslagen.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 16 maart 2018

Belaagd door het regelnoodspook

Deze week beving mij de angst voor regelnood, voor gebrek aan tekst. Ik had een scène uit Te grijs opgestuurd aan een kritische vriendin. Die prees het fragment maar vond onder andere dat het een stuk korter kon. Zij gaf een aantal voorbeelden van overbodige regels en legde uit waarom die gemist konden worden. De meeste voorbeelden waren overtuigend en het kostte me verbazend weinig moeite om er andere schrappassages aan toe te voegen. Uiteindelijk raakte ik er van overtuigd dat het hele verhaal een kwart korter kan zonder dat er iets waardevols verloren gaat. Dan is er helaas te weinig kopij voor een boek. Ik heb na die ontdekking een paar nachten slecht geslapen, al speelde daarbij ook tandartsbezoek een rol.

Ideaal = 90.000.  
De journalist en schrijver Dennis Rijnvis geeft op zijn site Schrijfvis 80.000-90.000 woorden als ideale lengte voor een uitgever. Daarmee kan hij een substantieel boek van 250 tot 300 pagina’s maken. Tienduizend woorden meer is nog acceptabel. Door de afstand tussen de regels en de woorden kleiner te maken hoeft te lezer dat niet te merken. Veel meer moet je niet aanleveren. Bij een lengte van 110.000 krijg je waarschijnlijk het verzoek om in te korten. Of niet. J.J. Voskuil kreeg zijn uitgever zover dat hij de 1,5 miljoen woorden van Het bureau accepteerde. Hij publiceerde zes delen van gemiddeld 250.000 woorden.

Angst negeren
Als je 60.000 woorden inlevert, is de kans groot dat je uitgever je vraagt om bij te schrijven, aldus Rijnvis. Het boek wordt anders te dun. Dat schrikt kopers van papieren boeken af en die vormen nog altijd de meerderheid.
Ik sloot 2017 af met een manuscript van 73.000 woorden, een alleszins acceptabele lengte. Ik had echter diepe twijfels over een episode van 5.000 woorden, die leuk is, maar misbaar. Resteren 68.000 woorden. Maak dat compacter, en de roman Te grijs slinkt al snel tot een miezerige 51.000 woorden.
Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik deze angst moet negeren. Als passages overbodig zijn, moet ik ze schrappen, ongeacht de gevolgen. Bovendien is het onderwerp, de confrontatie met het ouder worden, zo rijk dat er nog gemakkelijk 20.000 woorden over communicatiemedewerker Diederik te zeggen vallen. In het volgende fragment staat onze bankemployé bijvoorbeeld te praten met twee andere zestigers. De schrapvoorstellen staan tussen haakjes.    
Lawaaiig tasje
“Uiteraard lees je je boeken op een e-reader,” zegt de souschef plagerig.
De drukwerkcoördinator maakt een afwijzend gebaar.
“Dat vind ik geen echt lezen. Een boek moet in je hand liggen en als je het dicht bij je neus houdt, moet je het papier kunnen ruiken.”
“Ik ben het helemaal met je eens,’’ zegt de souschef. “Ik lees papieren boeken en de papieren krant. Punt. (weglaten: De krant is wel veranderd. Nauwelijks nieuws op de voorpagina. Een of twee berichten en een opgeblazen foto.) Ook al ritselt de krant niet meer.”
Dat is Diederik ook opgevallen. Hij pakt een krant van de tafel en frommelt met het papier. Er is nauwelijks iets te horen.
“Volgens mijn zoon kan ik bepaalde hoge tonen niet meer horen,” zegt hij. “Sebas, zo heet (mijn zoon)  hij, vouwde laatst een boodschappentasje op om het te bewijzen. 'Kijk pap, dit maakt nog meer herrie dan de krant, dit hoor je zeker.’ Ik had het opvouwen van de krant niet gehoord en dit gaf volgens mij ook nauwelijks geluid. Ik herinner me niet dat zulke tasjes überhaupt herrie maakten als je ze vouwde. (Van de andere kant: zo’n jongen wil me natuurlijk iets duidelijk maken en hij weet dat deze materie gevoelig ligt).”
De drukwerkman wijst iedere suggestie van gehoorverlies resoluut van de hand.
“s Nachts word ik wakker van het minste gerucht.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 9 maart 2018

Ranzigheid alleen als die functioneel is

Ondanks dat frequente constipatie en andere spijsvertereringsproblemen ons gevoelsleven permanent beïnvloeden, komen ze in de meeste romans niet voor. Dit lijkt merkwaardig, omdat de roman het gevoelsleven als onderwerp heeft. Het kenmerk van deze literaire vorm is echter efficiëntie. Een epos zoals dat van Homerus (ca. 850 v.Ch.) wordt gekenmerkt door letterlijke herhalingen. Wie Multatuli’s Max Havelaar leest, moet zich door duizenden woorden over Amsterdam heenworstelen die alleen bedoeld zijn om het verhaal over Indië geloofwaardig te maken. De tegenwoordige roman vermijdt zulke ballast. Ons gevoelsleven is een proces, aangestuurd door talloze gebeurtenissen. De roman duidt dit proces aan, waarbij de alledaagse krachten als bekend worden aangenomen en dus kunnen worden weggelaten. 

Sexualpraktiken
Behalve de wens om efficiënt te zijn, is er de angst om de lezer weg te jagen door taboes te doorbreken. Uitzonderingen zoals het immens succesvolle Vochtige streken (2008) van Charlotte Roche bevestigen hier de regel. Het  boek dankte zijn succes aan zijn ranzigheid of, zoals een Duitse website het formuleerde: Feuchtgebiete wurde insbesondere durch den sehr offenen Umgang der Protagonistin mit ihrem eigenen Körper und verschiedenen Sexualpraktiken bekannt. Het boek gaat over een vrouw die bij het scheren van de intieme delen een aambei raakt en zo in het ziekenhuis terecht komt. Er is hier sprake van onvermijdelijke ranzigheid, omdat de schrijfster juist die bespreekbaar wil maken. Ik heb het boek zelf snel weggelegd.
Flipperkont
Er bestaat ook ranzigheid als stijlfiguur. P.F. Thomese gebruikt die in J. Kessels.The novel (2009). Zijn hoofdpersoon denkt terug aan de billen en borsten van de vroegrijpe Birgit, dochter van de eigenaar van een snackbar, die beroemd is vanwege de grote frikandellen. Het is lang geleden, want behalve een flipperkast heeft de zaak ook een jukebox. Die speelt You’ve got this strange effect on me (1965) van Dave Berry terwijl de hoofdpersoon achter de flipperende Birgit staat.
De olie droop als vers zweet tappelings van de tegels, achter de toonbank liet Pa de Braaij de negerlullen fluisteren en sissen in de gloeiende vetkorven, de kont, de zilveren meisjeskont, de kogelronde flipperkont danste voor mijn ogen, werd ronder en ronder, Dave Berry vond het maar een heel vreemd effect.
De hoofdpersoon drukt zich vervolgens tegen Birgits kont aan en wordt de zaak uitgezet.

Functioneel ranzig
Zelf worstel ik met functionele ranzigheid. Hoeveel daarvan is nodig om de lezer van Te grijs duidelijk te maken dat de stoelgang het leven van mijn hoofdpersoon beheerst? Hij durft bijna niet in de pot te kijken uit angst bewijzen te zien voor de ziekte die hij vreest. Hij huivert al bij de aandrang en die voelt hij vaak en heftig, want hij heeft inderdaad darmkanker.
Een meelezer zei dat ik om deze redenen vaker naar Diederiks stoelgang moet verwijzen, maar ik aarzel. Ik zal zijn echtgenote een keer laten klagen dat het wc-papier zo snel op is. Hij kan een keer een telefoontje mislopen omdat hij in het kleine kamertje zit. Maar de lezer iedere keer naar de plee meeslepen en met afschuw in de pot laten kijken? Nee, dat laat ik aan Charlotte Roche over, als idee voor een nieuw boek.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 2 maart 2018

Ouderdom vooral voor mannen een schok

Vijf dagen ben ik meegeploeterd met de fitste sneeuwschoenlopers van ons reisgezelschap. Meestal liep ik achter iemand die 23 jaar jonger was en die kon ik tot mijn verbazing bijhouden, meeliftend op haar lichte pas. Uiteraard was er wel een verschil in fitheid aan het einde van de wandeling. Zij was licht vermoeid en ik uitgeput.
Toch deed dit feit mij (en mijn personage Diederik) beseffen hoe relatief ouderdom is. Ik kan beter wandelen dan ooit en ook beter schrijven. Dat is vooruitgang. Daar tegenover staat verlies aan gehoor, zicht en reactiesnelheid to name but a few. Het is een veelkantig en moeilijk duidbaar proces: “voetje voor voetje, zonder dat je het merkt, wordt je leven ouder”, zegt de Romeinse politicus en schrijver Cicero (106-43 v.Chr.) in De kunst van het ouder worden. Volgens hem is de ouderdom een leuke periode, zolang je jezelf maar blijft uitdagen en sociaal actief blijft. Een eigentijdse visie.




Allemans andersheid
Ouder worden mag sluipenderwijs gaan, toch is er een eerste moment dat je beseft dat je onherroepelijk een nieuwe levensfase bent binnengegaan. Franse vrouwen krijgen een duidelijk signaal, wanneer ze met madame aangesproken worden in plaats van met mademoiselle. Vaak komt het besef van binnenuit. De Amerikaanse schrijver Philip Roth beschreef het in Alleman (2006): “Een gevoel van andersheid had zich van hem meester gemaakt. (…) Niets wekte nog zijn bevrediging, zijn schilderen niet, zijn familie niet, zijn buren niet – niets behalve de jonge vrouwen die hij voorbij zag joggen.” Alleman is drie keer getrouwd en zeer gevoelig voor vrouwelijke charmes. Hij moet echter constateren dat ze hem niet meer zien staan.
Allemans andersheid is een negatieve definitie van ouderdom. Ze staat voor de afwezigheid van wat hij vroeger allemaal had toen hij nog een “compleet leven” leidde.


Wetende vrouwen
De somberheid van Roth/Alleman over de ouderdom komt misschien mede door zijn man zijn. Martine Boyer-Weinmann stelt in haar Anthropologie littéraire de l’âge (2013) dat voor mannen de ouderdom een onaangename verrassing is: “vrouwen zijn realistischer, ze kijken vooruit.”
Dat moge zo zijn. In ieder geval is de hoofdpersoon van Te grijs, Diederik, geschokt als hij beseft dat hij oud wordt.
“Die middag gaan Diederik en Claudia filmpjes kijken van Sebas en kinderen waarmee hij speelde. Sommigen zijn nog steeds bevriend, net als de ouders. Ze zien Sebas en zijn vriendjes opgroeien van hulpbehoevende babies tot babbelende peuters en later zelfstandige basisschoolkinderen.  
“De ouders zijn eigenlijk weinig veranderd,” merkt de gastvrouw peinzend op. ”Behalve Diederik, die is echt ouder geworden.”
Iedereen lacht, want ze zien meteen wat ze bedoelt, ook Diederik. Ze kijken hem lachend aan, wetend dat hen dezelfde metamorfose te wachten staat. Hij kijkt onthutst naar Claudia, die ook lacht en zegt:
“Wat kijk je nou ongelukkig? Het staat je goed, die oude kop.”
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com