donderdag 26 april 2018

En daar is het dan, hoofdstuk 1 van Te grijs


Ik zat met een schrijvende vriendin op een terras aan de Amstel en genoot van de zon, de Eggs Norwegian en vooral van haar lof voor mijn blog. “Bloggen kan je,” besloot ze haar lofzang. “Maar kun je een roman schrijven? Daar blog je over, maar je laat er niks van zien.”
Ik protesteerde dat ik vaak fragmenten van Te grijs publiceer.
“Snippers,” zei ze verachtelijk. ”Hoe staat met het hele boek? Je wil op 31 augustus klaar zijn, maar waarmee, dat wil ik graag weten. En ik ben niet de enige.”
Ik keek hoe een sloep vol partyende studenten voorbijvoer en moest schoorvoetend toegeven dat ze een punt had.
 


Deadline gehaald
De lezer weet intussen dat Te grijs gaat over een zestiger die beroepsmatig, relationeel en lichamelijk in een crisis belandt, die hij uiteindelijk overwint. De fragmenten geven de lezer alleen een idee van de stijl en de sfeer van het verhaal. Ik kan me voorstellen dat hij na twee jaar en 119 blogs intussen resultaten wil zien. Een substantieel stuk van het boek, zoals je op bol.com krijgt bij het inkijkexemplaar.
Ik heb de eerste hoofdstukdeadline intussen gehaald en hoofdstuk 1 is in concept klaar. Ik zal het nog aanvullen en stroomlijnen, maar inhoud en functie zijn definitief. We maken kennis met hoofdpersoon Diederik op het moment dat hij nog goed in zijn vel zit. Verder worden de rampen aangekondigd waaraan hij in de volgende hoofdstukken het hoofd zal moeten bieden.   

Procrastinatie
Om de nieuwsgierigheid van de lezer te bevredigen kan ik hoofdstuk 1 simpelweg als bijlage aan het blog toevoegen. Bij die gedachte alleen al overvalt me een overweldigende behoefte aan procrastinatie. Ik moet het stuk nog laten corrigeren, ik moet het nog één keer doorlezen en laten bezinken, ik moet eerst alle hoofdstukken afmaken en alles in weekritme publiceren.  Er zijn honderd redenen voor uitstel. Goede redenen, die over een jaar ook nog zullen gelden. Of over tien jaar. Dan ben ik 77 en ik wil niet met een rollator naar het Boekenbal.
“Je moet nu beginnen met afronden, anders komt het er nooit van.” Verschillende mensen die over mijn welzijn waken, hebben dat gezegd. Welnu, de publicatie van het eerste hoofdstuk is het begin van de afronding. Je vindt de tekst
hier. Deze link werkt niet goed, ik ben er mee bezig. Alvast een alinea, de hele tekst staat life in de volgende post.

Te grijs 

Michiel Nooren 27 april 2018
hdst 1 Verjaardag
De 60-ste verjaardag

Tijdens het doortrekken wendt Diederik zoals gewoonlijk zijn blik af, maar bij het omhoog doen van de bril registreren zijn ogen toch rood op het witte porselein. Het zal door de bietjes van gisteren komen, stelt hij zichzelf gerust. Hij borstelt hij het streepje weg, wast zijn handen en stapt de gang in, waar hij bijna tegen zijn vrouw op botst die met haar gitaar in haar hand loopt.
“Je gaat op de raarste momenten naar de wc! Iedereen zit op je te wachten. We gaan je toezingen.”
Hij wil zich verontschuldigen, zeggen dat zijn stofwisseling al een paar maanden grillig is en dat hij de aandrang soms niet kan onderdrukken, maar zijn vrouw stapt al kordaat voor hem uit naar de suite en zet met stevige akkoorden het Lang zal hij leven in. Grijze en of kalende mannen en kort gekapte vrouwen kijken Diederik zingend aan. De meeste gasten komen al tientallen jaren op zijn verjaardagen, de meeste kent hij uit zijn studietijd in Leiden of van de crèche en het schoolplein. Nieuwe vrienden maakt hij niet meer en verversing van het bestand via echtscheidingen blijft uit. Dat laatste kenmerkt de mensen waarmee hij zich verbindt. Geen naïeve Gutmensche, maar trouw, zorgzaam en redelijk. Diederik beseft dat hij dankbaarder moet zijn dan hij is. Voor zijn vrouw, zijn zoon, vrienden, zijn werk, zijn welstand, voor alle zegeningen die over hem zijn uitgestort.  

Eén van de grijze mannen kust hem op beide wangen en overhandigt hem een boek.
“Je zei laatst dat ik jouw exemplaar nooit had teruggegeven. Een paar dagen later vond ik een exemplaar in de wisselkast bij mij in de straat. Hij stond naast Het Kapitaal van Karl Marx. Marx gaf onze generatie een theorie over de maatschappij, maar Fromm vertelde ons hoe het zat met seks en liefde. Want al die praatjes van de oudere generatie vonden we nulkommaniks.”
Diederik knikt, al was hij in het doodsaaie Kapitaal niet ver gekomen. Fromms boek had hij verslonden. Hij bekijkt herkennend de zwart-gele kaft en leest hardop de titel: Liefhebben, een kunst, een kunde. Het boek lag bij de meesten in het gezelschap naast hun bed, in Diederiks geval een constructie van pallets met een oud matras en beddengoed van twijfelachtige properheid. Hij was als student schoon op zijn lijf en voor de rest liet hij de boel de boel, het waren de jaren zeventig en het materiële kwam op de tweede plaats. Dat was voor Claudia hetzelfde geweest.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 20 april 2018

Op zoek naar foto’s van mijn personages

En lezer, heb je na mijn vorige post de verstofte A4-tjes van je boek-in-wording opgediept? Boeide het plot je nog en waren de  personages nog levendig, fris en fruitig? Of zijn de personages bij nader inzien vlak en lijken ze op elkaar. Het bevolken van een verhaal met boeiende mensen is de grootste uitdaging van een schrijver, ongeacht of zijn verhaal karakter- of plotgedreven is.   

Salander en Norén
De eenvoudigste manier om een personage herkenbaar te maken, is door een zonderling te bedenken. Lisbeth Salander uit de Millennium-trilogie van Stieg Larsson is een autistische vrouw met een geweldig talent voor IT en met name voor hacken. Zij is een idiot savant, net als Saga Norén uit de Deens-Zweedse misdaadserie The Bridge die misdaden oplost met haar onwaarschijnlijk grote encyclopedische kennis.
Sallander maakt geen ontwikkeling door, ook niet in het vierde deel van de serie, (Wat ons niet zal doden, 2017), die postuum is voortgezet door David Lagerkrantz. Norén krijgt in de derde jaargang steeds meer menselijke trekjes. Om dit te bereiken, moeten de scenarioschrijvers wel een orkaan van bloedig geweld ontketenen en laten ze de brave Norén beschuldigd worden van moord op haar moeder.
Ook de hoofdpersonen van de Afrikaander thrillerschrijver Deon Meyer groeien. Inspecteur Bennie Griessel is in Duivelspiek (2005) een moedeloze en ongedisciplineerde gescheiden man. Vier boeken later, in Icarus (2015) is hij een stuk vrolijker, al blijft de drank een zwakke plek.  

Diederiks overlevingsstrategie
Deze voorbeelden zijn plotgedreven verhalen, terwijl Te grijs karaktergedreven is. Natuurlijk, de hoofdpersoon Diederik wordt op gevorderde leeftijd overgeplaatst naar een normloze afdeling van een bedrijf dat van de ene ramp naar de andere wankelt en tenslotte failliet gaat. Hij verliest zijn baan en zijn vrouw en krijgt kanker. Er gebeurt dus genoeg, maar de ontwikkeling van de hoofdpersoon, zijn coping strategy, staat centraal.
Mijn probleem is dat de twee andere belangrijke personages op elkaar lijken. Ze leven in hetzelfde milieu en zijn, net als Diederik, succesvolle  middenklassers en ouders. Dat communicatiecollega Iris veel jonger is dan echtgenote en geschiedenislerares Claudia doet daar weinig aan af.

Succesvolle middenklassers
Om ze scherper van elkaar te onderscheiden, zou ik ze beter moeten kennen. De site schrijven online adviseert om karakterkaarten te maken van je personages met een mini-cv en eigenaardigheden. Omdat ik beide vrouwen al in tientallen scènes heb neergezet, zou ik de inhoud van de karakterkaarten uit de roman moeten halen. Zo’n inventarisatie kan nuttig zijn, maar is een klerkenklus waar ik erg tegenop zie. Deze website adviseert echter ook om aan de kaarten foto’s toe te voegen, portretten op internet van mensen die lijken op de personages. Die suggestie neem ik over. Ik ken Claudia en Iris vrij goed, maar hoe ze er uitzien, dat heb ik maar vaag voor ogen en daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Meer over deze spannende zoektocht in een latere post van dit  blog.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

 

vrijdag 13 april 2018

Volg mij en maak je boek nú af


Bij Linda de Mol heeft het gewerkt, het stellen van een publieke deadline. Ze wilde haar vervettingstrend abrupt keren en vijf kilo afvallen in zes weken. Ze riep lezers van haar magazine op zich bij haar aan te sluiten, wat ze massaal deden. Via haar speciale lijnvlog kon ze op 2 mei 2016 melden dat ze binnen de voorgenomen tijd haar streefgewicht van 77 kilo bereikt had.
Ik hoop dat andere worstelende romanciers door mijn voorbeeld geïnspireerd worden. Soms heb je een duw in de rug nodig om kilometers te maken en dat is wat ik wil. Op 31 augustus vertrek ik naar Porto om de Camino Portugues te lopen. Dan wil ik een nieuw manuscript hebben van honderd kantjes A4, dat ik naar mijn meelezers kan sturen. Zo niet, dan stop ik. Mijn romanproject is dan mislukt.   


Stokoude mama
De planning is gedetailleerd. Voor elk hoofdstuk heb ik vijf werkdagen om de scènes in de ruwbouw te plaatsen. Begin juli is dat proces voltooid en dan heb ik nog twee maanden voor de afwerking.
Deze planning houdt geen rekening met onverwachte gebeurtenissen. Op 3 mei hoop ik, na vijf jaar medische controles, gezond verklaard te worden. Als ik toch weer kanker blijk te hebben, kan de roman me waarschijnlijk geen biet meer schelen. Verder is mijn moeder 92 en fragiel. Haar overlijden zal waarschijnlijk mijn leven op zijn kop zetten.
Daarnaast werk ik als vrijwilliger voor een belangenvereniging. Vooralsnog staat alleen een congres in Stockholm op de agenda, maar er kan meer werk aankomen.
Er is dus kans op vertraging. In dat geval verschuift de deadline naar eind 2018. Ik heb dan tweeëneenhalf jaar aan Te grijs gewerkt. Als er dan nog geen veelbelovend manuscript ligt, kan ik mijn tijd beter besteden. Een stopreden die niet in het lijstje voorkwam dat ik in mijn vorige blog noemde, maar wel heel belangrijk is: je leeft maar één keer en moet je tijd optimaal besteden.

Vervagende stip
Toen ik bij mijn pensionering in juni 2016 aan Te grijs begon, werkte ik strak toe naar een stip aan de horizon. In januari 2017 lag er een leuk, maar slecht geordend en onvolledig manuscript van honderd kantjes. Tijdens het aanvullen en ordenen ben ik het zicht op mijn doel kwijtgeraakt en misschien komt die helderheid niet meer terug en moet ik dat accepteren. Mijn partner Angeline beschreef onbedoeld het proces in een bekroonde haiku:
het verre lichtje -
toen ik naar iets anders keek
is het uitgegaan.
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com


vrijdag 6 april 2018

Stop en begin een dagboek

Goede raad is goedkoop voor de schrijver van een roman. Fysiek is het een solitaire bezigheid, maar digitaal ben je altijd in het gezelschap van tienduizenden mannen en vrouwen die op dat moment hetzelfde doen als jij.
Net als andere creatieve activiteiten gaat fictieschrijven nooit zo vlug als je wilt en dat is frustrerend. Zeker omdat je vaak na een lange worsteling met een probleem ontdekt dat de oplossing voor de hand lag.
Frustraties en moeizaam verworven inzicht van schrijfgrage lieden vormen een vruchtbare bodem voor publicaties over fictie schrijven. Elke frustratie die je als schrijver kan hebben is benoemd, wat welkome troost biedt op moeilijke momenten. In een weekblad klaagde een schrijver van zes weinig succesvolle romans dat híj niet was uitgenodigd voor het Boekenbal, maar twee internetbloggers wel. En dat hij het emotioneel ook heel zwaar had bij elke positieve recensie van een roman van een ander. Deine Sorgen möchte ich haben, dacht ik.


 
Beter blogs bundelen
Verder word je overladen met schrijfadviezen. Het zijn vooral tot nu toe miskende romanauteurs die de vele bloggen schrijven met doorleefde adviezen en praktische tips. Het niveau van deze publicaties is verbazend hoog, waarschijnlijk hoger dan dat van hun romans. Misschien is dat bij ondergetekende ook het geval. Een meelezer verbaasde zich erover dat ik niet stopte met de roman en mijn ruim 100 geïllustreerde schrijfblogs bundelde. Dan was ik af van de dagelijkse worsteling met Te grijs en had ik toch een boek.

Ontdekking van Moskou
Een roman opgeven gebeurt waarschijnlijk vaak. Harry Mulisch (o.a. De ontdekking van de hemel. 1992) werkte twee jaar aan De ontdekking van Moskou en legde het manuscript ontevreden weg. Later pakte hij het verhaal weer op, om het na enige maanden weer weg te leggen, deze keer voorgoed. Maar ik heb een goede reden nodig om te stoppen. De website boekschrijven noemt er vijf.
1) ik kan het niet. Geldt niet voor mij, heb genoeg ervaring.
2) ik heb geen tijd. Onzin, ik ben pensionado.
3) ik kan me er niet toe zetten. N.v.t, want zit elke werkdag aan het boe
4) wie zit er op mijn schrijfsels te wachten? De samenleving vergrijst en dit verhaal gaat over een 60-plusser die geconfronteerd wordt met zijn leeftijd en zich heruitvindt.
5) ik overzie het niet meer. Dat was inderdaad zo, maar nu gloort er een straaltje voortschrijdend inzicht.

Dag boek?  
Ik ga nog niet stoppen. Ik verwacht het werk af te maken en gelezen te worden. En als het boek totaal flopt? Thomas van Aalten (o.a. Leeuwenstrijd, 2014) was tot nu weinig succesvol met zijn zes romans. Misschien, vroeg Vrij Nederland deze dertigplusser, schrijf je de komende twintig jaar iedere twee jaar een roman die weinig wordt besproken en niet verkoopt? Zou dat acceptabel zijn?
‘Jawel,’ zegt Van Aalten na een slok bier. ‘Ik zou het dragen als een man en gewoon mijn eigen bibliotheek volschrijven.’
Ik zou in zijn plaats stoppen en een dagboek beginnen, want daar komt het nu ook op neer.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 30 maart 2018

Smachten medicijn voor tijdsversnelling bij ouderen

De tijd gaat sneller als we ouder worden. Als schoolkind was ik een wijsneusje en de kleinste van de klas. Ik zou genadeloos gepest zijn, als de pesters hadden geweten hoe ze tot me  door konden dringen, maar ik was te zonderling en moeilijk te begrijpen. De ellendige schooldagen kropen voorbij, tot het  onverwacht vakantie was en gelukkig duurde díe ook eindeloos.
Later als student in Leiden zat ik met mijn vrienden te bomen, muziek te luisteren en shag te roken zonder op de tijd te letten. Soms viel het ochtendlicht al over de eeuwenoude huizen aan de overkant van de straat als we afscheid namen.
Nu ik zestiger ben zie ik de dagen, de weken en zelfs de maanden bijna spoorloos verdwijnen. Zoals John Williams in Stoner (1965) schrijft over de hoofdpersoon, een ouder wordende, flegmatieke hoogleraar: “De tijd verstreek en het verstrijken zelf zag hij niet.”     
                                        (afbeelding: Mieke Hoppel: Verlangen)
Vergeten tijd
Uiteraard wordt ook de hoofdpersoon van Te grijs geconfronteerd met dit fenomeen, dat Douwe Draaisma analyseerde in Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001). Eén oorzaak is optische vertekening: ons geheugen onthoudt geen tijd, maar gebeurtenissen. Als we terugkijken, herinneren we ons alleen de belangrijkste belevenissen. Omdat we het gebeuzel vergeten zijn, lijkt het of er in het verleden meer gebeurde dan nu en we er meer tijd en aandacht voor hadden. Verder gaan ons lichaam en onze geest trager werken, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken dat beklijft. Een tweede oorzaak is van fysieke aard. Ons lichaam en onze geest werken trager, zodat we per geleefd uur ook daadwerkelijk minder meemaken.

Bewuster verlangen
In Draaisma’s visie is de versnelling van de tijd dus onverbrekelijk verbonden met onze levensloop.
Aan het begin van zijn leven rent de mens nog kwiek langs de oever van een rivier, sneller dan de stroom. Rond het middaguur is zijn tempo al wat lager en loopt hij gelijk op met de rivier. Tegen de avond, als hij vermoeid raakt, versnelt de stroom en raakt hij achter. Ten slotte blijft hij stil en gaat liggen, naast een rivier die zijn loop vervolgt in hetzelfde, onverstoorbare tempo waarin hij al de hele dag heeft gestroomd.”
Is er dan niets wat we kunnen doen? Ja, toch wel. Bewuster verlangen naar het weerzien met een dierbare, het behalen van een realistisch doel of gewoon naar mooi weer. Voor wie smacht, kan de tijd niet snel genoeg gaan.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 23 maart 2018

Nederlandse romancier stemt graag blanco

Politiek en literatuur zijn in Nederland bijna gescheiden werelden. Wat ligt er meer voor de hand dan een What if-roman te schrijven naar aanleiding van de overwinning van de Haagse Law and order-partij Groep de Mos? Stel dat de partij bij de volgende verkiezingen de baas wordt in Den Haag. Wat betekent dat voor een Islamitisch gezin uit de Schilderswijk?  Het programma van De Mos bepleit een daadkrachtige aanpak van problemen die bij allochtonen relatief veel voorkomen. En Richard de Mos zelf was een aanhanger van de Islamietenhater Geert Wilders, tot hij in 2014 voor zichzelf begon. Ik hoop dat hierover een roman in de maak is, maar ik vrees van niet.
Aan de linkerkant van het politieke spectrum is ruimte voor een roman over wat een welgestelde ondernemer voor de kiezen krijgt als Groen Links in 2022 de meerderheid krijgt in de gemeenteraad. Ook daar kun je een boek overschrijven.


Onderworpen Houellebecq  
Het is in dit verband ook verbazend dat voorafgaand aan de parlementsverkiezingen van vorig jaar geen roman is verschenen over de toen algemeen verwachte overwinning van Geert Wilders en zijn PVV. Hoe zo’n roman eruit kon zien, had Philip Roth al in 2004 laten zien in Het complot tegen Amerika. Daarin wint luchtvaartpionier en Hitler-bewonderaar Charles Lindbergh de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1940, als de VS nog neutraal zijn in de oorlog in Europa. Het boek beschrijft de belevenissen van een burgerlijk Joods gezin in Newark als een sterk antisemitisme de kop opsteekt.
Een ander voorbeeld is Onderworpen van Michel Houellebecq. Na de Franse verkiezingen van 2022 komt de Islamitische partij aan de macht. De hoofdpersoon verliest zijn baan aan de Sorbonne, maar kan later komen werken aan de Islamitische universiteit. Deze functie geeft hem recht op drie jonge, gedweeë echtgenotes. Tot grote woede van veel lezers eemt hij de baan.  

Koch en Thomése
Nederlandse romans waarvan de romanschrijvers duidelijke partijpolitieke standpunten innemen, ken ik niet. P.F. Thomése beschrijft in Wladiwostok (2014) een spindoctor en de politicus die hij ondersteunt. Herman Koch voert in Het diner (2009) een politicus op als broer van de hoofdpersoon. In De greppel (2016) is een niet zo heel fictieve burgemeester van Amsterdam de ik-figuur die worstelt met het ouder worden.

In dat laatste lijkt hij sterk op mijn hoofdpersoon in Te grijs. Diederik heeft echter geen politieke functie, maar stemt. Verkeerd, wat ruzie betekent met zijn echtgenote.
“Ik heb je niet goed verstaan, denk ik,” zegt Claudia. ”FvD?”
Diederik noemt met aarzeling de volledige naam.
“Forum voor Democratie, daarop heb ik gestemd. Die zijn voor afschaffing van die belachelijke erfpacht hier in Amsterdam.”
“Maar…” Ongeloof en verbijstering snoeren haar de mond.
“Dat is toch de partij van die eikel Baudet?”
“Je moet het lokaal bekijken. Hier zit heel iemand anders.”
“Maar zijn partijleider praat wel over Nederlandse waarden en is tegen Europa. En hij heeft die groezelige roman geschreven over een gigolo. Baudet is gewoon een vrouwvijandige lul. En als je op hem stemt ben jij ook een lul. Gatver.”
Boos staat ze op.
“Ik wilde eerst net als jij stemmen,” verdedigt hij zich. ”Maar de erfpacht…” Hij kan zijn zin niet afmaken, want ze heeft de deur al achter zich dichtgeslagen.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 16 maart 2018

Belaagd door het regelnoodspook

Deze week beving mij de angst voor regelnood, voor gebrek aan tekst. Ik had een scène uit Te grijs opgestuurd aan een kritische vriendin. Die prees het fragment maar vond onder andere dat het een stuk korter kon. Zij gaf een aantal voorbeelden van overbodige regels en legde uit waarom die gemist konden worden. De meeste voorbeelden waren overtuigend en het kostte me verbazend weinig moeite om er andere schrappassages aan toe te voegen. Uiteindelijk raakte ik er van overtuigd dat het hele verhaal een kwart korter kan zonder dat er iets waardevols verloren gaat. Dan is er helaas te weinig kopij voor een boek. Ik heb na die ontdekking een paar nachten slecht geslapen, al speelde daarbij ook tandartsbezoek een rol.

Ideaal = 90.000.  
De journalist en schrijver Dennis Rijnvis geeft op zijn site Schrijfvis 80.000-90.000 woorden als ideale lengte voor een uitgever. Daarmee kan hij een substantieel boek van 250 tot 300 pagina’s maken. Tienduizend woorden meer is nog acceptabel. Door de afstand tussen de regels en de woorden kleiner te maken hoeft te lezer dat niet te merken. Veel meer moet je niet aanleveren. Bij een lengte van 110.000 krijg je waarschijnlijk het verzoek om in te korten. Of niet. J.J. Voskuil kreeg zijn uitgever zover dat hij de 1,5 miljoen woorden van Het bureau accepteerde. Hij publiceerde zes delen van gemiddeld 250.000 woorden.

Angst negeren
Als je 60.000 woorden inlevert, is de kans groot dat je uitgever je vraagt om bij te schrijven, aldus Rijnvis. Het boek wordt anders te dun. Dat schrikt kopers van papieren boeken af en die vormen nog altijd de meerderheid.
Ik sloot 2017 af met een manuscript van 73.000 woorden, een alleszins acceptabele lengte. Ik had echter diepe twijfels over een episode van 5.000 woorden, die leuk is, maar misbaar. Resteren 68.000 woorden. Maak dat compacter, en de roman Te grijs slinkt al snel tot een miezerige 51.000 woorden.
Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik deze angst moet negeren. Als passages overbodig zijn, moet ik ze schrappen, ongeacht de gevolgen. Bovendien is het onderwerp, de confrontatie met het ouder worden, zo rijk dat er nog gemakkelijk 20.000 woorden over communicatiemedewerker Diederik te zeggen vallen. In het volgende fragment staat onze bankemployé bijvoorbeeld te praten met twee andere zestigers. De schrapvoorstellen staan tussen haakjes.    
Lawaaiig tasje
“Uiteraard lees je je boeken op een e-reader,” zegt de souschef plagerig.
De drukwerkcoördinator maakt een afwijzend gebaar.
“Dat vind ik geen echt lezen. Een boek moet in je hand liggen en als je het dicht bij je neus houdt, moet je het papier kunnen ruiken.”
“Ik ben het helemaal met je eens,’’ zegt de souschef. “Ik lees papieren boeken en de papieren krant. Punt. (weglaten: De krant is wel veranderd. Nauwelijks nieuws op de voorpagina. Een of twee berichten en een opgeblazen foto.) Ook al ritselt de krant niet meer.”
Dat is Diederik ook opgevallen. Hij pakt een krant van de tafel en frommelt met het papier. Er is nauwelijks iets te horen.
“Volgens mijn zoon kan ik bepaalde hoge tonen niet meer horen,” zegt hij. “Sebas, zo heet (mijn zoon)  hij, vouwde laatst een boodschappentasje op om het te bewijzen. 'Kijk pap, dit maakt nog meer herrie dan de krant, dit hoor je zeker.’ Ik had het opvouwen van de krant niet gehoord en dit gaf volgens mij ook nauwelijks geluid. Ik herinner me niet dat zulke tasjes überhaupt herrie maakten als je ze vouwde. (Van de andere kant: zo’n jongen wil me natuurlijk iets duidelijk maken en hij weet dat deze materie gevoelig ligt).”
De drukwerkman wijst iedere suggestie van gehoorverlies resoluut van de hand.
“s Nachts word ik wakker van het minste gerucht.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 9 maart 2018

Ranzigheid alleen als die functioneel is

Ondanks dat frequente constipatie en andere spijsvertereringsproblemen ons gevoelsleven permanent beïnvloeden, komen ze in de meeste romans niet voor. Dit lijkt merkwaardig, omdat de roman het gevoelsleven als onderwerp heeft. Het kenmerk van deze literaire vorm is echter efficiëntie. Een epos zoals dat van Homerus (ca. 850 v.Ch.) wordt gekenmerkt door letterlijke herhalingen. Wie Multatuli’s Max Havelaar leest, moet zich door duizenden woorden over Amsterdam heenworstelen die alleen bedoeld zijn om het verhaal over Indië geloofwaardig te maken. De tegenwoordige roman vermijdt zulke ballast. Ons gevoelsleven is een proces, aangestuurd door talloze gebeurtenissen. De roman duidt dit proces aan, waarbij de alledaagse krachten als bekend worden aangenomen en dus kunnen worden weggelaten. 

Sexualpraktiken
Behalve de wens om efficiënt te zijn, is er de angst om de lezer weg te jagen door taboes te doorbreken. Uitzonderingen zoals het immens succesvolle Vochtige streken (2008) van Charlotte Roche bevestigen hier de regel. Het  boek dankte zijn succes aan zijn ranzigheid of, zoals een Duitse website het formuleerde: Feuchtgebiete wurde insbesondere durch den sehr offenen Umgang der Protagonistin mit ihrem eigenen Körper und verschiedenen Sexualpraktiken bekannt. Het boek gaat over een vrouw die bij het scheren van de intieme delen een aambei raakt en zo in het ziekenhuis terecht komt. Er is hier sprake van onvermijdelijke ranzigheid, omdat de schrijfster juist die bespreekbaar wil maken. Ik heb het boek zelf snel weggelegd.
Flipperkont
Er bestaat ook ranzigheid als stijlfiguur. P.F. Thomese gebruikt die in J. Kessels.The novel (2009). Zijn hoofdpersoon denkt terug aan de billen en borsten van de vroegrijpe Birgit, dochter van de eigenaar van een snackbar, die beroemd is vanwege de grote frikandellen. Het is lang geleden, want behalve een flipperkast heeft de zaak ook een jukebox. Die speelt You’ve got this strange effect on me (1965) van Dave Berry terwijl de hoofdpersoon achter de flipperende Birgit staat.
De olie droop als vers zweet tappelings van de tegels, achter de toonbank liet Pa de Braaij de negerlullen fluisteren en sissen in de gloeiende vetkorven, de kont, de zilveren meisjeskont, de kogelronde flipperkont danste voor mijn ogen, werd ronder en ronder, Dave Berry vond het maar een heel vreemd effect.
De hoofdpersoon drukt zich vervolgens tegen Birgits kont aan en wordt de zaak uitgezet.

Functioneel ranzig
Zelf worstel ik met functionele ranzigheid. Hoeveel daarvan is nodig om de lezer van Te grijs duidelijk te maken dat de stoelgang het leven van mijn hoofdpersoon beheerst? Hij durft bijna niet in de pot te kijken uit angst bewijzen te zien voor de ziekte die hij vreest. Hij huivert al bij de aandrang en die voelt hij vaak en heftig, want hij heeft inderdaad darmkanker.
Een meelezer zei dat ik om deze redenen vaker naar Diederiks stoelgang moet verwijzen, maar ik aarzel. Ik zal zijn echtgenote een keer laten klagen dat het wc-papier zo snel op is. Hij kan een keer een telefoontje mislopen omdat hij in het kleine kamertje zit. Maar de lezer iedere keer naar de plee meeslepen en met afschuw in de pot laten kijken? Nee, dat laat ik aan Charlotte Roche over, als idee voor een nieuw boek.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 2 maart 2018

Ouderdom vooral voor mannen een schok

Vijf dagen ben ik meegeploeterd met de fitste sneeuwschoenlopers van ons reisgezelschap. Meestal liep ik achter iemand die 23 jaar jonger was en die kon ik tot mijn verbazing bijhouden, meeliftend op haar lichte pas. Uiteraard was er wel een verschil in fitheid aan het einde van de wandeling. Zij was licht vermoeid en ik uitgeput.
Toch deed dit feit mij (en mijn personage Diederik) beseffen hoe relatief ouderdom is. Ik kan beter wandelen dan ooit en ook beter schrijven. Dat is vooruitgang. Daar tegenover staat verlies aan gehoor, zicht en reactiesnelheid to name but a few. Het is een veelkantig en moeilijk duidbaar proces: “voetje voor voetje, zonder dat je het merkt, wordt je leven ouder”, zegt de Romeinse politicus en schrijver Cicero (106-43 v.Chr.) in De kunst van het ouder worden. Volgens hem is de ouderdom een leuke periode, zolang je jezelf maar blijft uitdagen en sociaal actief blijft. Een eigentijdse visie.




Allemans andersheid
Ouder worden mag sluipenderwijs gaan, toch is er een eerste moment dat je beseft dat je onherroepelijk een nieuwe levensfase bent binnengegaan. Franse vrouwen krijgen een duidelijk signaal, wanneer ze met madame aangesproken worden in plaats van met mademoiselle. Vaak komt het besef van binnenuit. De Amerikaanse schrijver Philip Roth beschreef het in Alleman (2006): “Een gevoel van andersheid had zich van hem meester gemaakt. (…) Niets wekte nog zijn bevrediging, zijn schilderen niet, zijn familie niet, zijn buren niet – niets behalve de jonge vrouwen die hij voorbij zag joggen.” Alleman is drie keer getrouwd en zeer gevoelig voor vrouwelijke charmes. Hij moet echter constateren dat ze hem niet meer zien staan.
Allemans andersheid is een negatieve definitie van ouderdom. Ze staat voor de afwezigheid van wat hij vroeger allemaal had toen hij nog een “compleet leven” leidde.


Wetende vrouwen
De somberheid van Roth/Alleman over de ouderdom komt misschien mede door zijn man zijn. Martine Boyer-Weinmann stelt in haar Anthropologie littéraire de l’âge (2013) dat voor mannen de ouderdom een onaangename verrassing is: “vrouwen zijn realistischer, ze kijken vooruit.”
Dat moge zo zijn. In ieder geval is de hoofdpersoon van Te grijs, Diederik, geschokt als hij beseft dat hij oud wordt.
“Die middag gaan Diederik en Claudia filmpjes kijken van Sebas en kinderen waarmee hij speelde. Sommigen zijn nog steeds bevriend, net als de ouders. Ze zien Sebas en zijn vriendjes opgroeien van hulpbehoevende babies tot babbelende peuters en later zelfstandige basisschoolkinderen.  
“De ouders zijn eigenlijk weinig veranderd,” merkt de gastvrouw peinzend op. ”Behalve Diederik, die is echt ouder geworden.”
Iedereen lacht, want ze zien meteen wat ze bedoelt, ook Diederik. Ze kijken hem lachend aan, wetend dat hen dezelfde metamorfose te wachten staat. Hij kijkt onthutst naar Claudia, die ook lacht en zegt:
“Wat kijk je nou ongelukkig? Het staat je goed, die oude kop.”
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 23 februari 2018

Op zoek naar woorden voor de winter

Als schrijver wil je eigenlijk een hele filmploeg zijn. Je wilt de lezer meenemen naar een kamer, een plein, een heel landschap. Je wilt hem de vormen, bewegingen en kleuren laten zien, de geluiden van de plek laten horen. Helaas moet je alles overbrengen zonder beeld en geluid. Je hebt een paar handenvol eenkleurige symbooltjes die je rangschikt op een eenkleurig veld. Dat zijn je povere communicatiemiddelen.  


Verliefd op Lara
Ik kom erop omdat ik in een majestueus winterlandschap rondwandel en me afvraag hoe ik dat ooit kan beschrijven. In Te grijs gaan Diederik en zijn partner Claudia namelijk op vakantie naar de sneeuw. Voor deze scène hoop ik hier in de Dolomieten inspiratie op te doen. Uiteraard heb ik al naar voorbeelden in de literatuur gezocht. Heel sfeervol vind ik de volgende scene uit Dokter Zjivago (1957) van Boris Pasternak. Zjivago is met zijn vrouw Tonja uit Moskou gevlucht. Hoewel hij door de Russische Revolutie beroofd is van alle luxe, bevalt het boerenleven hem zelfs in de winter prima en hij noteert:
“Je komt de schuur uit, de dag is nog niet aangebroken. De deur piept, of je niest plotseling, of de sneeuw knarst onder je voeten, en opeens springen dan vanuit het verste tuinbed enkele hazen op (…) en gaan er van door, een wijdlopig en zigzaggend spoor in de sneeuw rondom achterlatend. In de omgeving heffen de honden, de een na de ander, een langdurig geblaf aan. De laatste hanen hebben al vroeger gekraaid, die hoor je niet meer.”
Geen wonder dat deze romanticus hopeloos verstrikt raakt in zijn liefde voor de beeldschone Lara, in de met Oscars beladen film (1965) overtuigend gespeeld door Julie Christie.
Winter zonder sneeuw
Met deze sneeuwscène van Nobelprijswinnaar Pasternak zou ik dik tevreden zijn. Je voelt en ruikt de vrieskou. Wel is het een wijdlopige beschrijving van 89 woorden, maar de auteur streefde ook niet naar beknoptheid. Dokter Zjivago telde in de Nederlandse vertaling (1961) zeshonderd pagina’s.
Het kan ook korter, zoals Peter Terrin in Blanco (2003) laat zien. Deze Vlaming stelt kortheid voorop. In een VPRO-interview zei hij: “Ik heb in alles respect voor de lezer. Ik wil zijn tijd niet onnodig opeisen, dus ik vertel mijn verhaal zo bondig mogelijk. Waarom moet een boek 300 pagina’s zijn als het ook in 180 kan?”
Terrin transporteert ons in 38 woorden naar een betoverend winterland en het mooie is dat hij het woord sneeuw daarvoor niet nodig heeft.
“Hand in hand staan ze stil, hun adem wolkt. Ze glimlachen naar elkaar en naar het wonderbaarlijke landschap, dat zonder enig geluid is, zonder enige kleur, zover het oog reikt enkel maar wit, door niets of niemand verstoord.”
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 16 februari 2018

Net voor vertrek een darling killen/sparen

Daar zit ik weer aan de eiken eettafel, één gordijn gesloten tegen de laag staande zon die diep de woonkeuken binnen schijnt. Het is niet eenvoudig om een blog te schrijven, als je hoofd zo vol zit. Allereerst met details voor de reis: hebben we sneeuwschoenen, sneeuwbrillen en genoeg thermisch ondergoed? Nemen we sloffen mee voor in het hotel? Moeten we nog ochtendjassen in de bagage proppen of is dat getut van oude mensen? Neem ik als boek Alfred Birneys De tolk van Java (2016) mee of gaat dat rotverhaal mijn humeur verpesten?
En dan liggen er nog geëtiketteerde zakjes van www.smaakzaden.nl. Mijn jongste zoon is een online handel begonnen in zaden van winterpostelein en andere lekkere, maar vergeten groentes. Ik heb beloofd 45 zakjes te vullen met zaad van winterpostelein, zilverbiet en Drentse kievitsboon. Dat wordt een latertje en we moeten morgen vroeg naar het station.



Nicht hinauslehnen
Wat de roman betreft, heb ik me heilig voorgenomen om een besluit te nemen over Claudia’s reis naar Rome. Dat hoofdstuk van Te grijs telt bijna 10.000 woorden, een zesde van het hele manuscript. Met scènes waarin mijn hoofdpersoon Diederik zijn vrouws beha’s strijkt, droomt over de treinbordjes Nicht hinauslehnen en een bezoek brengt aan zijn scherpzinnige schoonmoeder. Ik vind het een zeer geslaagd hoofdstuk.
De vraag is echter, wat de functie is in het verhaal. De opbouw daarvan is intussen duidelijk: we maken eerst kennis met een tevreden Diederik op zijn verjaardag. Vervolgens blundert hij af op zijn nieuwe baan, ontdekt dat zijn huwelijk wankel is en krijgt signalen dat hij een vreselijke ziekte onder de leden heeft. Na deze ellende stond in de vorige versie van het MS de Romereis gepland.
 
Dappere Diederik
De rest van het verhaal laat zien hoe Diederik zich enige tijd overeind houdt in de storm. Uiteindelijk raakt hij alsnog zijn baan, vrouw en gezondheid kwijt en komt alleen thuis te zitten. Het hier en nu is alles wat hij overheeft: de geur van vers gezette koffie, de koestering van de lentezon, de blijdschap dat zijn schoondochter zwanger is. Uiteindelijk komt Claudia terug. Ze mist hem en wil hem bijstaan in zijn ziekte. Dan stopt het verhaal. Er is zoveel over het verloop van kanker geschreven, dat ik zonder gewetensbezwaren deze kelk aan mij voorbij laat gaan.
 
Genade voor darlings
Ik schrijf wel eens gelegenheidsliedjes en heb ontdekt dat degene met een paar obscure passages het meest aanslaan. Dat zou pleiten voor het behouden van de Romereis. Misschien moet ik me erbij neerleggen dat ik niet precies weet waarom ik sommige scènes schrijf. Volgens Gerrit Krol (Het gemillimeterde hoofd 1967, Duivelskermis 2007) hoef je niet al je darlings te killen. Op de vraag naar het waarom van een bepaalde passage antwoordde hij heel eerlijk: "Ik zou ook niet goed weten wat ik daarmee bedoel, maar ik vind dat het er goed staat."
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 9 februari 2018

Heftige reactie op wat ik niet schrijf

Een schrijver krijgt vaak reacties op wat hij niet geschreven heeft. Zelf wekte ik vorige maand bij lezers emotionele verontwaardiging op met het blog Meeslepend verhaal over saaie vorstin. Ik noemde de Britse koningin Elisabeth II “niet bijster snugger, laag geschoold en zonder veel warmte of charme.” Sommige lezers – fans van de serie - vonden dat lullig van me. “Natuurlijk was ze saai, maar ze was erg plichtgetrouw,” legde een van de critici uit. Op dat laatste had ik expliciet gewezen. Mijn critici ontkenden de feiten niet en reageerden op iets anders dan waar het blog over ging. Dat uitte bewondering voor de makers van de Netflix-serie The crown die uit een beleidsmatig zwak koningschap een spannend verhaal distilleerden over een sympathieke vrouw.


Juridisch schrijven
In mijn vorige leven was een van mijn taken om het publiek te laten reageren op wat niet in de tekst stond. In toespraken van de topman moest ik een bemoedigend beeld schetsen van angstwekkende ontwikkelingen, zonder onwaarheden te vertellen. Een lidwoord kan alle verschil maken. De verliezen zullen afnemen is een harde belofte. Verliezen zullen afnemen is veel vrijblijvender. In een groot concern is er altijd een activiteit te vinden die beter loopt. Ik was goed in het scheppen van misverstanden, maar het is me volstrekt duidelijk dat ik ze niet kan voorkomen. Ook al omdat de normen veranderen en woorden en gebeurtenissen een andere betekenis krijgen.
 
Meisje van 12
Iemand mailde mij als voorbeeld van dit laatste Vladimir Nabokovs roman Lolita(1955) over de verhouding van een volwassen man met een meisje van twaalf. Op dit moment zou de schrijver als pedofiel aan de schandpaal worden genageld. Eertijds, aldus mijn zegsvrouw, was de schrijver zich van geen kwaad bewust, hij schreef een wat ongewoon liefdesverhaal.
Ik betwijfel dat en wel aan de hand van de eerste zin. Lolita, light of my life, klinkt onschuldig genoeg, maar dan wordt het echt provocerend: fire of my loins. De tweede zin begint bovendien met My sin. Ik wil Nabokov niet in de hoek zetten bij Woody Allen, maar hij wist dat hij met vuur speelde.
 
Verliefde directrice
In Te grijs komt ook een riskante scène voor. Claudia, de vrouw van de hoofdpersoon, is leraar op een middelbare school. All hell breaks loose als bekend wordt dat de directrice een verhouding heeft met een 17-jarige leerling. In een gesprek met echtgenoot Diederik vraagt  Claudia begrip voor deze misstap. De jongen had problemen, de vrijgezelle directrice voerde diepe gesprekken met hem, bij haar thuis. 
“En zo is het gekomen,” legt Claudia uit na een turbulente schooldag. “Het is ook een aantrekkelijke jongen, heel volwassen al. Ik heb hem in de klas gehad en tijdens de les kon hij zo naar me kijken met die bruine ogen en dan voelde ik me toch, hoe zal ik het zeggen…”
“Zeg het maar niet,” zegt Diederik. “Ik hoef je geheime passies niet te kennen.”
Claudia’s gezicht betrekt.
“Wat een flauwe opmerking. Ik vertel je iets heel intiems.”

 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

vrijdag 2 februari 2018

Over hoofdstukken, het waarom en hoe

Hoe maak je hoofdstukken? Die vraag heb ik voorgelegd aan een wetenschapsjournalist en auteur van meerdere boeken. Ik zag hem gisteravond bij het wekelijkse hardlopen in het Amsterdamse Vondelpark en vroeg hem hoe hij hoofdstukken maakte. Het kan zijn dat rennen in het donker de verkeerde gelegenheid was voor dit gesprek. Ook kan de ijzige regen, die juist toen weer heviger werd, zijn mededeelzaamheid hebben beperkt. Hij had er weinig over te zeggen, want het was voor hem geen probleem. Hij schreef non-fictie en dan kwam de structuur al schrijvend. Na dit antwoord begon hij te versnellen en liet mij hijgend achter en ook jaloers. Er leek me weinig verschil met fictie te zijn. En bij mij komen er al schrijvend wel klonten scènes, maar dat zijn geen strakke hoofdstukken met een intrigerend einde.
 


Panfunctionele hoofdstukken
De Wikipedia inventariseert de doelen van een hoofdstuk. “… om een duidelijke indeling te maken, of als cliffhanger om de lezer ertoe aan te zetten verder te lezen. De hoofdstukindeling kan ook worden gebruikt om van oogpunt te wisselen.”
Omdat een hoofdstuk verschillende functies tegelijk kan vervullen, vond ik dit lemma van de wiki plichtmatig en van weinig nut. Tot ik besefte dat ik mijn hoofdstukken al de genoemde functies tegelijk wil laten uitoefenen. De klont-hoofdstukken zijn ontstaan uit een denkproces. Ik mag dus aannemen dat zij bepaalde nuttige functies uitoefenen, hoe gebrekkig ook. Die moet ik kunnen benoemen, zoals ik in een zin van elk woord en elk leesteken kan zeggen waarom het er staat. Ik heb de klont-hoofdstukken eerst bekeken vanuit de vertelstructuur. Nu ga ik het manuscript doornemen voor de lezer en hem, in gedachten, uitleggen wat ik met ieder hoofdstuk wil vertellen. Kan ik dat niet, dan vervalt het hoofdstuk. Kan ik dat wel, dan ga ik het op die functies toespitsen.
 
Cliffhanger als slot
Ik begon de hoofdstukken te analyseren met de angst dat ik veel te weinig cliffhangers had om de lezer door het boek te trekken. Maar dat viel mee. In het eerste hoofdstuk zitten er drie: Diederik botst met zijn vrouw, gaat naar een nieuwe baan en heeft bloed in de ontlasting. Met die laatste cliffhanger begint het verhaal zelfs. En het einde van het verhaal, waarin Claudia tegen de zieke Diederik zegt dat ze hem door de hel zal volgen (zie vorig blog), is ook een cliffhanger. Daar kondig ik dramatische gebeurtenissen aan, waarvan de lezer echter nooit het fijne zal horen. Deze cliffhanger leidt hem naar het kaft, zodat hij Te grijs opgelucht kan wegleggen.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

 

vrijdag 26 januari 2018

Meelezers krijgen gewenste happy end


Een van mijn lastigste karaktereigenschappen is wat je zelfstandig denken kunt noemen of grenzeloze eigenwijsheid. Ik houd gemakkelijk vast aan mijn eigen mening, ook al wijkt die af van de visie van alle anderen. Ook neig ik tot onaangepast gedrag, ik ben een beetje een zonderling. Dat maakt de communicatie met anderen moeilijk. Regelmatig hebben mensen zelfs geen idee wat ik wil zeggen. In de journalistiek was dat geen probleem, omdat de eindredacteur mij dwong mijn bijdrage af te stemmen op het publiek. Nu ik zelfstandig schrijver ben, vervult een lezerspanel de eindredactionele functie.   


Vriendenpanel
Een zwakte van mijn model is, dat de meelezers hun werk doen als vriendendienst en dus persoonlijk betrokken zijn bij mij en mijn partner. Bij het beoordelen van een autobiografische roman als Te grijs speelt dat een rol, maar in welke mate is moeilijk te zeggen. Zo is een algemeen kritiekpunt op het verhaal de plotselinge terugkeer van Claudia naar haar man Diederik zodra hij kanker blijkt te hebben.
Ik dacht dat deze terugkeer voor de lezers vanzelfsprekend zou zijn. Claudia is alleen pissed off door zijn somberheid en de voortdurende ruzietjes. Ze ziet haar bijna levenslange relatie met haar man ontsporen en wil in eenzaamheid analyseren wat er gebeurt en wat ze voelt. Daarmee is de verhouding niet voorbij, hij ligt daar als unfinished business. Het welzijn van Diederik gaat haar nog steeds ter harte en als hij in nood is, snelt ze te hulp.    
 
Hereniging ondoordacht
De meelezers vinden dit een ondoordachte actie. Zij vrezen een situatie zoals Ian McEwan beschrijft in De kinderwet. De zestiger Jack is na een uitstapje naar een jongere vrouw weer terug bij zijn leeftijdsgenoot en vrouw Fiona. Ze liggen in het halfdonker in bed “terwijl buiten de kamer de schoon geregende stad op haar zachtere nachtelijke ritmes overging en hun huwelijk moeizaam werd hervat (…)”. Met Jack en Fiona lijkt alles goed te komen. Bij Diederik en Claudia hebben de meelezers grote twijfels en verwachten dat de spanningen weldra weer zullen oplopen. Zij willen een happy end voor de twee romanfiguren.
 
Taylor en Burton take 2
Mijn meelezers hebben de tijd genomen om het manuscript schriftelijk en mondeling te becommentariëren. Op mijn verzoek. Wat hun beweegredenen ook zijn, ik moet hun twijfel aan de hereniging serieus nemen. Ik zal dus laten zien dat Diederik minder angstig en positiever wordt na het al dan niet tijdelijke verlies van partner, baan en gezondheid.
De lezer mag de hervatting van de relatie dus met enig vertrouwen tegemoet zien. Het wordt niet Liz Taylors tweede huwelijk met collega-acteur Richard Burton, dat net als het eerste fout liep. Eigenzinnig als ik ben, handhaaf ik echter de laatste zin van Te grijs, waarin Claudia haar terugkeer aankondigt als bij Diederik kanker wordt vastgesteld. “Als jij door de hel moet,” zegt ze ”ga ik met je mee.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

vrijdag 19 januari 2018

Meeslepend verhaal over saaie vorstin

Ik geloof dat ik de laatste Nederlander ben die Netflix heeft genomen en naar The Crown kijkt. Met veel genoegen, trouwens. De makers stonden voor een grote uitdaging. Tijdens de regering van Elisabeth II zijn de Duitsers verslagen, is het Britse wereldrijk verloren gegaan en werd Groot-Brittannië een moderne monarchie. De Kroon, de Koningin dus, speelde daarin echter geen rol. Ook als persoon was ze kleurloos. Onze koningin Wilhelmina regeerde mee, Juliana ontsnapte geregeld aan het protocol, Beatrix was een scherpzinnige vorstin met visie. Elisabeth wist alleen wat af van paarden en honden en deed haar plicht.


Ruige leegte
Toch hebben de makers van The Crown in Elisabeth II een dramatisch verhaal gevonden. Ze kwam op de troon als 26 jarige vrouw, niet bijster snugger, laag geschoold en zonder veel warmte of charme. Wel had ze ambitie en daarin lag het verhaal, het centrale thema. De hofhouding dempt ieder initiatief van haar, premier Churchill en de andere politici lopen beleefd buigend over haar heen. De meeste mensen in haar positie waren snel afgeknapt en vertrokken naar de ruige leegte van de Schotse hooglanden. Elisabeth II bleef overeind en vond een manier om haar plichten als koningin te vervullen.
 
Thee en kraamhulp
Een dergelijke dramatische lijn zoek ik voor Te grijs. Het liefst had ik de methode van Hella Haasse (Oeroeg 1948, Heren van de thee 1992) gevolgd. Zij piekerde net zo lang tot de vorm van het verhaal haar ineens te binnen schoot. Deze efficiënte aanpak was voor haar de enig mogelijke: “Ik kan niet alvast het een en ander op papier zetten, een beetje experimenteren... niets lukt me.” Tot ze ziet wat ze eigenlijk wil vertellen.
Ik zelf heb het licht niet gezien. Ik ben gaan schrijven en heb nu tweehonderd pagina’s “losse flarden” zoals thrillerschrijfster Esther Verhoef (Rendez-vous 2006, De kraamhulp 2014) dat noemt: gedachtes, dialogen, sfeertekeningen. Net als ik produceert ze die flarden op intuïtie. Pas later ontdekt ze het verhaal en begint “het grote schrappen”.
 
Diederik II
Gezien de productie van Verhoef bereikt ze die fase binnen een redelijk tijdsbestek. Het kan ook anders. Gabriel García Marquez zocht 5 jaar naar de juiste toonzetting voor Honderd jaar eenzaamheid (1972). Toen dacht hij plotseling aan het uitgestreken gezicht waarmee zijn grootmoeder haar volstrekt ongeloofwaardige verhalen vertelde. Toen wist hij hoe hij zijn eigen verhaal wilde vertellen en schreef een meesterwerk.
Dat hoop ik natuurlijk ook te doen, maar eerst moet ik het drama vinden van de ouder wordende bankemployé Diederik. In feite een saaie man die met moeite het hoofd boven water houdt. Een beetje zoals koningin Elisabeth II.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 12 januari 2018

Gelukkig zijn - voor schrijven een noodzaak

Merkwaardig genoeg beleven we onze gelukkigste momenten als we totaal geabsorbeerd zijn in een activiteit. Als we bezig zijn zonder twijfel aan het nut van wat we doen, zonder gedachtes aan hoe we onze tijd beter kunnen of zelfs moeten besteden, zonder aandacht voor wat anderen van ons denken.
Je ziet dat geluk bij een kind dat haar pop aankleedt terwijl ze het geruststellend toespreekt. Bij een sportvisser die alleen let op zijn dobber en op bewegingen in het water. Bij een hobbykok die een gladde roux maakt.


Scripta manent
Zulk meditatief geluk is zelden de hoofdreden om een roman te schrijven. Roem en rijkdom staan meestal hoger op de lijst. Roem in de vorm van Tv-optredens en een uitnodiging voor het Boekenbal to rub shoulders met de Grote Auteurs. Rijkdom dankzij tonnen jaarlijkse royalty’s, zodat je een huis kunt kopen aan de Amstel met uitzicht op de rivier en een ommuurde tuin om tomaten, vijgen en druiven te kweken. Verder trots omdat er een roman met je naam erop in de etalage van de boekhandel ligt. En natuurlijk het geloof in scripta manent. Wie schrijft, zou eeuwig voortleven in zijn werken.
Van hen die een roman voltooien, wordt slechts een enkeling met roem en rijkdom beloond. Momenten van diep geluk vallen echter aan allemaal ten deel, daar ben ik zeker van.
 
Cocon van niet-bestaan
“Zodra de schrijver schrijft, stopt hij schrijver te zijn,” constateerde Joost Zwagerman (Vals licht 1991, De buitenvrouw 1994, Duel 2010) in de Volkskrant van 18 november 1999. Als auteur werk je in een cocon van niet-bestaan, aldus Zwagerman: “Je leeft louter in tekst - tekst die nog moet komen. Je wordt niet meer gehoord en kunt dus weer als vanouds praten tegen iemand die niets terugzegt. Je bent vrij: je bent een God in het diepst van je gedachten.”
Het spelende kind, de visser, de kok, ze zijn allemaal gelukkig in die cocon van niet-bestaan. Net als de schrijver, maar er is één verschil. Bij hen is geluk een bijproduct van wat ze doen. Bij de schrijver zijn momenten van geluk noodzakelijk voor de productie. Welke motieven iemand ook maar heeft om een roman te schrijven, hij zal af en toe gelukkig zijn. Hij moet wel.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com
 

vrijdag 5 januari 2018

Een he said, she said-story is een brug te ver

Ik heb niet de gewoonte om op mijn beslissingen terug te komen. Deze week kwam ik toch in de verleiding. De oorzaak was de knappe drie-paar-ogenconstructie in de thriller Het meisje in de trein (2015) van Paula Hawkins. De Britse schrijfster laat het verhaal vertellen door drie vrouwen die verbonden worden door hun liefde voor dezelfde man.
Het niet zo jonge, onvruchtbare “meisje” uit de titel, Rachel, passeert in de trage forensentrein haar voormalige rijtjeshuis waarin zij de nieuwe vlam van haar ex ontwaart, eerst zwanger, dan met baby. Vier huizen verderop wonen twee bijzonder aantrekkelijke mensen die in Rachels fantasie een droomhuwelijk hebben. Mede omdat Rachel haar ex-man stalkt, komt ze voor in de verhalen van de andere twee vrouwen. Die verschillen, maar over de feiten zijn ze het eens.
 


He said, she said-story
Even wilde ik Hawkins constructie gebruiken voor Te grijs. Toen hoorde ik van de Amerikaanse thriller Gone girl (2012) van Gillian Flynn. In haar twee eerdere romans schreef de auteur over mensen die zich niet kunnen binden. Gone girl (ook de titel van de vertaling) gaat over twee mensen die zich wél gebonden hebben, ze zijn getrouwd.
"I liked the idea of marriage told as a he-said, she-said story, and told by two narrators who were perhaps not to be trusted," zei Flynn. De echtelieden vertellen hun eigen verhaal, maar hun versies van de werkelijkheid verschillen nogal, mede omdat ze wat rommelen met de feiten.
 
Lastig realisme
Dat mensen in verschillende werkelijkheden leven, is natuurlijk realistisch, maar lastig voor de lezer en voor de schrijver. Als ik kies voor echte meerstemmigheid, moet ik een tweede subjectieve werkelijkheid creëren, namelijk die van Diederiks vrouw Claudia.
Bovendien wordt mijn boek over ouder worden dan het verhaal van een huwelijk uit de mond van beide partners. Relationele verwikkelingen zijn nu al het deel van het verhaal waar ik het meest mee worstel, ook al laat ik het met gezag door één persoon vertellen. Ondanks eigen ervaring, vind ik het heel lastig om uit te leggen waarom twee mensen hun levens vervlechten. Flynns visie op het huwelijk bemoedigt me niet. Zij noemt het huwelijk the ultimate mystery.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com