vrijdag 16 maart 2018

Belaagd door het regelnoodspook

Deze week beving mij de angst voor regelnood, voor gebrek aan tekst. Ik had een scène uit Te grijs opgestuurd aan een kritische vriendin. Die prees het fragment maar vond onder andere dat het een stuk korter kon. Zij gaf een aantal voorbeelden van overbodige regels en legde uit waarom die gemist konden worden. De meeste voorbeelden waren overtuigend en het kostte me verbazend weinig moeite om er andere schrappassages aan toe te voegen. Uiteindelijk raakte ik er van overtuigd dat het hele verhaal een kwart korter kan zonder dat er iets waardevols verloren gaat. Dan is er helaas te weinig kopij voor een boek. Ik heb na die ontdekking een paar nachten slecht geslapen, al speelde daarbij ook tandartsbezoek een rol.

Ideaal = 90.000.  
De journalist en schrijver Dennis Rijnvis geeft op zijn site Schrijfvis 80.000-90.000 woorden als ideale lengte voor een uitgever. Daarmee kan hij een substantieel boek van 250 tot 300 pagina’s maken. Tienduizend woorden meer is nog acceptabel. Door de afstand tussen de regels en de woorden kleiner te maken hoeft te lezer dat niet te merken. Veel meer moet je niet aanleveren. Bij een lengte van 110.000 krijg je waarschijnlijk het verzoek om in te korten. Of niet. J.J. Voskuil kreeg zijn uitgever zover dat hij de 1,5 miljoen woorden van Het bureau accepteerde. Hij publiceerde zes delen van gemiddeld 250.000 woorden.

Angst negeren
Als je 60.000 woorden inlevert, is de kans groot dat je uitgever je vraagt om bij te schrijven, aldus Rijnvis. Het boek wordt anders te dun. Dat schrikt kopers van papieren boeken af en die vormen nog altijd de meerderheid.
Ik sloot 2017 af met een manuscript van 73.000 woorden, een alleszins acceptabele lengte. Ik had echter diepe twijfels over een episode van 5.000 woorden, die leuk is, maar misbaar. Resteren 68.000 woorden. Maak dat compacter, en de roman Te grijs slinkt al snel tot een miezerige 51.000 woorden.
Terwijl ik dit schrijf, besef ik dat ik deze angst moet negeren. Als passages overbodig zijn, moet ik ze schrappen, ongeacht de gevolgen. Bovendien is het onderwerp, de confrontatie met het ouder worden, zo rijk dat er nog gemakkelijk 20.000 woorden over communicatiemedewerker Diederik te zeggen vallen. In het volgende fragment staat onze bankemployé bijvoorbeeld te praten met twee andere zestigers. De schrapvoorstellen staan tussen haakjes.    
Lawaaiig tasje
“Uiteraard lees je je boeken op een e-reader,” zegt de souschef plagerig.
De drukwerkcoördinator maakt een afwijzend gebaar.
“Dat vind ik geen echt lezen. Een boek moet in je hand liggen en als je het dicht bij je neus houdt, moet je het papier kunnen ruiken.”
“Ik ben het helemaal met je eens,’’ zegt de souschef. “Ik lees papieren boeken en de papieren krant. Punt. (weglaten: De krant is wel veranderd. Nauwelijks nieuws op de voorpagina. Een of twee berichten en een opgeblazen foto.) Ook al ritselt de krant niet meer.”
Dat is Diederik ook opgevallen. Hij pakt een krant van de tafel en frommelt met het papier. Er is nauwelijks iets te horen.
“Volgens mijn zoon kan ik bepaalde hoge tonen niet meer horen,” zegt hij. “Sebas, zo heet (mijn zoon)  hij, vouwde laatst een boodschappentasje op om het te bewijzen. 'Kijk pap, dit maakt nog meer herrie dan de krant, dit hoor je zeker.’ Ik had het opvouwen van de krant niet gehoord en dit gaf volgens mij ook nauwelijks geluid. Ik herinner me niet dat zulke tasjes überhaupt herrie maakten als je ze vouwde. (Van de andere kant: zo’n jongen wil me natuurlijk iets duidelijk maken en hij weet dat deze materie gevoelig ligt).”
De drukwerkman wijst iedere suggestie van gehoorverlies resoluut van de hand.
“s Nachts word ik wakker van het minste gerucht.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 9 maart 2018

Ranzigheid alleen als die functioneel is

Ondanks dat frequente constipatie en andere spijsvertereringsproblemen ons gevoelsleven permanent beïnvloeden, komen ze in de meeste romans niet voor. Dit lijkt merkwaardig, omdat de roman het gevoelsleven als onderwerp heeft. Het kenmerk van deze literaire vorm is echter efficiëntie. Een epos zoals dat van Homerus (ca. 850 v.Ch.) wordt gekenmerkt door letterlijke herhalingen. Wie Multatuli’s Max Havelaar leest, moet zich door duizenden woorden over Amsterdam heenworstelen die alleen bedoeld zijn om het verhaal over Indië geloofwaardig te maken. De tegenwoordige roman vermijdt zulke ballast. Ons gevoelsleven is een proces, aangestuurd door talloze gebeurtenissen. De roman duidt dit proces aan, waarbij de alledaagse krachten als bekend worden aangenomen en dus kunnen worden weggelaten. 

Sexualpraktiken
Behalve de wens om efficiënt te zijn, is er de angst om de lezer weg te jagen door taboes te doorbreken. Uitzonderingen zoals het immens succesvolle Vochtige streken (2008) van Charlotte Roche bevestigen hier de regel. Het  boek dankte zijn succes aan zijn ranzigheid of, zoals een Duitse website het formuleerde: Feuchtgebiete wurde insbesondere durch den sehr offenen Umgang der Protagonistin mit ihrem eigenen Körper und verschiedenen Sexualpraktiken bekannt. Het boek gaat over een vrouw die bij het scheren van de intieme delen een aambei raakt en zo in het ziekenhuis terecht komt. Er is hier sprake van onvermijdelijke ranzigheid, omdat de schrijfster juist die bespreekbaar wil maken. Ik heb het boek zelf snel weggelegd.
Flipperkont
Er bestaat ook ranzigheid als stijlfiguur. P.F. Thomese gebruikt die in J. Kessels.The novel (2009). Zijn hoofdpersoon denkt terug aan de billen en borsten van de vroegrijpe Birgit, dochter van de eigenaar van een snackbar, die beroemd is vanwege de grote frikandellen. Het is lang geleden, want behalve een flipperkast heeft de zaak ook een jukebox. Die speelt You’ve got this strange effect on me (1965) van Dave Berry terwijl de hoofdpersoon achter de flipperende Birgit staat.
De olie droop als vers zweet tappelings van de tegels, achter de toonbank liet Pa de Braaij de negerlullen fluisteren en sissen in de gloeiende vetkorven, de kont, de zilveren meisjeskont, de kogelronde flipperkont danste voor mijn ogen, werd ronder en ronder, Dave Berry vond het maar een heel vreemd effect.
De hoofdpersoon drukt zich vervolgens tegen Birgits kont aan en wordt de zaak uitgezet.

Functioneel ranzig
Zelf worstel ik met functionele ranzigheid. Hoeveel daarvan is nodig om de lezer van Te grijs duidelijk te maken dat de stoelgang het leven van mijn hoofdpersoon beheerst? Hij durft bijna niet in de pot te kijken uit angst bewijzen te zien voor de ziekte die hij vreest. Hij huivert al bij de aandrang en die voelt hij vaak en heftig, want hij heeft inderdaad darmkanker.
Een meelezer zei dat ik om deze redenen vaker naar Diederiks stoelgang moet verwijzen, maar ik aarzel. Ik zal zijn echtgenote een keer laten klagen dat het wc-papier zo snel op is. Hij kan een keer een telefoontje mislopen omdat hij in het kleine kamertje zit. Maar de lezer iedere keer naar de plee meeslepen en met afschuw in de pot laten kijken? Nee, dat laat ik aan Charlotte Roche over, als idee voor een nieuw boek.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 2 maart 2018

Ouderdom vooral voor mannen een schok

Vijf dagen ben ik meegeploeterd met de fitste sneeuwschoenlopers van ons reisgezelschap. Meestal liep ik achter iemand die 23 jaar jonger was en die kon ik tot mijn verbazing bijhouden, meeliftend op haar lichte pas. Uiteraard was er wel een verschil in fitheid aan het einde van de wandeling. Zij was licht vermoeid en ik uitgeput.
Toch deed dit feit mij (en mijn personage Diederik) beseffen hoe relatief ouderdom is. Ik kan beter wandelen dan ooit en ook beter schrijven. Dat is vooruitgang. Daar tegenover staat verlies aan gehoor, zicht en reactiesnelheid to name but a few. Het is een veelkantig en moeilijk duidbaar proces: “voetje voor voetje, zonder dat je het merkt, wordt je leven ouder”, zegt de Romeinse politicus en schrijver Cicero (106-43 v.Chr.) in De kunst van het ouder worden. Volgens hem is de ouderdom een leuke periode, zolang je jezelf maar blijft uitdagen en sociaal actief blijft. Een eigentijdse visie.




Allemans andersheid
Ouder worden mag sluipenderwijs gaan, toch is er een eerste moment dat je beseft dat je onherroepelijk een nieuwe levensfase bent binnengegaan. Franse vrouwen krijgen een duidelijk signaal, wanneer ze met madame aangesproken worden in plaats van met mademoiselle. Vaak komt het besef van binnenuit. De Amerikaanse schrijver Philip Roth beschreef het in Alleman (2006): “Een gevoel van andersheid had zich van hem meester gemaakt. (…) Niets wekte nog zijn bevrediging, zijn schilderen niet, zijn familie niet, zijn buren niet – niets behalve de jonge vrouwen die hij voorbij zag joggen.” Alleman is drie keer getrouwd en zeer gevoelig voor vrouwelijke charmes. Hij moet echter constateren dat ze hem niet meer zien staan.
Allemans andersheid is een negatieve definitie van ouderdom. Ze staat voor de afwezigheid van wat hij vroeger allemaal had toen hij nog een “compleet leven” leidde.


Wetende vrouwen
De somberheid van Roth/Alleman over de ouderdom komt misschien mede door zijn man zijn. Martine Boyer-Weinmann stelt in haar Anthropologie littéraire de l’âge (2013) dat voor mannen de ouderdom een onaangename verrassing is: “vrouwen zijn realistischer, ze kijken vooruit.”
Dat moge zo zijn. In ieder geval is de hoofdpersoon van Te grijs, Diederik, geschokt als hij beseft dat hij oud wordt.
“Die middag gaan Diederik en Claudia filmpjes kijken van Sebas en kinderen waarmee hij speelde. Sommigen zijn nog steeds bevriend, net als de ouders. Ze zien Sebas en zijn vriendjes opgroeien van hulpbehoevende babies tot babbelende peuters en later zelfstandige basisschoolkinderen.  
“De ouders zijn eigenlijk weinig veranderd,” merkt de gastvrouw peinzend op. ”Behalve Diederik, die is echt ouder geworden.”
Iedereen lacht, want ze zien meteen wat ze bedoelt, ook Diederik. Ze kijken hem lachend aan, wetend dat hen dezelfde metamorfose te wachten staat. Hij kijkt onthutst naar Claudia, die ook lacht en zegt:
“Wat kijk je nou ongelukkig? Het staat je goed, die oude kop.”
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 23 februari 2018

Op zoek naar woorden voor de winter

Als schrijver wil je eigenlijk een hele filmploeg zijn. Je wilt de lezer meenemen naar een kamer, een plein, een heel landschap. Je wilt hem de vormen, bewegingen en kleuren laten zien, de geluiden van de plek laten horen. Helaas moet je alles overbrengen zonder beeld en geluid. Je hebt een paar handenvol eenkleurige symbooltjes die je rangschikt op een eenkleurig veld. Dat zijn je povere communicatiemiddelen.  


Verliefd op Lara
Ik kom erop omdat ik in een majestueus winterlandschap rondwandel en me afvraag hoe ik dat ooit kan beschrijven. In Te grijs gaan Diederik en zijn partner Claudia namelijk op vakantie naar de sneeuw. Voor deze scène hoop ik hier in de Dolomieten inspiratie op te doen. Uiteraard heb ik al naar voorbeelden in de literatuur gezocht. Heel sfeervol vind ik de volgende scene uit Dokter Zjivago (1957) van Boris Pasternak. Zjivago is met zijn vrouw Tonja uit Moskou gevlucht. Hoewel hij door de Russische Revolutie beroofd is van alle luxe, bevalt het boerenleven hem zelfs in de winter prima en hij noteert:
“Je komt de schuur uit, de dag is nog niet aangebroken. De deur piept, of je niest plotseling, of de sneeuw knarst onder je voeten, en opeens springen dan vanuit het verste tuinbed enkele hazen op (…) en gaan er van door, een wijdlopig en zigzaggend spoor in de sneeuw rondom achterlatend. In de omgeving heffen de honden, de een na de ander, een langdurig geblaf aan. De laatste hanen hebben al vroeger gekraaid, die hoor je niet meer.”
Geen wonder dat deze romanticus hopeloos verstrikt raakt in zijn liefde voor de beeldschone Lara, in de met Oscars beladen film (1965) overtuigend gespeeld door Julie Christie.
Winter zonder sneeuw
Met deze sneeuwscène van Nobelprijswinnaar Pasternak zou ik dik tevreden zijn. Je voelt en ruikt de vrieskou. Wel is het een wijdlopige beschrijving van 89 woorden, maar de auteur streefde ook niet naar beknoptheid. Dokter Zjivago telde in de Nederlandse vertaling (1961) zeshonderd pagina’s.
Het kan ook korter, zoals Peter Terrin in Blanco (2003) laat zien. Deze Vlaming stelt kortheid voorop. In een VPRO-interview zei hij: “Ik heb in alles respect voor de lezer. Ik wil zijn tijd niet onnodig opeisen, dus ik vertel mijn verhaal zo bondig mogelijk. Waarom moet een boek 300 pagina’s zijn als het ook in 180 kan?”
Terrin transporteert ons in 38 woorden naar een betoverend winterland en het mooie is dat hij het woord sneeuw daarvoor niet nodig heeft.
“Hand in hand staan ze stil, hun adem wolkt. Ze glimlachen naar elkaar en naar het wonderbaarlijke landschap, dat zonder enig geluid is, zonder enige kleur, zover het oog reikt enkel maar wit, door niets of niemand verstoord.”
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 16 februari 2018

Net voor vertrek een darling killen/sparen

Daar zit ik weer aan de eiken eettafel, één gordijn gesloten tegen de laag staande zon die diep de woonkeuken binnen schijnt. Het is niet eenvoudig om een blog te schrijven, als je hoofd zo vol zit. Allereerst met details voor de reis: hebben we sneeuwschoenen, sneeuwbrillen en genoeg thermisch ondergoed? Nemen we sloffen mee voor in het hotel? Moeten we nog ochtendjassen in de bagage proppen of is dat getut van oude mensen? Neem ik als boek Alfred Birneys De tolk van Java (2016) mee of gaat dat rotverhaal mijn humeur verpesten?
En dan liggen er nog geëtiketteerde zakjes van www.smaakzaden.nl. Mijn jongste zoon is een online handel begonnen in zaden van winterpostelein en andere lekkere, maar vergeten groentes. Ik heb beloofd 45 zakjes te vullen met zaad van winterpostelein, zilverbiet en Drentse kievitsboon. Dat wordt een latertje en we moeten morgen vroeg naar het station.



Nicht hinauslehnen
Wat de roman betreft, heb ik me heilig voorgenomen om een besluit te nemen over Claudia’s reis naar Rome. Dat hoofdstuk van Te grijs telt bijna 10.000 woorden, een zesde van het hele manuscript. Met scènes waarin mijn hoofdpersoon Diederik zijn vrouws beha’s strijkt, droomt over de treinbordjes Nicht hinauslehnen en een bezoek brengt aan zijn scherpzinnige schoonmoeder. Ik vind het een zeer geslaagd hoofdstuk.
De vraag is echter, wat de functie is in het verhaal. De opbouw daarvan is intussen duidelijk: we maken eerst kennis met een tevreden Diederik op zijn verjaardag. Vervolgens blundert hij af op zijn nieuwe baan, ontdekt dat zijn huwelijk wankel is en krijgt signalen dat hij een vreselijke ziekte onder de leden heeft. Na deze ellende stond in de vorige versie van het MS de Romereis gepland.
 
Dappere Diederik
De rest van het verhaal laat zien hoe Diederik zich enige tijd overeind houdt in de storm. Uiteindelijk raakt hij alsnog zijn baan, vrouw en gezondheid kwijt en komt alleen thuis te zitten. Het hier en nu is alles wat hij overheeft: de geur van vers gezette koffie, de koestering van de lentezon, de blijdschap dat zijn schoondochter zwanger is. Uiteindelijk komt Claudia terug. Ze mist hem en wil hem bijstaan in zijn ziekte. Dan stopt het verhaal. Er is zoveel over het verloop van kanker geschreven, dat ik zonder gewetensbezwaren deze kelk aan mij voorbij laat gaan.
 
Genade voor darlings
Ik schrijf wel eens gelegenheidsliedjes en heb ontdekt dat degene met een paar obscure passages het meest aanslaan. Dat zou pleiten voor het behouden van de Romereis. Misschien moet ik me erbij neerleggen dat ik niet precies weet waarom ik sommige scènes schrijf. Volgens Gerrit Krol (Het gemillimeterde hoofd 1967, Duivelskermis 2007) hoef je niet al je darlings te killen. Op de vraag naar het waarom van een bepaalde passage antwoordde hij heel eerlijk: "Ik zou ook niet goed weten wat ik daarmee bedoel, maar ik vind dat het er goed staat."
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 9 februari 2018

Heftige reactie op wat ik niet schrijf

Een schrijver krijgt vaak reacties op wat hij niet geschreven heeft. Zelf wekte ik vorige maand bij lezers emotionele verontwaardiging op met het blog Meeslepend verhaal over saaie vorstin. Ik noemde de Britse koningin Elisabeth II “niet bijster snugger, laag geschoold en zonder veel warmte of charme.” Sommige lezers – fans van de serie - vonden dat lullig van me. “Natuurlijk was ze saai, maar ze was erg plichtgetrouw,” legde een van de critici uit. Op dat laatste had ik expliciet gewezen. Mijn critici ontkenden de feiten niet en reageerden op iets anders dan waar het blog over ging. Dat uitte bewondering voor de makers van de Netflix-serie The crown die uit een beleidsmatig zwak koningschap een spannend verhaal distilleerden over een sympathieke vrouw.


Juridisch schrijven
In mijn vorige leven was een van mijn taken om het publiek te laten reageren op wat niet in de tekst stond. In toespraken van de topman moest ik een bemoedigend beeld schetsen van angstwekkende ontwikkelingen, zonder onwaarheden te vertellen. Een lidwoord kan alle verschil maken. De verliezen zullen afnemen is een harde belofte. Verliezen zullen afnemen is veel vrijblijvender. In een groot concern is er altijd een activiteit te vinden die beter loopt. Ik was goed in het scheppen van misverstanden, maar het is me volstrekt duidelijk dat ik ze niet kan voorkomen. Ook al omdat de normen veranderen en woorden en gebeurtenissen een andere betekenis krijgen.
 
Meisje van 12
Iemand mailde mij als voorbeeld van dit laatste Vladimir Nabokovs roman Lolita(1955) over de verhouding van een volwassen man met een meisje van twaalf. Op dit moment zou de schrijver als pedofiel aan de schandpaal worden genageld. Eertijds, aldus mijn zegsvrouw, was de schrijver zich van geen kwaad bewust, hij schreef een wat ongewoon liefdesverhaal.
Ik betwijfel dat en wel aan de hand van de eerste zin. Lolita, light of my life, klinkt onschuldig genoeg, maar dan wordt het echt provocerend: fire of my loins. De tweede zin begint bovendien met My sin. Ik wil Nabokov niet in de hoek zetten bij Woody Allen, maar hij wist dat hij met vuur speelde.
 
Verliefde directrice
In Te grijs komt ook een riskante scène voor. Claudia, de vrouw van de hoofdpersoon, is leraar op een middelbare school. All hell breaks loose als bekend wordt dat de directrice een verhouding heeft met een 17-jarige leerling. In een gesprek met echtgenoot Diederik vraagt  Claudia begrip voor deze misstap. De jongen had problemen, de vrijgezelle directrice voerde diepe gesprekken met hem, bij haar thuis. 
“En zo is het gekomen,” legt Claudia uit na een turbulente schooldag. “Het is ook een aantrekkelijke jongen, heel volwassen al. Ik heb hem in de klas gehad en tijdens de les kon hij zo naar me kijken met die bruine ogen en dan voelde ik me toch, hoe zal ik het zeggen…”
“Zeg het maar niet,” zegt Diederik. “Ik hoef je geheime passies niet te kennen.”
Claudia’s gezicht betrekt.
“Wat een flauwe opmerking. Ik vertel je iets heel intiems.”

 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

vrijdag 2 februari 2018

Over hoofdstukken, het waarom en hoe

Hoe maak je hoofdstukken? Die vraag heb ik voorgelegd aan een wetenschapsjournalist en auteur van meerdere boeken. Ik zag hem gisteravond bij het wekelijkse hardlopen in het Amsterdamse Vondelpark en vroeg hem hoe hij hoofdstukken maakte. Het kan zijn dat rennen in het donker de verkeerde gelegenheid was voor dit gesprek. Ook kan de ijzige regen, die juist toen weer heviger werd, zijn mededeelzaamheid hebben beperkt. Hij had er weinig over te zeggen, want het was voor hem geen probleem. Hij schreef non-fictie en dan kwam de structuur al schrijvend. Na dit antwoord begon hij te versnellen en liet mij hijgend achter en ook jaloers. Er leek me weinig verschil met fictie te zijn. En bij mij komen er al schrijvend wel klonten scènes, maar dat zijn geen strakke hoofdstukken met een intrigerend einde.
 


Panfunctionele hoofdstukken
De Wikipedia inventariseert de doelen van een hoofdstuk. “… om een duidelijke indeling te maken, of als cliffhanger om de lezer ertoe aan te zetten verder te lezen. De hoofdstukindeling kan ook worden gebruikt om van oogpunt te wisselen.”
Omdat een hoofdstuk verschillende functies tegelijk kan vervullen, vond ik dit lemma van de wiki plichtmatig en van weinig nut. Tot ik besefte dat ik mijn hoofdstukken al de genoemde functies tegelijk wil laten uitoefenen. De klont-hoofdstukken zijn ontstaan uit een denkproces. Ik mag dus aannemen dat zij bepaalde nuttige functies uitoefenen, hoe gebrekkig ook. Die moet ik kunnen benoemen, zoals ik in een zin van elk woord en elk leesteken kan zeggen waarom het er staat. Ik heb de klont-hoofdstukken eerst bekeken vanuit de vertelstructuur. Nu ga ik het manuscript doornemen voor de lezer en hem, in gedachten, uitleggen wat ik met ieder hoofdstuk wil vertellen. Kan ik dat niet, dan vervalt het hoofdstuk. Kan ik dat wel, dan ga ik het op die functies toespitsen.
 
Cliffhanger als slot
Ik begon de hoofdstukken te analyseren met de angst dat ik veel te weinig cliffhangers had om de lezer door het boek te trekken. Maar dat viel mee. In het eerste hoofdstuk zitten er drie: Diederik botst met zijn vrouw, gaat naar een nieuwe baan en heeft bloed in de ontlasting. Met die laatste cliffhanger begint het verhaal zelfs. En het einde van het verhaal, waarin Claudia tegen de zieke Diederik zegt dat ze hem door de hel zal volgen (zie vorig blog), is ook een cliffhanger. Daar kondig ik dramatische gebeurtenissen aan, waarvan de lezer echter nooit het fijne zal horen. Deze cliffhanger leidt hem naar het kaft, zodat hij Te grijs opgelucht kan wegleggen.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

 

vrijdag 26 januari 2018

Meelezers krijgen gewenste happy end


Een van mijn lastigste karaktereigenschappen is wat je zelfstandig denken kunt noemen of grenzeloze eigenwijsheid. Ik houd gemakkelijk vast aan mijn eigen mening, ook al wijkt die af van de visie van alle anderen. Ook neig ik tot onaangepast gedrag, ik ben een beetje een zonderling. Dat maakt de communicatie met anderen moeilijk. Regelmatig hebben mensen zelfs geen idee wat ik wil zeggen. In de journalistiek was dat geen probleem, omdat de eindredacteur mij dwong mijn bijdrage af te stemmen op het publiek. Nu ik zelfstandig schrijver ben, vervult een lezerspanel de eindredactionele functie.   


Vriendenpanel
Een zwakte van mijn model is, dat de meelezers hun werk doen als vriendendienst en dus persoonlijk betrokken zijn bij mij en mijn partner. Bij het beoordelen van een autobiografische roman als Te grijs speelt dat een rol, maar in welke mate is moeilijk te zeggen. Zo is een algemeen kritiekpunt op het verhaal de plotselinge terugkeer van Claudia naar haar man Diederik zodra hij kanker blijkt te hebben.
Ik dacht dat deze terugkeer voor de lezers vanzelfsprekend zou zijn. Claudia is alleen pissed off door zijn somberheid en de voortdurende ruzietjes. Ze ziet haar bijna levenslange relatie met haar man ontsporen en wil in eenzaamheid analyseren wat er gebeurt en wat ze voelt. Daarmee is de verhouding niet voorbij, hij ligt daar als unfinished business. Het welzijn van Diederik gaat haar nog steeds ter harte en als hij in nood is, snelt ze te hulp.    
 
Hereniging ondoordacht
De meelezers vinden dit een ondoordachte actie. Zij vrezen een situatie zoals Ian McEwan beschrijft in De kinderwet. De zestiger Jack is na een uitstapje naar een jongere vrouw weer terug bij zijn leeftijdsgenoot en vrouw Fiona. Ze liggen in het halfdonker in bed “terwijl buiten de kamer de schoon geregende stad op haar zachtere nachtelijke ritmes overging en hun huwelijk moeizaam werd hervat (…)”. Met Jack en Fiona lijkt alles goed te komen. Bij Diederik en Claudia hebben de meelezers grote twijfels en verwachten dat de spanningen weldra weer zullen oplopen. Zij willen een happy end voor de twee romanfiguren.
 
Taylor en Burton take 2
Mijn meelezers hebben de tijd genomen om het manuscript schriftelijk en mondeling te becommentariëren. Op mijn verzoek. Wat hun beweegredenen ook zijn, ik moet hun twijfel aan de hereniging serieus nemen. Ik zal dus laten zien dat Diederik minder angstig en positiever wordt na het al dan niet tijdelijke verlies van partner, baan en gezondheid.
De lezer mag de hervatting van de relatie dus met enig vertrouwen tegemoet zien. Het wordt niet Liz Taylors tweede huwelijk met collega-acteur Richard Burton, dat net als het eerste fout liep. Eigenzinnig als ik ben, handhaaf ik echter de laatste zin van Te grijs, waarin Claudia haar terugkeer aankondigt als bij Diederik kanker wordt vastgesteld. “Als jij door de hel moet,” zegt ze ”ga ik met je mee.”

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

 

vrijdag 19 januari 2018

Meeslepend verhaal over saaie vorstin

Ik geloof dat ik de laatste Nederlander ben die Netflix heeft genomen en naar The Crown kijkt. Met veel genoegen, trouwens. De makers stonden voor een grote uitdaging. Tijdens de regering van Elisabeth II zijn de Duitsers verslagen, is het Britse wereldrijk verloren gegaan en werd Groot-Brittannië een moderne monarchie. De Kroon, de Koningin dus, speelde daarin echter geen rol. Ook als persoon was ze kleurloos. Onze koningin Wilhelmina regeerde mee, Juliana ontsnapte geregeld aan het protocol, Beatrix was een scherpzinnige vorstin met visie. Elisabeth wist alleen wat af van paarden en honden en deed haar plicht.


Ruige leegte
Toch hebben de makers van The Crown in Elisabeth II een dramatisch verhaal gevonden. Ze kwam op de troon als 26 jarige vrouw, niet bijster snugger, laag geschoold en zonder veel warmte of charme. Wel had ze ambitie en daarin lag het verhaal, het centrale thema. De hofhouding dempt ieder initiatief van haar, premier Churchill en de andere politici lopen beleefd buigend over haar heen. De meeste mensen in haar positie waren snel afgeknapt en vertrokken naar de ruige leegte van de Schotse hooglanden. Elisabeth II bleef overeind en vond een manier om haar plichten als koningin te vervullen.
 
Thee en kraamhulp
Een dergelijke dramatische lijn zoek ik voor Te grijs. Het liefst had ik de methode van Hella Haasse (Oeroeg 1948, Heren van de thee 1992) gevolgd. Zij piekerde net zo lang tot de vorm van het verhaal haar ineens te binnen schoot. Deze efficiënte aanpak was voor haar de enig mogelijke: “Ik kan niet alvast het een en ander op papier zetten, een beetje experimenteren... niets lukt me.” Tot ze ziet wat ze eigenlijk wil vertellen.
Ik zelf heb het licht niet gezien. Ik ben gaan schrijven en heb nu tweehonderd pagina’s “losse flarden” zoals thrillerschrijfster Esther Verhoef (Rendez-vous 2006, De kraamhulp 2014) dat noemt: gedachtes, dialogen, sfeertekeningen. Net als ik produceert ze die flarden op intuïtie. Pas later ontdekt ze het verhaal en begint “het grote schrappen”.
 
Diederik II
Gezien de productie van Verhoef bereikt ze die fase binnen een redelijk tijdsbestek. Het kan ook anders. Gabriel García Marquez zocht 5 jaar naar de juiste toonzetting voor Honderd jaar eenzaamheid (1972). Toen dacht hij plotseling aan het uitgestreken gezicht waarmee zijn grootmoeder haar volstrekt ongeloofwaardige verhalen vertelde. Toen wist hij hoe hij zijn eigen verhaal wilde vertellen en schreef een meesterwerk.
Dat hoop ik natuurlijk ook te doen, maar eerst moet ik het drama vinden van de ouder wordende bankemployé Diederik. In feite een saaie man die met moeite het hoofd boven water houdt. Een beetje zoals koningin Elisabeth II.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL:
www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 12 januari 2018

Gelukkig zijn - voor schrijven een noodzaak

Merkwaardig genoeg beleven we onze gelukkigste momenten als we totaal geabsorbeerd zijn in een activiteit. Als we bezig zijn zonder twijfel aan het nut van wat we doen, zonder gedachtes aan hoe we onze tijd beter kunnen of zelfs moeten besteden, zonder aandacht voor wat anderen van ons denken.
Je ziet dat geluk bij een kind dat haar pop aankleedt terwijl ze het geruststellend toespreekt. Bij een sportvisser die alleen let op zijn dobber en op bewegingen in het water. Bij een hobbykok die een gladde roux maakt.


Scripta manent
Zulk meditatief geluk is zelden de hoofdreden om een roman te schrijven. Roem en rijkdom staan meestal hoger op de lijst. Roem in de vorm van Tv-optredens en een uitnodiging voor het Boekenbal to rub shoulders met de Grote Auteurs. Rijkdom dankzij tonnen jaarlijkse royalty’s, zodat je een huis kunt kopen aan de Amstel met uitzicht op de rivier en een ommuurde tuin om tomaten, vijgen en druiven te kweken. Verder trots omdat er een roman met je naam erop in de etalage van de boekhandel ligt. En natuurlijk het geloof in scripta manent. Wie schrijft, zou eeuwig voortleven in zijn werken.
Van hen die een roman voltooien, wordt slechts een enkeling met roem en rijkdom beloond. Momenten van diep geluk vallen echter aan allemaal ten deel, daar ben ik zeker van.
 
Cocon van niet-bestaan
“Zodra de schrijver schrijft, stopt hij schrijver te zijn,” constateerde Joost Zwagerman (Vals licht 1991, De buitenvrouw 1994, Duel 2010) in de Volkskrant van 18 november 1999. Als auteur werk je in een cocon van niet-bestaan, aldus Zwagerman: “Je leeft louter in tekst - tekst die nog moet komen. Je wordt niet meer gehoord en kunt dus weer als vanouds praten tegen iemand die niets terugzegt. Je bent vrij: je bent een God in het diepst van je gedachten.”
Het spelende kind, de visser, de kok, ze zijn allemaal gelukkig in die cocon van niet-bestaan. Net als de schrijver, maar er is één verschil. Bij hen is geluk een bijproduct van wat ze doen. Bij de schrijver zijn momenten van geluk noodzakelijk voor de productie. Welke motieven iemand ook maar heeft om een roman te schrijven, hij zal af en toe gelukkig zijn. Hij moet wel.

Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com
 

vrijdag 5 januari 2018

Een he said, she said-story is een brug te ver

Ik heb niet de gewoonte om op mijn beslissingen terug te komen. Deze week kwam ik toch in de verleiding. De oorzaak was de knappe drie-paar-ogenconstructie in de thriller Het meisje in de trein (2015) van Paula Hawkins. De Britse schrijfster laat het verhaal vertellen door drie vrouwen die verbonden worden door hun liefde voor dezelfde man.
Het niet zo jonge, onvruchtbare “meisje” uit de titel, Rachel, passeert in de trage forensentrein haar voormalige rijtjeshuis waarin zij de nieuwe vlam van haar ex ontwaart, eerst zwanger, dan met baby. Vier huizen verderop wonen twee bijzonder aantrekkelijke mensen die in Rachels fantasie een droomhuwelijk hebben. Mede omdat Rachel haar ex-man stalkt, komt ze voor in de verhalen van de andere twee vrouwen. Die verschillen, maar over de feiten zijn ze het eens.
 


He said, she said-story
Even wilde ik Hawkins constructie gebruiken voor Te grijs. Toen hoorde ik van de Amerikaanse thriller Gone girl (2012) van Gillian Flynn. In haar twee eerdere romans schreef de auteur over mensen die zich niet kunnen binden. Gone girl (ook de titel van de vertaling) gaat over twee mensen die zich wél gebonden hebben, ze zijn getrouwd.
"I liked the idea of marriage told as a he-said, she-said story, and told by two narrators who were perhaps not to be trusted," zei Flynn. De echtelieden vertellen hun eigen verhaal, maar hun versies van de werkelijkheid verschillen nogal, mede omdat ze wat rommelen met de feiten.
 
Lastig realisme
Dat mensen in verschillende werkelijkheden leven, is natuurlijk realistisch, maar lastig voor de lezer en voor de schrijver. Als ik kies voor echte meerstemmigheid, moet ik een tweede subjectieve werkelijkheid creëren, namelijk die van Diederiks vrouw Claudia.
Bovendien wordt mijn boek over ouder worden dan het verhaal van een huwelijk uit de mond van beide partners. Relationele verwikkelingen zijn nu al het deel van het verhaal waar ik het meest mee worstel, ook al laat ik het met gezag door één persoon vertellen. Ondanks eigen ervaring, vind ik het heel lastig om uit te leggen waarom twee mensen hun levens vervlechten. Flynns visie op het huwelijk bemoedigt me niet. Zij noemt het huwelijk the ultimate mystery.


Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 29 december 2017

Nee, ik heb nergens spijt van

Ik ben net terug van mijn dagelijkse fietstochtje naar het station van de Zuidas en zit nu in de woonkeuken achter de laptop. Terwijl de koffie doorloopt geef ik mijn laatste blog van dit jaar zijn naam: blog103_29122017 BalansSchrijverschap. Ik begon met de roman en het blog op maandag 1 juni 2015. Ik had in die 2,5 jaar flink kunnen vorderen met een dissertatie om alsnog mijn PhD in de geschiedenis te behalen. Ik had me toe kunnen leggen op de muziek en bassist kunnen zijn in een oudelullencoverband. Ik had een microbrouwerij kunnen beginnen. Of ik had het leven kunnen leiden van een pensionado die elke nieuwe dag op zich af laat komen en niets meer hoeft. Ik verkoos echter het schrijverschap.

 
Dode darlings
Voor mij ligt een print van mijn manuscript, 115 pagina’s A4 ofwel 73.000 woorden. Dat is nauwelijks meer dan de eerste versie van Te grijs die ik eind 2015 aan het lezerspanel toestuurde. Ik heb veel darlings gekild en nieuwe scènes ingevoegd, maar een goed lopend, evenwichtig verhaal is er nog niet. Dat stond gepland voor “2016, als de bladeren vallen”, zoals ik het poëtisch in mijn eerste blog verwoordde. Mijn project is dus enorm vertraagd, wat een bron van frustratie is. Over de kwaliteit van de scènes ben ik tevreden. Echter, om het beeldend te zeggen: ik heb genoeg spannende foto’s, maar ik krijg ze niet in de juiste volgorde in het album.


Serieuze droom
Een langdurige worsteling met een verhaal hoort bij het schrijver zijn. Net als spanningen met vrienden die zich in bepaalde scènes herkennen en aanstoot nemen. Verder heb ik nog steeds het vertrouwen dat het boek er komt en dat ik er in ieder geval zelf tevreden over zal zijn. Natuurlijk vraag ik me af of het allemaal de moeite waard is en het antwoord is altijd: ja. Ik heb sinds mijn kindertijd romanschrijver willen worden. Door mijn pensionering kreeg ik de kans en die heb ik aangegrepen. Misschien slaat mijn eerste eigen roman helemaal niet aan en misluk ik als schrijver. Dan nog zal ik blij zijn dat ik mijn droom serieus heb genomen.       
 
Dank aan mijn helpers
Wat tot nu toe soepel loopt is het wekelijkse blog over het schrijven van Te grijs. Het levert goede reacties op en geeft mij nieuwe inzichten. In deze laatste post van 2017 wil ik graag alle blogbezoekers bedanken en ook het lezerspanel, in het bijzonder mijn partner Angeline Jansen. Ik sta ook in het krijt bij Cécile Sanders, met wie ik In de schaduw van de Wolkenkrabber heb geschreven. Cécile is mijn vraagbaak voor informatie over auteurs en boeken die in mijn blogs voorkomen. Angeline bewaakt de kwaliteit van mijn teksten. Haar kritiek neem ik even serieus als haar lof.
Ik hoop dat ik ook in 2018 op de hulp van mijn omgeving kan rekenen. Schrijven is zoveel leuker, als je het samen met anderen kunt doen. Verder wens ik u allen een gelukkig 2018.    
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

vrijdag 22 december 2017

Na de slotscène neemt de lezer het gewoon over


“Begin bij het begin en stop bij het einde,” zegt de Hartenkoning in Alice in Wonderland (1865), als het Witte Konijn klaar staat om zijn getuigenis af te leggen. Was het vertellen van een verhaal maar zo simpel. Ernest Hemingway probeerde 39 eindes uit voor A farewell to arms.(1929). Uitgever Scribner heeft ze een paar jaar geleden allemaal bij elkaar gezet om te laten zien dat de Amerikaanse oermacho meer deed dan verliefd worden, grootwild jagen, vissen en zuipen. Bijvoorbeeld hard werken aan het einde van A farewell. Hij had kunnen stoppen bij de dood van zijn vriendin: “It did not take her very long to die” was een prima laatste zin geweest. Kennelijk vond Hemingway dat te abrupt. Hij beschrijft namelijk vervolgens hoe de hoofdpersoon nog even alleen bij het lijk blijft. Een vergissing, want:
“It was like saying good bye to a statue. After a while I left the hospital and walked back to the hotel in the rain.”
De Amerikaanse oorlogsroman heeft zo weer een klassiek slot gekregen: de liefdesverhouding met Catherine eindigt en daarmee stopt het verhaal.



 

Etiketten plakken
Ik heb zelf de afgelopen week nagedacht over het slot van Te grijs.
Mijn jongste zoon is The hero with a thousand faces. (1949) aan het lezen, waarin Joseph Campbell de universele structuur blootlegt van mythes, van verhalen dus. Aan de hand daarvan hebben we alle hoofdstukken gedefinieerd met termen als The hero’s journey, Refusal of the call, Rescue from without en Freedom to live. We etiketteerden ook het slothoofdstuk en toen kreeg ik twijfel over mijn slotzin. We zijn op de laatste pagina van Te grijs. Claudia is het gesomber moe en woont tijdelijk bij een vriendin. Zodra ze hoort dat echtgenoot Diederik kanker heeft, komt ze bij hem terug met de woorden: “Als jij door de hel moet, ga ik met je mee.”

Mopperende depri
Deze slotzin heb ik bedacht vóór ik begon te werken aan Te grijs. Later kwamen meelezers met bedenkingen. “Mooi dat ze terugkomt, maar ik vraag me af hoelang ze het met hem uithoudt, met die gedeprimeerde mopperkont” en “Ik wil wel weten hoe het afloopt met die ziekte”. Met die laatste opmerking ben ik gauw klaar. In het echte leven heb ikzelf aanstaande mei de laatste controle. Naar verwachting word ik dan gezond verklaard. De herinnering aan het lijden vervaagt. No way ga ik die misère herbeleven omwille van literair succes.
 
Liever vissen
Of Claudia het zal uithouden bij Diederik weet ik niet. De man verliest zijn baan, zijn vrouw en zijn gezondheid. Ik zal beschrijven dat hij daarvan leert. Renate Dorrestein schreef ooit dat geen enkel verhaal eindigt met het laatste woord. “In andere hoofden dan die van de schrijver gaat het proces nu verder.” Het is aan de lezer om in te schatten of Diederik genoeg is gelouterd door zijn verliezen om de relatie met zijn vrouw duurzaam te herstellen. Ik ben hoopvol gestemd. Dat geworstel met 39 alternatieven laat ik aan Hemingway over. Ik kan mijn tijd wel leuker besteden.
 
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com

donderdag 14 december 2017

In de slag tegen de maar-verslaving

Ik weet niet of ik meer slechte gewoontes heb dan de gemiddelde mens. In ieder geval heb ik er teveel. Ik luister slecht, druk me negatief uit, droom weg tijdens het autorijden, doe praktische dingen gehaast, to name but a few. Ook bij het schrijven strijd ik tegen slechte gewoontes en één daarvan is het overmatige gebruik van het woordje maar.
Kennelijk heb ik al  jaren het vage besef dat ik teveel maar. Ik voelde me namelijk meteen aangesproken door de stelling van Jeroen Brouwers, dat wie meer dan drie keer per pagina maar gebruikt, zich geen schrijver mag noemen. Ik las die uitspraak vorig jaar en bekeek meteen mijn manuscript. Op 121 pagina’s kwam het gewraakte woord 523 keer voor ofwel 4,3 per bladzijde.



Rolmodel J. Brouwers
Brouwers (Batavia 1940) is qua productiviteit een rolmodel voor mij. Hij publiceerde sinds zijn 21-ste gemiddeld een boek per jaar en won twintig literaire prijzen. Alles in zijn leven zet hij om in boeken. Tijdens de Japans bezetting van Indië werd hij met zijn ouders geïnterneerd (Bezonken rood, 1981). Als kind was hij onhandelbaar en werd naar het internaat gestuurd (Het hout, 2014). Ook de zelfmoord van zijn minnares was een bron van inspiratie en leidde onder andere tot een boek over suïcide van Nederlandse schrijvers (De laatste deur, 1983). Gezien zijn uitspraak over maar, lijdt hij aan dezelfde slechte neiging als ik. Of hij deze neiging met succes bestrijdt, heb ik niet gecontroleerd. Zelf boek ik vooralsnog weinig resultaat. Ik ben me bewust van het probleem. Toch telt de nieuwste versie van Te grijs 580 maren op 132 pagina’s, waarmee het gemiddelde in 2017 licht is gestegen tot 4,4.


Hinderlijk want overbodig
Het voornaamste bezwaar tegen maar is dat het meestal weinig toevoegt. Zo min mogelijk gebruiken dus. Verder is herhaling van maar-zinnen hinderlijk, zoals de eerste scène van Te grijs laat zien. Diederik is jarig en de open haard is gezellig aan.
De haard is klein, maar al snel beginnen gasten te klagen over de hitte.  
Zin opsplitsen: De kleine haard brandt fel. Al snel beginnen de gasten te klagen over de hitte.
Verderop komt een vriendin ter sprake wiens man kanker heeft.
“Ze moet af en toe doodsbang zijn, maar daar laat ze niks van merken.”
Zin opsplitsen en maar weglaten, omdat het de zin afzwakt: “Ze moet af en toe doodsbang zijn. Daar laat ze niks van merken.”
 
Achttien jaar jong
In een bijzonder maar-rijke passage merkt een van de gasten op dat Claudia al in hun eerste studiejaar Diederiks vriendin was.
“Min of meer,” zegt Diederik, zonder te merken dat zijn vrouw vlak bij hem staat, een fles witte en een fles rode wijn in haar handen.
“Dat kon enthousiaster, lieverd. Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn, maar niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde. Ik was 18! Ik wist niks van de liefde, jij was de eerste man in mijn leven.”
Maar
weglaten en weer de zin opsplitsen: Ik vond het echt heerlijk om bij je te zijn. Niet meteen elke dag van de week, zoals jij wilde.
Het citaat gaat verder: Diederik wil zeggen dat zij voor hem ook de eerste vrouw was, maar de gever van het boek slaat zijn arm om Claudia heen en zegt tegen haar:
“Je kent hem toch. Voor Diederik is het glas altijd halfleeg. Maar je kunt wél met hem lachen.”
De eerste maar staat er terecht. Hij verklaart waarom Diederik niet zegt wat hij wil zeggen, zijn vriend komt tussenbeide. De tweede maar is overbodig vanwege het woord wél. Schrappen dus. Je kunt wél met hem lachen.
 
War on but
Het lachen is mij vergaan bij deze kleine search and destroy-operatie, deze war on but. Met nog 518 maren te gaan, ben ik zeker vier ochtenden bezig (’s middags lees ik) om te herstellen wat ik door onoplettendheid fout heb gedaan. Brouwers heeft gelijk. Maren is een slechte gewoonte, die we moeten onderdrukken. In dit blog heb ik dat gedaan en ziet: buiten de citaten staat er geen enkele maar in, behalve deze dan. Weldra zal ik een slechte gewoonte minder hebben. Het is een begin.  
Het reactieveld onder dit blog komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld. Je kunt me natuurlijk mailen op michiel.nooren@outlook.com


vrijdag 8 december 2017

Naar een verbeterde, rookvrije editie

In Te grijs rookt Diederik af en toe een joint. Op dit moment is dat net sociaal acceptabel. Als mijn roman in de winkel ligt, zijn we al een tijdje verder en normen veranderen snel. Tegen die tijd is gebruik van cannabis gelegaliseerd en daarmee fatsoenlijk geworden. Wiet roken - hoe privé ook - zal dan echter de status hebben van tabak pruimen: vies. Cannabis wordt dan gegeten of gedronken. Als ik de brave Diederik ook nog een keer in de auto zijn telefoon laat opnemen is hij voor de lezer een hufter geworden, een aso.


Romanexpert Kruijf
Over de race van de schrijver met de tijd heb ik al eerder geblogd, zonder een oplossing te kunnen aandragen. Scripta manent: het geschrevene blijft, onveranderd en eeuwig. Sindsdien ben ik gaan beseffen dat digitaal lezen en de opkomst van de Cloud onbeperkte ruimte geeft om een verhaal te updaten en te verbeteren. Dat laatste is heel belangrijk. Op het moment dat je een verhaal afrondt, ben je er tevreden over, anders zou je er nog aan doorwerken. Pas later zie je verbeterpunten, stilistisch en romantechnisch. Ook voor een verhaal geldt de uitspraak van Johan Kruijff, dat je dingen pas ziet als je ze doorhebt. In Te grijs hoop ik aannemelijk te maken dat Claudia bij Diederik terugkomt. Wat haar exacte motieven zijn, kan ik misschien pas onder woorden brengen als het boek in de verkoop ligt.


Frankenstein verbeterd
Technisch kun je dus updaten, maar schendt je niet de normen van het ambacht? Misschien, maar Grote Schrijvers zijn je voorgegaan. In een ver verleden herschreef de Britse Mary Shelly haar Frankenstein (eerste editie 1818, verbeterde uitgave 1831). In Nederland voegde Boudewijn Büch na tien jaar twee hoofdstukken toe aan De kleine blonde dood (eerste editie 1985). Jan Wolkers kwam in 1979 met een nieuwe versie van Kort Amerikaans (eerste editie in 1962). Tot dat moment vond hij aanpassing van de eerste romantekst zonde van de tijd. Voortschrijdend inzicht kon je beter gebruiken voor een nieuw boek. Wat hem ertoe bracht zijn mening te veranderen, weet ik niet. De lezers waren kennelijk tevreden met de eerste versie, want die beleefde ongewijzigd 39 drukken.

Een tweede kans
Zolang er alleen papieren romans bestonden, was verbetering na publicatie bijna alleen mogelijk als de eerste versie al goed verkocht was en er een tweede druk zou komen. Aannemend dat de opkomst van de Cloud doorgaat, krijgen ook in eerste instantie geflopte romans een tweede kans. Hoe dit precies gaat uitwerken, weet ik niet. Digitaal lezen zal sowieso leiden tot een sterke stijging van het aantal titels. Als daar nog verschillende versies bijkomen, zullen boekenkopers voor nieuwe keuzes worden gesteld, Willen zij de betere versie waarin gerookt wordt, of de iets zwakkere, maar tabaksvrije editie? Lezen wordt niet eenvoudiger, maar wel leuker.

Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.
oA

vrijdag 1 december 2017

Productief dankzij Me too en knuffelminnares

Ken je dat lekkere na-de-filegevoel? Eerst heb je stilgestaan, dan een minuut gereden en weer stilgestaan. De chauffeur achter je zit te lullen met andere passagiers, telefoneert en kijkt overal heen behalve vóór zich. Een botsing tegen jouw achterkant is een kwestie van tijd. Onverwacht begint de kolonne vaart te maken en uiteen te vallen. Je krijgt ruimte en accelereert tot je op een comfortabele snelheid naar je bestemming cruiset. Heerlijk.     


Boek in beweging
Zoiets heb ik nu als schrijver: het boek is weer in beweging. Bijna had ik het manuscript uitgeprint en verbrand, zoals Henry Roth deed met If we had bacon, de opvolger van zijn toen nog weinig succesvolle debuut Call it sleep (1934). Roth werd uiteindelijk kippenboer. Pas dertig jaar later werd zijn eerste boek herontdekt en was de agrariër uit Maine plotsklaps toch nog een gevierd schrijver. Ik ben 66 dus zo lang kan ik niet wachten. Te grijs moet zo snel mogelijk af en dan zo veel mogelijk mensen aanspreken. Ik ben zelf tevreden over wat ik nu schrijf.         

Me too-gevoel 
Zoals ik al meldde, zijn een paar regels Me too-geïnspireerd. Ik was bezig naast de al stevige werk-pilaar een relationele pilaar voor Te grijs op te bouwen. Een van de scènes is de aankoop van een nieuw, heel breed bed, op initiatief van Claudia. Diederik kan geen bezwaar maken tegen de vervanging van hun krappe slaapmeubel vol herinneringen, maar is er niet gelukkig mee:
Hij voelt zich als een stagiaire die is ingegaan op de avances van haar chef. Ze vindt hem aardig en een afwijzing zou de sfeer bederven, maar ze is zelf nooit op het idee gekomen om seks met hem te hebben.
Knuffelminnares
De eerste nacht in het nieuwe bed is moeilijk:
Claudia ligt ver van hem af te genieten van een diepe slaap, maar hij is klaarwakker. Hij voelt zich eenzaam en vreest dat in het vervolg alle nachten zo zullen zijn. Wat te doen?
Voor scheiden is het simpelweg te laat, ze moeten hun problemen pragmatisch oplossen. Stel dat hij een minnares vindt om af en toe samen mee te slapen, tegen elkaar aan, de hele nacht. Als hij eruit moet, zal hij zich met moeite losmaken van haar slapende lijf en als hij terugkomt zal ze zacht kreunend weer tegen hem aan kruipen, zonder wakker te worden.
Wat hem betreft mag Claudia een jongere minnaar nemen. Als ze op dezelfde nacht buitenshuis slapen, zal het met de jaloezie wel meevallen. Zeg eens in de twee weken, op woensdag, dan hebben ze zelden een afspraak. Hij ziet het al voor zich, Claudia die zich na haar werk naar een kerel begeeft met een overvloed aan viriele kracht. Niet een vijftiger zoals haar collega van klassieke talen, maar een gespierde jonge god die haar voor het eten al lachend op bed werpt en penetreert, voor de eerste keer die avond maar zeker niet de laatste. Op donderdagochtend zal ze dan verzadigd en moe naar haar werk gaan en verlangen naar het eind van de dag, naar hem, die na een knuffelnacht ook in een prima humeur is.

 
Het reactieveld komt tevoorschijn als je klikt op Opmerkingen. Klik de klaplijst achter Reageer als open en klik op Naam/URL. Voer je naam in en als URL: www.mn.nl. Jouw naam komt dan in het reactieveld.